|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. De on doodbaarheid van het geduld in een on geduldigen tijd. zó als het altijd al is geweest werpt wie aan den kant van zwart gaat staan onvermijdelijk een odium op wit. geduld wordt "verstomming, culminerend in apathie", en "de 'productieve' lijdenskracht maakt een herwonnen communicatie mogelijk".(d.sölle) dit is: het (toverwoord) productief uitspelen tegen het (verdacht gemaakt woord) geduld.
er is een mis verstand én van geduld én van productief: zij zouden wel eens ànders kunnen zijn dan zij zich in de denkbewegingen en denkstructuren van dit tijdje voordoen. het is al een veeg teken genoeg dat het denken in zichzelf verdeeld is en uitmondt in een polarisatie tussen het "klassieke" en het "moderne" denken. wat innerlijk verdeeld is, gaat ten onder van binnen uit, brengt zichzelf om.
2. er is over de tijdjes heen, heri, hodie, et in saecula saeculorum, de gave van den GEEST Die groter is dan, langer, breder, hoger en dieper, rijker. het her inneren van den GEEST beLICHT geduld en productief geheime lijk wonder lijk, d.i. in overeenstemming met "het telkens overstijgende en onzegbare Mysterie"(id.) in het LICHT van dit her inneren IS geduld, IS productief, inderdaad wel iets ànders dan in de denkbewegingen en -structuren wordt voorgesteld. namelijk: op ONS gelijkend, met de woorden van het (EERSTE en LAATSTE, UITEINDE lijke) WOORD gearticuleerd. geduld en productief "verschijnen" in hun VOLheid tegen den achtergrond van het UITEINDE lijke: de GESCHIEDENIS die onze geschiedenis draagt, verrijkt, vergroot en verruimt. zij worden tenslotte bepaald door GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON VERLOSSER en GOD den GEEST VOLTOOIER. hun hierennu nù hiér gezicht heeft de trekken van den EERSTEN en den LAATSTEN. geduld is wezen lijk productief; het productieve is wezen lijk geduldig. er is op grond van hun GROND een volkomen polarisatieloze harmonie.
3. geduld blijft op zijn plaats, de tweede, en laat vreemd welwillend, uit en in een door den GEEST her innerd respect en waardering voor "het telkens overstijgend en onzegbare Mysterie" van "En God zag dat het goed was.", de eerste aan den EERSTEN.
geduld is geloof in dat het goed is. en dit geloof verrijkt, vergroot en verruimt onze geschiedenis. d.w.z. in het lijden veràndert de gelovende van gedaante en wordt -met den VERREZENEN verrezen- schitterend als de zon en wit als sneeuw.
geduld is kunnen wachten op het verrijzen met den VERREZENEN op den derden dag. geduld is geloven in den derden dag. in BLIJVEN. en zie: plots "verschijnt" al wat IK u heb gezegd in het LICHT van den GEEST van gedaante verànderd door het her inneren van den GEEST. hoe vér van te verstommen: het kàn niet niét spreken over lijden en dood (het kruis) verrijkt, vergroot, verruimd tot verrezen LEVEN. hoe vér van apathie: want het her- en erkennen van al wat IK u heb gezegd betekent een nieuw (en zie: Ik maak alles nieuw!) denken, doen en dichten, een wezen lijk vrij bevrijdend, los verlossend denken, doen en dichten waarin het lijden -hoewel zoveel mogelijk weggenomen toch niet helemaal weg te nemen omdat het aan ónze wijze eigen is- bevrijdend en verlossend "werkt", d.i. verrijzen mogelijk maakt.
geduld is een gave van den GEEST die bevrijdend en verlossend "werkt": zij wordt -ook in het lijden- een bron van vrede en vreugde. vér van te verstommen en te culmineren in apathie, zingt het geduld uit en in een op ONS gelijkend Heildenken, -doen en -dichten een hoog lied van vrede en vreugde.
deze reële, GRONDige, VASTE bevrijding en verlossing, dit verrijzen in het lijden en in den dood, is het productieve van het geduld. het geduld "werkt" op langen termijn. en zie: dit blijkt in een tijdje van on geduld, van de dictatuur van het op korten termijn, wel vreemd over te komen. dit tijdje wil zelfs GOD tot ongeduld, tot werken op korten termijn, dwingen. althans het spreken over GOD, dat -op de keper beschouwd- duidelijke tekens van on geduld vertoont, wat blijkt uit het degraderen van geduld tot "verstomming, culminerend in apathie" en het promoveren van "de 'productieve' lijdenskracht die een herwonnen communicatie mogelijk maakt".
