|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Al dat leeft is uit zijn aard dichterlijk: verheerlijkt geschapen zijn SCHEPPER. dichten is dit dichterlijke op aarde articuleren, den SCHEPPER verheerlijken. dit is: de SCHEPPING en het VERBOND winnen, hemel en aarde "veroveren". dichten heeft plaats als een dichterlijke een dichtende wordt, als "HEMEL" en "aarde" on verdeeld samen vloeien in ons door den GEEST verrijkt woord. in dit dichten bereikt ons woord -uit Zijn VOLHEID ontvangend de ene genade na de andere- zijn VOLheid. ons woord is zichzelf in zijn baan rond het WOORD. het lééft alleen als het in zijn baan blijft. het lééft van de warmte en het licht van den GEEST van het WOORD. het lééft leven wekkend, het goed werk van een warm en helder denken en doen leverend: de on verdeeldheid van het organisch samenwerken van denken, doen en dichten in den mens, op aarde, is de goede vrucht van het samenwerken van "HEMEL" en "aarde", van WOORD en woord, van GOD en mens.
de WERKELIJKE alleen kan onze werkelijkheid haar Werkelijk gezicht geven. het WOORD alleen kan ons woord het gezicht van het Woord geven: poëzie wordt gemaakt met Woorden, d.i. ónze door het WOORD opgetilde woorden. (wat al een kleine correctie op "On ne fait pas des vers avec des idées, mais avec des mots." is).
2. het wonder van het WOORD onder ons is de geheime lijk wonder lijke kleine correctie (de KLEINE CORRECTIE die de bron, de levens ader van àlle kleine correcties is) die onze geschiedenis grondig van gedaante veràndert tot HEILSgeschieden. jezus CHRISTUS is de mannenmaat van de verheerlijking op aarde van onzen VADER Die in den hemel is. zij betekent inclusief de verheerlijking van de SCHEPPING en het VERBOND waarin de mens centraal staat. den VADER verheelijken geschiedt op aarde, naar ónze wijze op ónze wijze, door het "verheerlijken" van de dingen van de SCHEPPING en den mens; de dingen der SCHEPPING en den mens "verheerlijken" is ónze door GOD verrijkte, vergrote, verméérde wijze van het verheerlijken van den VADER. on verdeeld, on losmakelijk, on verdroten on ophoudelijk. deze on verdeeldheid is de maatstaf van alle door de kleine correctie tot HEILSdenken, -doen en -dichten van gedaante verànderd denken, doen en dichten.
er is in de wereld geen alternatief voor de wereld. er is geen andere juiste baan voor "de aarde" dan op zichzelf draaiend rond "DEN HEMEL" te gaan. in die baan heeft zij alles te winnen; er buiten draait ze zot op zichzelf. het WOORD is de kleine correctie op óns woord, zijn juiste baan. het WOORD verzekert alle seizoenen, dag en nacht. het her inneren van den GEEST van al wat IK u heb gezegd ordent den chaos. poëzie is geordende chaos: het verbijsterend, verbazend, boeiend wonder van GODS geheimenis. het verschijnen van de ster. zij maakt het alledaagse beter.
het WOORD maakt het alledaagse leven beter: veràndert water in wijn. het geheim van ons bestaan is de grootheid van het kleine, de glans van het doffe: zij worden verrijkt, vergroot, verméérd met eeuwigheid. dit is de ultieme rechtvaardigheid van den VADER voor Wien alle kinderen gelijk zijn. het is Zijn correctie op de "rechtvaardigheid" van den mens op aarde. waardering voor het alledaagse is het geheim van die dient: van den meester wiens gebieden dienst is; van den dienaar wiens dienen gebieden is. de kleine correctie is de geschiedenis van het WOORD: "De machtigen haalt Hij neer van den troon, maar Hij verheft de geringen; behoeftigen overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij ledig heen."(Luc. 1/52-53) dit is: het alledaagse leven beter gemaakt, het wonder van de veràndering van water in wijn.
3. het WOORD zegt ons en den GEEST her innert in ons: wij hebben alles te winnen. dit is: HIJ beaamt ons leven, zegt ja (een ja dat een ja is) tegen ons leven, bevestigt het positief (neemt het negatieve weg). het WOORD is wezen lijk POSITIEF: bevrijdt, bevredigt, bevreugdt ons. "...verheugt u niet omdat de duivels u onderworpen zijn, maar verheugt u wel omdat uw namen geschreven zijn in den hemel."(Luc. 10/20) dàt is àlles gewonnen hebben.
