Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

Wat er onderweg gebeurt (1988)

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

De eerstigheid van het WOORD

 

1. Het WOORD woont onder ons als GODS BEELD: hoe dan ook de natuur getrouwe weergave van GODS goedaardigheid en menslievendheid. HIJ neemt, als Zijn uur gekomen, de tijd vol is, door Zijn GEEST de zonde tegen den GEEST in den geest van de wereld weg. HIJ verVOLt van den GEEST, verVOLt ons beeld van GOD, verjaagt de "spoken". "Ik ben het. Wie Mij ziet, ziet den Vader." uiterste, d.w.z. hoogste en diepste, langste en breedste goedaardig- en menslievendheid.

 

2. leven is wezen lijk geschieden, d.i.: VOL worden, verVOLd van den Heiligen GEEST, uit Zijn VOLHEID ontvangen de ene genade na de andere. het uur van den GEEST blijft voor ons verborgen. het is ZIJN zaak. ónze zaak is het te waken, "wakker" te worden en te blijven voor dit uur: intens aandachtig op aarde aanwezig om, uit en in "het verklaren van wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld" en het breken van het brood, aan Zijn uur mee te werken en Zijn tekens te herkennen. leven is VOL wordend VOL maken, VOLtooien, VOLbrengen: op Zijn woord de kruiken VOLLEN tot aan den rand, zijn denken, doen en dichten VOLLEN. dichten is de woorden op UW woord tot aan den rand VOLLEN. dit is feitelijk: het wonder van de gedaante veràndering van water in wijn laten geschieden, ons woord WOORD laten worden en met voor ons onder ons laten wonen.

dit is gewoon natuur lijk het mogelijke onmogelijke, waarbij het verstand stil staat en dat de mens volkomen hulpeloos alleen laat met zichzelf en den ALLENEN. met àlle gevolgen van DIEN. want als het WOORD niét verrezen is en Zijn GEEST niét al wat IK u heb gezegd in ons her innert, onder ons doet leven, is ons woord leeg, is ons leven leeg: dof en bleek als al dat dood is.

 

3. het WOORD is geen alternatief en uit der aard is er voor ons woord geen alternatief. het water moét in wijn verànderen, die het hart blij maakt. de vreugde van een vrij en vrolijk hart is het "bewijs" voor den wijn, zó als de glans en de blos van het woord het "bewijs" is van zijn leven, zijn verrijzenis.

"Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe." dit is wat de engel aan de herders "die in het open veld overnachtten en hun kudde bewaakten" verkondigt. dit is de voorstelling, het "beeld" van ónze wijze in de ogen van een gelovenden, van den "door de glorie van God omstraalden": GOD redt ons (jesjoeah) door Zijn CHRISTUS (GEZALFDEN).

het "teken" is (naar ónze wijze op ónze wijze) het teken van den mens: ontdaan van zijn eigengereidheid, zijn zelfvoldaanheid, zijn zelfbereddering, een pasgeboren kind in doeken gewikkeld in een kribbe, het "Als gij niet wordt als kinderen", de mens IS "God redt"; dit kind groeit uit tot den GEZALFDEN, den Verheerlijkten, het BEELD van GOD onder ons, het WOORD van GOD dat onze geschiedenis naar het in den beginne en Zijn tweede komst open trekt.

de blijde boodschap voor het hele volk is: dat GODS aanwezigheid onder ons voor ons (Ik zal er zijn voor u) ónze aanwezigheid op aarde verrijkt door ons hierennu nù hiér met het in den beginne (naar Ons beeld en gelijkenis) én de tweede komst te vergroten. d.w.z. dat "de HEMEL" een wonder lijken glans, een LEVENS blos over "de aarde" legt: het teken van de verrijzenis in den dood, van het lege graf.

de boodschap van den engel aan de herders is de zélfde als die van de twee engelen aan "de vrouwen die met Hem uit Galilea waren gekomen": "Wat zoekt gij den Levenden bij de doden? Hier is Hij niet. Hij is verrezen."(Luc. 24/1-6) geboorte is verrijzenis; verrijzenis is geboorte. "Gij zult Hem Jezus (God redt) noemen." GOD schept onze geschiedenis; GOD redt ze. de mens speelt daarin een bij rol. dit is de Waarheid van de Werkelijkheid van de SCHEPPING en het VERBOND, al ziet het er op het eerste gezicht doordat GOD Zijn Schepping en Zijn Redding (het Verbond) in de handen van mensen legt, wel anders uit. met àlle gevolgen van DIEN. o.a. dat de bijrol speler het soms "in zijn kop krijgt" de hoofdrol te willen spelen.

