|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Het geheim van de rust, het geduld, het bevrijd vrij en vrolijk denken, doen en dichten van den dichtenden dichterlijken is zijn helder inzicht -gave van den her innerenden GEEST- in de relatie tussen ónze wijze en de wijze van GOD. in feite tussen het Hij moet groter worden en het ik moet kleiner worden. het is een relatie op grond van de SCHEPPING en het VERBOND. het is relatie uit verlangen, een vertrouwensrelatie waarin ónze wijze haar ware gestalte, ware betekenis, waren zin "krijgt".
2. er is geen verdriet, er kan geen treurnis zijn. er is alleen nog lof. ónze wijze wordt door de wijze van GOD verrijkt, vergroot, VOLtooid. de GEEST VOLtooit wat HIJ in ons begonnen is. het geheim van de "rust", het geduld, het vrij en vrolijk leven van den dichtenden dichterlijken, is zijn vertrouwen in het VOLtooien van den GEEST, het op Zijn wijze her inneren van al wat de dichtende dichterlijke gezegd heeft. want dit is de grond van de levensgeschiedenis van zijn poëzie: hij geeft ze, uit en in overgave, uit en in VOLLE vertrouwen, uit de hand in de hand van den GEEST, Die waait waar HIJ het wil.
er is geen probleem, geen stof voor literatuurstudie, voor "oefeningen in deconstructie". de studie grijpt naast waar het uiteinde lijk om gaat: zij kŕn het VOLtooien van den GEEST van wat HIJ in de poëzie van den dichtenden dichterlijken begonnen is, niet opsporen, omdat het aan elke methode, deconstructie of welke dan ook, door de literatuurstudie uitgevonden en uitgeprobeerd, ontsnapt. het werken van den GEEST is van een ŕndere orde. het is genade, een gave van den GEEST. HIJ VOLtooit op Zijn wijze ónze wijze, zó als het hoort binnen de Werkelijkheid van de SCHEPPING en het VERBOND. zijn natuur lijke plaats is de "stilte" van de "grot", het op den berg, in de woestin, in den storm op het meer, in den hof van olijven, onder het kruis, vroeg in den morgen als het nog donker is bij het lege graf, in het cenakel met pinksteren, alleen zijn met den ALLENEN. er is geen methode. er is alleen het luisteren: de altijd en overal helemale overgave aan het her inneren van de GEEST.
3. onze wijze vraagt nederigheid, het kruis opnemen zó als jezus van nazareth. het kruis wordt verheerlijking in de verrijzenis. die in de verrijzenis van jezus gelooft, gelooft in de verrijzenis van ónze wijze, in de verrijzenis van ons woord. de LEVENDE toont de wonden in handen en voeten en zijde. de wonden van den dood werden de "tekens van leven". de wonden van den dood in ons woord worden de "tekens van leven". en dit is -hoe paradoxaal ook- waar. de zaadkorrel moet sterven om te leven; ik moet kleiner worden opdat HIJ groter zou worden; ons woord moet "uitgestoten", "verworpen" worden, opdat het WOORD her- en erkend zou worden, opdat CHRISTUS erin zou leven.
ónze wijze is aangewezen op GODS genade. poëzie leeft bij GODS genade. zij wordt "ontvangen van den Heiligen Geest". dit is: de geest van de SCHRIFT, het geheime lijk wonder van het woord van de Wet, de Wijsheid, de Dichters, de Profeten en "de leerlingen". "Gaan zij door een dal van dorre woestijngroei, een oase scheppen zij daar."(Ps. 84/6-8)
4. onze wijze vraagt gehoorzaamheid.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