Zijn mens wording be tekent én be werkt ónze mens wording, ons tot "een levend wezen" beADEMd zijn. hominisatie is, uit en in de SCHEPPING en het VERBOND, het ordenen van den chaos door den GEEST: vrij worden, ni ange ni bête op aarde; dit is bekwaam tot kiezen tussen on vrij instinct en het vrij beheersen ervan, tussen kwaad (mis gebruik van de vrijheid) en goed (het juist gebruik, naar onze wijze op onze wijze op onze natuur lijke plaats in de SCHEPPING en het VERBOND); luisterend naar den GEEST (met den ADEM meewerkend). er is geen alternatief.
4. het WOORD gaat al goed doend, ons bevrijdend, ons bekwaam makend intens aandachtig voor het alles winnen alles te winnen, onder ons rond. HIJ vervangt (veritas mea et misericordia mea cum ipso) alle vrees door den VREDE (vrucht van het bewust zijn dat onze naam opgeschreven is in den hemel en uit dér aard een VREDE dien de wereld niet kan geven).
die VREDE (op aarde voor alle mensen die aan GOD behoren) is de vaste GROND van de Blijde Boodschap van het WOORD, het UITZICHT van den gelovenden, zijn IN- en DOORZICHT, zijn vrijheid van in de wereld maar niet er van. die VREDE emancipeert den mens, veràndert zijn geschiedenis in HEILSgeschieden, verbetert zijn alledaags leven, veràndert het ( (voor de wereld on aanzienlijke, on gewaardeerde, on gegeerde, on geprezen en on geprijsde) kleine leven van elken dag van gedaante tot schitterend als de zon en wit als sneeuw. dien VREDE winnen is àlles winnen, genezen, geheeld heilig zijn.
de VREDE van al dat vrij en vrolijk leeft op aarde is het stralen van de fascinerende (verbijsterende, verbazende boeiende geheime lijk wonder lijke) dichterlijkheid der "aarde". "de aarde" is grondig vrij en vrolijk: van een innerlijk vuur dat haar alledaagsheid doorgloeit en die vreemde schittering geeft "als in den hemel", in den zevenden hemel. het vuur van de verrijzenis dat in het "Vader, in Uw handen beveel Ik mijn geest" door het kruis van "Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij?" breekt en de stilte vult met den VREDE die niet van den dood, maar van het LEVEN is.
5. de dichterlijkheid van "de aarde" is niét dat zij door GOD verlaten is, maar dat zij gedragen wordt op GODS handen, geschreven is in den palm van Zijn hand. (de literatuur van de wereld is ver dwaasd verdwaald in de verlatenheid: den troostelozen, uitzichtlozen, vreugdelozen VREDElozen on vrede).
het vuur van de harp van sint-franciscus, de tedere viool van sinte-clara: de dichterlijkheid van "de aarde" werd door franciscus uitgezongen in zijn lied van de schepselen, zijn zonnelied. want poëzie is de vrij en vrolijke articulatie van de dichterlijkheid van "de aarde" door den vrij en vrolijken VREDIGEN dichtenden dichterlijken. die den VREDE kennen, winnen den vrede, de gerechtigheid en de heelheid der SCHEPPING. zij winnen gewonnen: naar hùn, door de wijze van GOD verrijkte, vergrote, verméérde wijze op hùn wijze. d.w.z.: zij winnen zichzelf uit en in en door hun verheerlijken van den VADER Die in den hemel is. zij veroveren "de aarde" door haar aanschijn uit de kracht van den GEEST te vernieuwen in vrede, gerechtigheid en heelheid der SCHEPPING.