 

4. de mens -en met hem de geschiedenis- slaagt als hij, geschapen, ook goed wordt. dit is: als hij een eersten keer uit bloed, uit den wil van vlees of man geboren, een tweeden keer, uit GOD, uit water en GEEST, wordt geboren. en dat is in de wereld van de eerste geboorte een vreemd, geheime lijk en wonder lijk gebeuren, uit zijn aard kwetsbaar en vlot af te doen als domheid, achterlijkheid, bekrompenheid en bedrog. een rem op den vooruitgang.

een tweeden keer geboren worden is GOD in HEM gelovend en op HEM hopend beminnen. alleen de gelovende gelooft daarin en leeft daarvan daarnaar. hij "wordt van gedaante veranderd": de mens wordt christen doordat de christen mens wordt. uit dér aard wordt de polarisatie tussen humanisme en christendom on zin. hiér worden "HEMEL" en "aarde" juist één: de groei van het Rijk GODS IS de vooruit gang van de wereld.

om in dit geloof te geloven moet gij geloven. geloven dat uw geloven u redt en mee werkt aan de redding van de wereld, aan haar gedaante veràndering. dit geloven is wezen lijk escatologisch: een hoopvol verwachtend uitzien naar de VERVOLLING, VOLTOOIING, de uiteindelijke VOLEINDING, het zichtbaar worden van het ONZICHTBARE. het is een dwaasheid voor den griek en wordt door hem als dusdanig be stempeld, zo niet bestreden.

geloven is "aan den anderen kant" gaan staan, zijn netten "aan den anderen kant" (Joh. 21/2-7) uitwerpen...op UW woord, d.w.z. blijkbaar en duidelijk tegen alle "vakmanschap" in, voorbij "wetenschap, kennis van zaken, arbeid, inzet, organizatie, moed en (intellectuele) eerlijkheid, alle zweet en inspanning".(r. michiels) het WOORD is duidelijk groter dan. in het WOORD geloven is zich vrij en vrolijk aan dit groter dan toevertrouwen: op UW woord, het woord van het WOORD, denken, doen en dichten.

de "herders" ("Wij hebben het gezien,...wij maken het bekend". 1 Joh. 1/2-4) maakten bekend wat hun over het kind werd gezegd. dit is on historisch geschiedenis, hoogst en diepst, langst en breedst altijd en overal helemaal gebeuren: in de LIJN op de LIJN van de SCHEPPING en het VERBOND, van Ik zal er zijn voor u, GODS intens aandachtige creatieve aanwezigheid onder ons voor ons, ónze redding door Zijn GEZALFDEN.

 

5. de zending van onze wijze is: op onze door "den engel" verrijkte wijze al wat ons over het kind werd gezegd, d.i. al wat IK (jesjoeah messajah) u heb gezegd, onder ons voor ons bekend te maken. jezus is verrezen opdat wij zouden (kunnen en willen) verrijzen en verrezen mee werken aan de redding van "het gehele volk".

dit is het bijbels verhaal van de geschiedenis, de geschiedenis van gedaante verànderend tot "gewijde" geschiedenis, het woord van gedaante verànderend tot WOORD, tot op ONS gelijkend. tot "omstraald door de glorie van God". de bijbelse mens is die door den engel "geïnspireerd" zich haast om het teken ("een kind in doeken gewikkeld in een kribbe") te zien en te vertellen ("dat het God redt heet en de GEZALFDE, messajah, CHRISTUS, IS"). de bijbelse mens is de "herder" die geïnspireerd het bijbels verhaal intens aandachtig leest en uit dér aard in het verhaal opgenomen wordt zó dat hij niet langer kàn er niét over spreken en zich haast om het te vertellen: het in zijn denken, doen en dichten vorm geeft. het humanisme van den "herder" is een door de inspiratie van den engel verrijkte onze wijze, een hoogst en diepst, langst en breedst bijbels humanisme. een blijde boodschap voor het gehele volk: de on verdeeldheid van het "eer aan God in den hoge" en het "vrede op aarde, voor de mensen die HIJ lief heeft".