het on geduld van de revolutie resulteert onvermijdelijk in een zich branden aan de wet van de evolutie, die de wet van het geduld is. GODS molen maalt langzaam. wie daartegen wil "vechten", krijgt de wieken op zijn kop. "Het klassieke theïsme thans bestrijden alsof het een 'apathische', dit is een koele en onverschillige God zou introniseren, heeft vaak iets van een Don Quichote-gevecht."(m. steen) als denken niet verrijkt wordt met her inneren van den GEEST, ont aardt en misleidt het.
het geduld plaatst de geschiedenis op haar natuur lijke plaats: in de GESCHIEDENIS. de kleine verhalen van de geschiedenisjes worden "vergroot" tot grote verhalen; het geduld relativeert de grote verhalen van de wereld en promoveert de kleine zó dat -naar de juiste maat van het uiteinde lijke- de eerste verkleind en de laatste vergroot worden en het mens lijk spel met begrippen een waanzinnig op en rond zichzelf tollen zonder méér blijkt te zijn.
4. uiteinde lijk telt alleen het in de ogen van GOD. het in de ogen van de mensen krijgt zijn waarheid en waarde voor den mens uit en in het in de ogen van GOD. GODS maat van wat groot en klein is, bepaalt wat groot en klein is, en zij is wezen lijk ànders dan. "Ben Ik alleen een God die in de nabijheid is, ben Ik ook niet een God die vér weg is? Hemel en aarde zijn vol van Mij."(Jer. 23/23-25)
GOD is bij- én vérziende: HIJ ziet het dichtbije van op een afstand, in het perspectief van het uiteinde. en uit dér aard is HIJ in staat "gezond" te oordelen over wat groot en klein is. Zijn WOORD zegt: De eersten zullen de laatsten zijn; De weduwe heeft méér gegeven dan...; Als gij niet wordt als een kind,...; Het zal voor een rijke moeilijk zijn in het Rijk der Hemelen binnen te komen; zalig die wenen, want...enz. mens worden uit en in het op ONS gelijkend is wezen lijk het dichtbije leren zien gedragen door het verre, en uit dér aard tot een over wat reëel groot en wat reëel klein is, "gezond" oordeel komen.
wie reëel arm en wie reëel rijk is maakt een nog andere lezing van "de rijke jongeling" (Een heel voornaam man/Luc.; de jonge man/Mat.; iemand/Marc.) mogelijk.
a) zijn "rijkdom" was dat hij dat allemaal had gedaan. dit zelfbewustzijn, deze eigenwaan, deze bedrieglijke volmaaktheid, dit farizeïsme, dit (zó als israël) een zoon van abraham zijn, een onderhouder van de wet, de geboden. de illuzie van: er ontbreekt mij niets, en uit dér aard de illuzie van "den Goeden Meester" een hem bevestigende lofbetuiging te ontvangen.
b) maar jezus is wezen lijk de bevestiger van GOD: EEN is er goed. en dié Goede ziet àlles ànders: de "rijke" wordt plots een "arme" die van zijn zelfbewustzijn, zijn eigenwaan, die bedrieglijke volmaaktheid, dat farizeïsme van ik heb dat allemaal onderhouden genezen moet worden. hij moet genezen door dit allemaal "te verkopen" en jezus, de bevestiger van GOD, te volgen.
c) de "rijke jongeling" is het beeld van israël.
de rijke jongelingen zijn in de wereld de vedetten van de grote verhalen. er ligt een droefheid over die door geen euforie (die bedrieglijke volmaaktheid) kan weggewerkt worden. het is de droefheid die de vedette overvalt als zij met zichzelf, binnenkamers, alleen is, terwijl de arme, uit en in den vrede die een rijpe vrucht van een bevrijde vrijheid is, juist binnenkamers van vreugde vervuld wordt.
de rijke jongeling houdt geen stand als hij met het uiteinde lijke geconfronteerd wordt. zó als de politieke vedetten "komt hij ten val" en doemt vóór hem de reuzegrote illuzie van zijn groot verhaal, de bitterheid van de herinnering aan de euforie der "triomfen", op. "Niemand is goed dan God alleen."(Luc. 18/19) "Wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God."(18/27) GOD alleen maakt geheime lijk wonder lijk alle kleine verhalen groot. Zijn geheim is het her inneren van den GEEST.