6. waarom is het woord zo aantrekkelijk, betoverend boeiend? wat bergt het in zich dat zo on weerstaanbaar betoverend boeit, aantrekt en lokt? het lokt, dringt tot naderen, zó als het brandend braambos. terwille van de STEM erin. het is een geheime lijk wonder lijke verschijning om de STEM. het wijst van zichzelf weg naar, doet zichzelf vergeten om de STEM. dàt is het geheim van zijn aantrekkingskracht, zijn verlokkelijkheid, zijn betoverend boeien: zijn de STEM stem gevende zelf verloochening, zijn articuleren van het her inneren van al wat IK u heb gezegd door den GEEST.
het woord wil het aanschijn van "de aarde" vernieuwen, het dichterlijke ervan dichten, "een verhaal samenstellen van de gebeurtenissen die onder ons geschieden, het ordelijk voor u op schrijven om u de waarachtigheid te doen zien van..." al wat IK u heb gezegd. het woord wil de STEM laten horen, het WOORD symbolisch belijdend verkondigen, de Blijde Boodschap, "een grote vreugde, die voor het hele volk is bestemd", onder ons voor ons ter sprake brengen. verVOLd van den GEEST, niét van zichzelf; ter bevestiging van den GEEST, niét van zichzelf; in den geest van allen die niét door den geest van de wereld, maar door den GEEST van het WOORD worden bewogen.
symbolisch. tekenend. ver beeldend. dit is de enige (ons gegeven) wijze om naar ónze wijze op ónze wijze GOD (Dien niemand ooit heeft gezien) onder ons te laten "verschijnen". de GEEST geeft, maakt ons bekwaam het wonen van GOD onder ons, Zijn NAAM van Ik zal er zijn (voor u) te ver beelden, te be tekenen. dit vreemd geheime lijk wonder lijk beeld- en tekenkarakter van het woord is zijn betoverende "schoonheid", waarachtigheid en "goedheid". het helpt ons uit den droom, veràndert onze aarde van gedaante, verbetert, d.w.z. verrijkt, vergroot, verméért onze alledaagsheid van elken dag tot rijker, groter, méér dan, laat onze geschiedenis tot HEILSgeschieden verrijzen.
dit beeldkarakter van het woord is de natuur lijke plaats van de poëzie, van het dichten van de on zichtbare dichterlijkheid van hemel en aarde. in dichten vloeien de gave der dichterlijkheid van hemel en aarde en de gave van het beeldkarakter van het woord samen in den dichterlijken dichtenden. zijn geheim is het her- en erkennen van de gaven. want: de dichterlijkheid "der aarde" is een gave, wordt ons door den SCHEPPER der SCHEPPING én HEER van het VERBOND vóór de voeten aan de voeten gelegd en in handen gegeven; het beeldkarakter van het woord is geen schepping van den mens, maar -if he is lucky- een geschenk, waarvan hij de fascinerende bekoorlijkheid mag ervaren als hem door het her inneren van den GEEST de bekwaamheid der verbeelding wordt gegeven.
het beeld openbaart wonder lijk zichtbaar het on zichtbare én on zichtbaar het zichtbare. het is nooit uitgepraat, uitverteld, uitgelezen. het gaat in de geschiedenis met de geschiedenis mee: morgen lijk altijd nieuw, on aantastbaar door roest of mot of verzuring, groter dan. levend van het LEVEN. het beeld laat de schoonheid, waarheid, goedheid van al dat leeft uit en in den LEVENDEN leven wekkenden vóór ons verschijnen als een VISIOEN: schitterend als de zon en wit als sneeuw.
7. de bekoorlijkheid van het woord is zijn VISIOEN scheppende kracht. het VISIOEN bevrijdt, bevredigt, bevreugdt den mens doordat het hem uit den droom helpt, zijn kruis verrijkt met verrijzenis, hem op aarde al UITZICHT geeft op den hemel. het geeft den mens een TOEKOMST: niet de toekomst van een droom, maar de TOEKOMST van de WERKELIJKHEID: het Rijk GODS, waarvan het WOORD het VISIOEN is. als het woord deelneemt aan het WOORD, is het in goed gezelschap.
uiteinde lijk is de aantrekkingskracht van het woord het WOORD van eeuwig leven: "...en bleven dien dag bij Hem". het WOORD is het UITZICHT van ons bestaan in den tijd, de Werkelijkheid die in het beeld in het woord vóór ons verschijnt "gezeten aan de rechterhand van den Vader" Die in den hemel is. wie het woord schroomvol naderbij komt, hoort de STEM van het WOORD.
poëzie is het, uit en in con spiratie con textueel en intertextueel, homologisch, neologisch, "uit water en Geest", "ontvangen van den Geest", op nieuw geboren woord. het in het geheim van het WOORD ("Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria") opgenomen woord. het is het geheim van de verstrengeling van "HEMEL" en "aarde", van den SCHEPPER en Zijn schepsel (op ONS gelijkend), van het WOORD en het woord. het woord naar ónze wijze op ónze wijze wordt uit en in dit GEHEIM versterkt (verrijkt, vergroot, verméérd) door het WOORD naar GODS wijze op GODS wijze. zó als de SCHRIFT. en uit dér aard is het con spirerend con textueel intertextueel homologisch neologisch.