die on verdeeldheid is de helderheid en de kracht van de "gewijde" geschiedenis, naar het vóór beeld van den zoon van den timmerman die duidelijk de Verheerlijkte, de GEZALFDE van Jahweh IS. die on verdeeldheid is: op aarde, op weg uit en in een VOLheid die hierennu nù hiér uit Zijn VOLHEID de ene genade na de andere ontvangt, onderweg zijn naar de uiteinde lijke VOLHEID in den hemel.

de "herder" is duidelijk de on verdeelde: in wien alle dualiteit, alle polarisatie, alle verdeeldheid "in den GROND", in de dynamiek van zijn leven, weggenomen is. zijn "gehoorzaamheid", zijn tedere toegankelijkheid voor, zijn vreemde welwillendheid tegenover, redden hem, her scheppen hem van verdeeld (door grote vrees bevangen) tot on verdeeld (zich er heen spoeden en bekend maken wat hem werd gezegd).

de paradox van GODS wijze is dat het on historisch verhaal het enige heldere en krachtige, het enige geloofwaardige, enige levensechte verhaal is, de "gewijde" geschiedenis de levensechte, waarachtige geschiedenis, die voor den "herder" open gaat door zijn bekwaamheid te geloven, de hem gegeven gave der (door het her inneren van den GEEST, de verkondiging van den engel, de omstraling door de glorie van GOD gedragen) verbeelding. "Zij -en zó ook de wijzen uit het oosten- snelden er heen om te zien wat er gebeurd was en wat de Heer hun had bekend gemaakt: Gij zult een kindje vinden dat in doeken is gewikkeld en in een kribbe ligt, een Verlosser, Christus de Heer, en vonden Maria en Jozef met het kindje dat in de kribbe lag" (een Verlosser, Christus de Heer, een grote vreugde die voor het gehele volk is bestemd).

de verbeelding is de bekwaamheid om te zien hoe waar werkelijk en werkelijk waar al wat IK u heb gezegd is: werkelijker en meer waar dan al wat onze zintuigen, ons verstand en ons gevoel ons zeggen. want -méér dan "objectief", "feite lijk"- geheime lijk wonder lijk waar. hoogst en diepst, langst en breedst werkelijk waar: om "in het hart te bewaren". de glans en de levensblos van al wat IK u heb gezegd alleen geven aan wetenschap, cultuur, techniek, economie, politiek, sport en spel, opvoeding en organizatie en welke relatie tussen mensen ook, de werkelijke waarachtigheid, waardigheid en waarde om "in het hart te bewaren".

 

6. dichten is onze geschiedenis in het hart bewaren, d.w.z. de harmonische organische gewoon natuur lijke versmelting articuleren van: onze wijze (dit zich buigen over "den tuin", hem in het zweet van het aanschijn bewerken, "wetenschap, kennis van zaken, arbeid, inzet, organizatie, moed en eerlijkheid"), en GODS wijze uit en in een zich buigen voor, het gehoorzaam bewaren (respect voor de SCHEPPING en het VERBOND, een denken, doen en dichten gedragen, verrijkt en vergroot door het her inneren van den GEEST van al wat IK u heb gezegd) van den OORSPRONG.

dit articuleren is eigen aardig uit dér aardig groter dan de ruimte en den tijd, hoogst en diepst, langst en breedst universeel en innerlijk weerstandig aan elken vorm van consumptie. het is actueler dan elke actualiteit, verrijkt de feiten met uiteinde lijken ZIN en herstelt ze in eer. dichten is onze geschiedenis in eer herstellen, ze tot SCHEPPING om scheppen.