5. en zó óns woord. "Gij kent het volkomen" dicht de psalmist.(Ps.139/1-7) en uit dér aard is het in goede handen, in betere dan die van de mensen. het verhaal van ons woord wordt, door Zijn GEEST verrijkt, vergroot tot op ONS gelijkend, tot verrijzenis: tot sterven om honderdvoudig vrucht te dragen.
dicht bij is het ver; ver is het dicht bij. op wonder lijke wijze. ànders dan de zich te pletter lopende denkbewegingen en denkstructuren die de Waarheid van de werkelijkheid van de SCHEPPING en het VERBOND be vragen en eindigen op: "die waarom-vraag blijft een open vraag", "wij weten het niet".
maar: hebben wij geen alomvattend antwoord, wij hebben den ALOMVATTENDEN. dat wil zeggen dat de vreemd welwillende in dit hierennu leven hiér en nù den LEVENDEN, SCHEPPER van LEVEN in al dat leeft, vóór en rond en naast en in en achter zich heeft en weet. de "leemten" van dit ons leven reikhalzen naar verVOLling. ons verlangen is, uit Zijn VOLHEID ontvangend de ene genade na de andere, wezen lijk een verlengen en verbreden, verhogen en verdiepen van ons ons gegeven leven. vreemd welwillend, d.i.: uit en in een vertrouwen dat verder reikt dan onze denkbewegingen en -structuren. een vertrouwen dat nog actief creatief werkt als de denkbewegingen en -structuren ons in den steek laten. een vertrouwen dat wezen lijk meta metafysisch, meta filozofisch, meta wetenschappelijk enz is: nl. booms en bijbels. wezen lijk en tóch, en zie:, maar. "Hij heeft u vernederd en honger laten lijden, maar u óók het manna te eten gegeven dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien."(Deut. 8/3)
a) ónze wijze is in wezen: dat wij nooit hebben gezien. zij is "een vernedering": onze natuur lijke plaats is "de aarde", een kort heid die ons doet reikhalzen naar verlenging, een honger die vraagt om manna (brood én al wat uit den mond van God komt). ónze wijze is wij, gij, ik: een "leemte" die om VOLheid vraagt.
b) GODS wijze is HIJ, IK. Maar IK zeg u. HIJ "leert" ons, d.w.z. her innert in ons Zijn GEEST (die ons doet zeggen: Abba, Vader; onze Vader, die in den hemel zijt.). de LEVENDE schept al dat leeft over lijden en dood heen om te leven. HIJ IS het alomvattend ANTWOORD waarin onze be vraging rust vindt, d.w.z. vrij wordt, bevredigd en bevreugd. het her inneren van den GEEST doet de kettingen van onze handen en voeten en nek vallen en de deuren van de gevangenis vanzelf opengaan.
6. en zó ons woord. het her inneren van den GEEST doet zijn "kettingen" vallen en maakt het, van kot en ketens bevrijd, on metelijk ruim. HIJ maakt het spreken en schrijven tot een wonder van vorm geving. de mond en de hand zijn een wonder lijke apparatuur. vooral warm en week (soepel), elk op zijn wijze, maar samen, broer en zus, mannelijk vrouwelijk, altijd en overal helemaal mens, organisch dynamsch creatief.
de dichtende dichterlijke is wezen lijk een warm bloedige: warm mondig en warm handig warm denkend, doend en dichtend. welwillend warm. GRONDig warm. een gesproken geschreven "warme vlinder", alleen leefbaar in een "warm klimaat", een "warm hart".
de GEEST is een warme vlinder. Zijn natuur lijke plaats is een warm klimaat, een warm hart, een vreemd welwillend hart: een hartelijke mens. warmte maakt de tong en het hart los: los bandig, los lippig. het WOORD is het los geld voor óns woord: HIJ bevrijdt het, neemt de "zonden" weg, ontdoet het van zijn "banden"; HIJ bevrucht het met vrede: een al omvattende vreedzaamheid die een gave is van den GEEST, een al omvattend geduld; HIJ verVOLT het met een vreugde quae exsuperat omnem sensum.
alleen het Woord maakt ons los: bevrijdt, bevredigt en bevreugdt ons denken, doen en dichten. het geheim van het geheim van ons doenddichtend denken, ons denkenddichtend doen, ons denkenddoend dichten, van ons altijd en overal helemaal vrij, vredig en vrolijk er zijn, is GODS geheimenis.
het antwoord op het waarom van het dichten van den dichtenden dichterlijken is uiteinde lijk, in eerste én laatste instantie, het her inneren van den GEEST van het WOORD, het wonen van het WOORD op ónze wijze onder ons voor ons. zó als de SCHRIFT, in de LIJN op de LIJN van de SCHRIFT: Ze hierennu nù hiér naar de wet van de geschiedenis, van den boom en den bijbel, de dingen der SCHEPPING en het WOORD van het VERBOND, ont sluitend ont vouwend
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