dit deelhebben en deelnemen aan het GEHEIM van het WOORD is deelname aan de SCHEPPING en het VERBOND, aan de gedaante veràndering van de geschiedenis in HEILSgeschieden, aan de VOLtooiing van onze wijze uit en in Zijn VOLHEID ontvangend de ene genade na de andere. uit dér aard is poëzie een vreemd gebeuren dat alleen uit en in een vreemde welwillendheid, een tedere toegankelijkheid kan gehoord, gezien en getast worden.
poëzie is medewerking van den dichtenden dichterlijken aan de "verlossing" van de schepping: zij is "verlossing" van het woord door het doopsel in den GEEST, het verVOLd worden door den GEEST, het verrijzen in den dood uit den dood tot woord van eeuwig leven; zij is "verlossing" der dingen door ze aan het woord te laten, ze te laten schrijven, herschrijven en schrijven nog den heiligen Name van God (principe, de EERSTE van de SCHEPPING en het VERBOND), het teken in ze ter wereld te brengen; zij is "verlossing" van den mens door het her inneren van al wat IK u heb gezegd.
poëzie is uit en in de verstrengeling van het woord en het WOORD bevestiging van GODS eerstigheid. zij articuleert een intuïtie die niets anders is dan her innering van den GEEST, ordening van den chaos. zij bevestigt de orde als de natuur lijke plaats van den mens: mens worden is opgenomen worden in de ordening van "HEMEL" en "aarde". zij bevestigt de verrijzenis: dat alles te winnen is, dat mens worden wezen lijk betekent -uit Zijn VOLHEID ontvangend de ene genade na de andere- on ophoudelijk on verpoosd on verdroten op weg gaan naar de door GOD geplande VOLheid. mens worden is geheime lijk wonder lijk àlles winnen. het paradijs ligt niet achter ons, maar vóór ons, als UITZICHT en TOEKOMST.
het woord uit mensen geboren en, onderweg, in water en GEEST gedoopt, uit GOD geboren: poëzie, het wonder van de gedaante veràndering van het woord. het woord dat nooit uitgepraat, uitverteld, uitgelezen, uitgebloeid en uitgebloed is, waarop men nooit uitgekeken is. het intrigerende, fascinerende, lokkende, verhullend ont hullende, openbarende woord. for all seasons. het geheim van dit woord is, dat het nooit alleen is. zijn grootheid is zijn schroom. het hoort, ziet en tast het GEHEIM op een af stand. het wint zijn leven door het te verliezen: con spirerend con textueel on verdeeld.
8. het WOORD is de dragende be- en verlichtende con text van het woord van den dichtenden dichterlijken. hij leest het af van de lippen van het WOORD, articuleert het con spirerend, schept het on verdeeld mee. hoe zou het woord hem niet boeien als het WOORD (al wat IK u heb gezegd) hem boeit? want het WOORD wordt gehoord, gezien en getast in het woord van "de leerlingen". het WOORD wilde "verschijnen" in het woord van "de leerlingen". en zó doende heeft HIJ het woord in eer hersteld: verrijkt met den rijkdom, vergroot met de grootheid, verméérd met het méér van Zijn wijze.
de (door het her inneren van den GEEST bewerkte) ontdekking van de aanwezigheid van het WOORD in het woord van "de leerlingen" (het verhaal van de gebeurtenissen, die onder ons zijn geschied, en zoals zij ons door de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord zijn overgeleverd), is het geheim van den dichtenden dichterlijken, zijn VISIOEN van de in eer herstelling, de verheerlijking, de opstanding van het woord door het WOORD. dichten is verVOLd van den GEEST con textueel con spirerend articuleren.
het WOORD moet geloofd worden. Zijn verhaal werd (en wordt) geschreven door de eerste ooggetuigen van Zijn verrijzenis, die zij -uit en in het her inneren van den GEEST- geloofden...zó als Hij zelf het had voorgezegd. geloven veràndert de gebeurtenissen van gedaante: de zoon van den timmerman IS de GEZALFDE, jezus van nazareth IS de CHRISTUS, de man aan den oever van het meer IS de HEER. ons woord heeft uit en in de verheerlijking ervan door het WOORD deel aan die gedaante veràndering: het wordt "bedienaar van het Woord".