wij mogen niet klagen. (klagen is menslijk, eigen aan onze on verloste, on bevrijde, on bevredigde en on bevreugde wijze). want maar, en toch, en zie: er is in den mens méér dan de mens, het menslijke kan -if we care and are lucky- verrijkt, vergroot, verlost, bevrijd, bevredigd en bevreugd worden. de mens die geluk heeft, klaagt niet, maar gelooft, vertrouwt, hoopt en bemint. d.w.z.: brengt eer aan God in den hoge en vrede op aarde door het -op ONS gelijkend- verrijken en vergroten, verlossen, bevrijden, bevredigen en bevreugden van "het gehele volk".

de dichtende dichterlijke klaagt niet, maar leeft, d.i. herstelt de eer van GOD en van Zijn SCHEPPING en Zijn VERBOND. attentie VOL: hij is er bij; hij bukt zich; hij raapt op; hij reikt over. d.w.z. hij VOLtrekt het uur van GOD.

 

7. dichten is het geluk hebben het uur van GOD te mógen kunnen en te kùnnen mogen VOLtrekken, "de aarde" verrijken en vergroten met "den HEMEL". vreemd, geheime lijk wonder lijk, maar waar werkelijk en werkelijk waar.

dichten is de on verdeeldheid VOLtooien. dit is: die geboren zijn "uit een vrouw, geboren zijn onder de wet" (van den dood) (Gal. 4/4-5) mede helpen verrijzen tot leven, tot eeuwig leven. woord worden uit en in het WOORD: zó als het WOORD dat vlees is geworden (geboren uit een vrouw, geboren onder de wet) en onder ons heeft gewoond, verheerlijkt werd ("Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd." Joh. 1/14).

uit dér aard is dichten "bekend maken" dat niet de dood, de wet van het graf, het laatste woord heeft, maar wel het leven, de wet van het lege graf, van de verrijzenis. GOD, Die LEVEN is, heeft den mens geschapen niet voor den dood, maar voor het leven, d.w.z. om deel te hebben aan het LEVEN. mens worden is hierennu nù hiér al in zijn denken, doen en dichten deelhebbend aan deelnemen aan het LEVEN van GOD. en uit dér aard is dichten deelhebbend aan deelnemen aan het laatste woord: het woord van de VERRIJZENIS van het WOORD.

dichten is de tweede geboorte van het woord: uit water en GEEST. de geboorte uit pasen en pinksteren. het TEKEN van jezus is Zijn verrijzenis (verheerlijking) "Toen Hij dan van de doden verrezen was, herinnerden zich Zijn leerlingen dat Hij dit had gezegd; en zij geloofden in de Schrift ("De ijver voor het huis zal Mij verteren." Ps. 69/10) en in het woord dat Jezus gesproken had ("Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem opbouwen - teken om zó te mogen optreden".(Joh. 2/17-22)

het TEKEN van ons woord is zijn verrijzenis, zijn nieuwe, tweede geboorte: zijn doopsel uit water en GEEST. "...en wat uit den Geest is geboren, is geest." d.w.z. "Gij weet niet vanwaar het komt en waarheen het gaat."

dichten ligt in de LIJN op de LIJN van "Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eengeboren Zoon heeft gegeven, opdat allen die in Hem geloven niet verloren zouden gaan (de wet van den dood), maar eeuwig leven zouden hebben (zouden verrijzen)." het is deelname aan dit gegeven zijn van het WOORD, het her inneren van den GEEST van al wat IK u heb gezegd.

de context van ons woord is het WOORD, al wat IK u heb gezegd, de SCHEPPING en het VERBOND van GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON VERLOSSER en GOD den GEEST VOLTOOIER. ons woord komt tot leven binnen dien context, krijgt er zijn VOLheid van betekenis, zijn waarachtig-, waardigheid en waarde van. die context is zijn natuur lijke plaats, zijn land van herkomst én bestemming, daar GOD het eens te willen koos, enkel zó als HIJ enkel is.

enkel VOLtooit ons woord de on verdeeldheid van al dat leeft: den samenloop en samenhang. poëzie is samenloop der woorden tot samenhang: de vorm van den samenloop der geschiedenis tot samenhang op UW woord: uit en in de on verdeeldheid van den VADERZOONGEEST.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005