de dichtende dichterlijke wordt -in de LIJN op de LIJN van de eerste ooggetuigen- geroepen én gezonden om bedienaar van het WOORD te zijn: HEM hierennu nù hiér symbolisch (gelovend) belijdend te verkondigen. "Woestijn en steppe zullen zich verheugen, jubelen en bloeien de dorre vlakte. Pronken zal zij met lelies, van blijdschap jubelen en juichen."(Jes. 35/1-6a) "De bomen klappen in de handen...,heuvels springen als jonge bokken."(Psalm) "Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd".(Mat. 11/2-11) dit is de GRONDige gedaante veràndering van hemel en aarde, de articulatie door de dichtende dichterlijken van de dichterlijkheid van "de aarde". zó spreekt de HEER én spreken de profeten in den NAAM van den HEER: verstrengeld, con spirerend en con textueel.
het is het OS ad os loquitur: de HEER geeft Zijn Woord den dichtenden dichterlijken in den mond, spreekt door den uit roeping en zending aan de SCHEPPING en het VERBOND meewerkenden mens. en dit gebeuren in de geschiedenis heeft het WOORD in de VOLheid der tijden eens en voorgoed bevestigd toen HIJ het verhaal van de gebeurtenissen onder ons aan Zijn eerste ooggetuigen en hun leerlingen toevertrouwde. het WOORD zelf is de geloofsbrief van het gelovend woord. HIJ laat het zelf deelhebben en deelnemen aan het GEHEIM van Zijn lijden, dood en verrijzenis. waardoor Zijn verhaal óns verhaal is en óns verhaal het Zijne. verstrengeling.
het geheim van de verstrengeling
van de geschiedenis en het geschieden. het is: "de HEMEL", Die uit Zijn aard, logisch, "de aarde" niet kan los laten; "de aarde", die uit haar aard, logisch, naar "den HEMEL" uitziet om verlost, tot een vrijheid, vrede en vreugde die alle zinnen te boven gaan, bevrijd te worden. de SCHEPPER maakt Zijn SCHEPPING los, maar laat ze niet los. en dàt is LIEFDE, het oerGEHEIM van de geschiedenis: los gemaakt is zij niet los te denken van. d.w.z. dat de geschiedenis geschiedend geschiedt uit en in de verstrengeling van "HEMEL" en "aarde", hun OORSPRONG lijke en UITEINDE lijke on verdeeldheid.
het WOORD is de helderste en krachtigste verschijning van deze verstrengeling in de geschiedenis. Zijn VOLHEID maakt de VOLheid der tijden, veràndert de geschiedenis radicaal en voorgoed van gedaante: tot schitterend als de zon en wit als sneeuw, tot geschieden met UITZICHT op. alles begint in het WOORD, alles eindigt in het WOORD: de weg, de waarheid, het leven. óns denken, doen en dichten. op ONS gelijken is gespannen staan op het WOORD, met HEM verstrengeld zijn: eens gaan kijken waar HIJ verblijf houdt; den kop tegen Zijn hart neerleggen; in den man aan den oever den HEER zien; en verlangen: Heer Jezus, kom! (dat is: het geheim van johannes).
het geheim van johannes' woord is het WOORD. een geheim dat alle hanteerders van het woord wel aan het "denken" mocht zetten. een geheim dat zelfs dat van de dichters wel wat doet verbleken. het begint van in den beginne en wordt opgenomen in den nieuwen hemel en de nieuwe aarde van zijn VISIOEN: wat hij hoorde, mocht zien en met de handen tasten, waarin en waarmee hij verstrengeld was.
9. zonder om te zien: VOL van vertrouwen. vertrouwen in de toekomst van ons woord is het helder teken van geloven in het WOORD, in het her inneren van den GEEST. het is - on-, onder- of bewust de erkenning van en het vrij en vrolijk instemmen met het historisch FEIT dat het werk van onze handen gedijt door de hand van GOD, dat ónze wijze (ons woord) uiteinde lijk vruchtbaar is, verrijkt, vergroot, verméérd wordt door GODS wijze (het WOORD). wat àchter ons ligt, is het werk van den GEEST, en niét omkijken is er op vertrouwen dat het "goed" zal zijn, beter dan. beter dan wat de mensen er ook mogen van denken, mee doen en er over dichten.
de GEEST is het universele medium, waarzonder alle media verdorren als gras: dat vandaag groen staat en morgen al in den oven wordt verbrand. de GEEST laat ons woord als het brandend braambos branden om er de STEM van het WOORD te laten horen. HIJ neemt de verantwoordelijkheid voor ons woord op Zich: laat het in de geschiedenis plaats hebben als zijn uur om de geschiedenis van het volk in HEILSgeschieden te verànderen gekomen is.
10. de verantwoordelijkheid van den dichtenden dichterlijken is de verantwoordelijkheid van den GEEST, is met die van den GEEST verstrengeld. zijn geheim is het kùnnen mogen kunnen, zijn deelnemen aan het deelhebben: de vijf gekregen talenten maken het mogelijk er vijf bij te winnen en nodigen daartoe dringend uit. dichten is verADEMen, op ADEM komen, articuleren uit VOLLE borst. het is even den adem inhouden om verrijkt uit te ADEMen. onze geschiedenis is adem benemend, ons HEILSgeschieden herADEMen: goede vrijdag en PASEN, verstrengeling van hemel en aarde.
de gelovende laat los gemaakt zijn SCHEPPER niet los. los gemaakt voor het leven om te leven laat hij den LEVEN gevenden LEVENDEN niet los, om te LEVEN. hij is één en al oor om HEM te horen, één en àl oog om HEM te zien, duizend handen om HEM te tasten én het gehoorde, geziene en getaste in zijn denken, doen en dichten te articuleren. zó als de heuvels op te springen, zó als de bergen in de handen te klappen...ad majorem DEI gloriam. on begrijpelijk en on verklaarbaar: de dwaasheid van den lof, het geheim van het GEHEIM onder ons voor ons.
het GEHEIM gaat ons vóór als een wolk overdag en een vuurzuil 's nachts. "Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd."(Mat. 11/4-5) het GEHEIM ligt vóór ons, wat wij -if we are lucky- horen en zien gaat ons vóór. wie omkijkt, verandert in een zoutzuil, "verzuurt" het ongezuurd paasbrood. wij horen en zien het GEHEIM in het vóór UITZICHT, in de VERTE, als de STER; "Wie Mij volgt, wandelt niet in de duisternis." in het spoor van het WOORD licht "de aarde" op, veràndert de geschiedenis van gedaante, wordt àlles ànders uit en in "En zie, Ik maak alles nieuw". het is niet te geloven. voor den gelovenden verschijnt het alledaagse als niet te geloven. hij kan -on verdroten on onderbroken on verpoosd- zijn ogen niet geloven. het WONDER van de VERTE, het VISIOEN, maakt hem tot ver- en bewondering.
11. ook in lijden en dood. het WOORD veràndert ze uit en in Zijn verrijzenis grondig, van binnen uit, radicaal en voor goed. HIJ is in Zijn lijden, dood en verrijzenis het ons gegeven TEKEN van GODS redden van binnen uit: Zijn genezen van het lijden in het lijden, Zijn doen opstaan uit den dood in den dood. het radicaal en definitief grondig vertrouwen op CHRISTUS' verrijzenis is een geloof dat redt: in de "duisternis" van lijden en dood licht het LICHT van ons verrijzen uit en in Zijn verrijzenis. het is paulus' VISIOEN: de grondige veràndering van ons bestaan uit en in het kerugma van jezus CHRISTUS. het is johannes' VISIOEN: "Gij hebt Hem immers de macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus."(Joh. 17/2-3)
uit dér aard is jezus CHRISTUS onze genezing in ons lijden en onze verrijzenis in onzen dood. uit en in Zijn (onzichtbare) macht worden mensen (zichtbaar) genezen door mensen, ook al worden lijden en dood niet uit de wereld weggenomen. zij worden niet weggenomen, maar van hun "angel" ontdaan, de "duisternis", de "nacht" erin wordt verdreven door een stralende morgen zon: het kennen van den enigen waren God en van Dien Hij gezonden heeft, jezus CHRISTUS.
en dààr aan heeft ons woord deel. en dààr aan neemt het deel als wij dichterlijk dichten: als wij -luisterend naar en instemmend met het her inneren van den GEEST- ons woord in lijden en dood tot LEVEN laten verrijzen, de stralende morgen zon de "duisternis" en "den nacht" laten verdrijven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
