|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel |
De dingen der schepping bergen in zich "beelden", die "vonken" zijn van den GEEST (Creator Spiritus). zij "geven vonken af". de gave der verbeelding is het vermogen die "vonken" op het spoor te komen àls "vonken", én te registreren: te "schrijven", "op te tekenen" door de tijden. de wijnstok, de rank en de druiven is een "bliksemflits" uit den hemel: een licht dat "de aarde" beLICHT tot het verhaal van het VISIOEN van de geheime lijk wonder lijke on verdeeldheid van SCHEPPER en schepping, het VSISOEN van het óns tot homo erectus overeind brengend VERBOND.
1. het beeld is OORSPRONG lijk én UITEINDE lijk on meetlijk rijker, groter, méér dan een vergelijking, een metafoor (de knusse kneepjes van het vak). het schenkt een àndere vreugde (dan het esthetisch genieterig geneugentje van een pedant taal- of woordspelletje): een vreugde die "hart en nieren raakt, de ingewanden ondersteboven keert", brandt als de "vonken", terwille van het LEVENSLICHT. het beeld heeft uit en in de Schepping en het Verbond eeuwig leven. het is een blijvende uitdaging tot de kleine-correctie-met-grote-gevolgen: de bevrijding, ont sluiting van ons bestaan tot een leven dat niét voorbijgaat. uit dér aard bevrijdt, ontsluit het beeld, in ons woord verborgen, ons woord tot een woord dat niét voorbijgaat, een "vonk" van den GEEST, tot "die gezindheid welke ook Christus Jezus bezielde". (Fil. 2/5) het heeft zijn wortels in het paasmysterie: in lijden, dood én verrijzenis. "Als de graankorrel niet sterft, brengt hij geen vruchten voort." (zò openbaart de natuur óns gewoon natuur lijk het geheim van ons bestaan: uit en in de SCHEPPING ons bevestigend, ons overeind brengend uit en in het VERBOND, het "vreemd" verband tussen sterven en LEVEN.)
ons woord leeft uit en in dit "vreemd" verband tussen sterven en LEVEN. de "gezindheid" van de dingen vaart in ons woord zó dat het de natuur "beeldend" gewoon natuur lijk het VERBOND ont sluit, openbaart. gewoon natuurlijk: het geheim van de helderheid en kracht van het beeld is zijn gewoon natuur lijk inspelen op, meewerken met de dingen van de natuur. het is een vrucht van de vreemde welwillendheid, de tedere toegankelijkheid en ontvankelijkheid voor het teken van den dichterlijken. hij lokt niet uit maar wordt uitgelokt, daagt niet uit maar wordt uitgedaagd, hij loopt niet voorop maar volgt.
2. het beeld is de taal, de STEM van den GEEST in ònze stem: de verrijking, vergroting, vermééring van ónze wijze door ZIJN wijze, van ons woord door het WOORD. ook hier is het WOORD niet komen afbreken, maar VOLTOOIEN. het is geen toeval, geen manifestatie van "lokale kleur", dat HIJ in parabels sprak. HIJ heeft het beeld voltooid, het zijn eerste en laatste, zijn volkomen helderheid en kracht gegeven uit en in ZIJN "gezindheid" van vertellen ad majorem DEI gloriam, opdat de VADER zou verheerlijkt worden. HIJ neemt uit de schepping (wat aan GOD toekomt) om den SCHEPPER te verheerlijken (aan GOD te geven). de voltooiing van het beeld is de "vonk" van den GEEST, Die Zijn GEEST is. zij schept een àndere beeldspraak.
gelijkend op het WOORD voltooit de dichtende dichterlijke de beeldspraak tot "beeld": tot onze "aarde" be- en verLICHTende "vonk" van den GEEST. d.w.z. tot een "beeld"spraak waarin de SCHEPPER en het schepsel, het schepsel door de geheime lijk wonder lijke verLICHTing van de SCHEPPER, "tot hun recht komen". een "beeld"spraak die -met grote gevolgen- een kleine correctie op de beeldspraak is.
de "beeld"spraak is de glorie van de poëzie: de druiven aan de rank aan den WIJNSTOK, door den dichtenden dichterlijken tot wijn geperst en gegist. poëzie wordt ons gegeven als de wijn van de druiven aan de rank aan den WIJNSTOK: een geheime lijk wonder lijk circuit tussen WOORD en woord, "door de tijden".
de dichtende dichterlijke is de titelverdediger van de "beeld"spraak", het op het WOORD gelijkend, uit en in het WOORD levend, met het WOORD verbonden woord. en uit dér aard is hij een voorvechter van de "heelheid" van de schepping. zijn franciscaanse geest is geen bevlieging van romantisch allooi, maar de kern van zijn VISIOEN, geen door berekening afgedwongen rationeel verdedigings- en overlevingsreflex, maar een door het Woord en het WOORD gedragen vrij en vrolijk verheerlijken van den SCHEPPER door welwillend instemmende medewerking met HEM. een bewarend bewerken van den tuin. "beeld"spraak bewaart doordat zij de dingen der schepping in eer herstelt, verlost tot VOLheid van betekenis voor óns, en hun een "eeuwig" leven geeft door woorden die niét voorbijgaan.
3. men vergisse zich niet. ten eerste: àlles is gave. talent, charisma, bekwaamheid. ten tweede: de gave wordt verder gegeven, de GEEST laat het talent, het charisma, de bekwaamheid "werken". de GEEST geeft de gave: voltooit ze in den "schrijver" én den "lezer". HIJ gaat met Zijn gaven om naar Zijn wijze op Zijn wijze. dat betekent voor den "schrijver" dat wat hij "zaait" groeit "terwijl hij slaapt", en voor den "lezer" dat wat hij "opraapt" welwillend door boöz wordt bezorgd.
geloven is redding: bevrijding, bevrediging, bevreugding terwille van de geheime lijk wonderlijke helderheid van in- en uitzicht en kracht die komen van den GEEST. een wisselwerkend on verdeeld mógen kunnen en kùnnen mogen uit en in den NAAM van den VADER, Zijn ZOON en Hun heiligen heiligenden GEEST. het VISIOEN van de SCHEPPING en het VERBOND ont sluit zich uitsluitend vóór de ogen van die geloven. en die geloven bevestigen het uit en in hun geloven. kwetsbaar in de wereld, on kwetsbaar niét er van. de gezindheid van die uit den GEEST in den GEEST geloven: "Laten wij op het huis voor Hem een kleine kamer metselen en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp zetten; als Hij dan bij ons aankomt, kan Hij daar Zijn intrek nemen." (2.Kon. 4/10)
4. zich vergissen is mens lijk, onze wijze is er gevoelig voor. zich niét vergissen is GOD lijk, Zijn wijze sluit elke vergissing uit. de waar heid van GODS wijze behoedt den GODgezinden mens -met de hulp van Zijn WOORD en den GEEST Die in den mens alles wat IK u heb gezegd her innert- voor vergissing. uit dér aard is zich beroepen op errare humanum est geen verontschuldiging, laat staan een goedpraten. het is op zijn best de nederige erkenning van de kwetsbaarheid van onze aan zichzelf overgelaten, op zichzelf teruggeworpen, op zichzelf vertrouwende wijze. alleen die zijn vergissing her- en erkent, leert er uit. men vergisse zich niet. uiteinde lijk is het beter zich niét te vergissen. zich vergissen in waar het ons uiteinde lijk om gaat, is dodelijk: de vergissing van zijn leven. halsstarrigheid, koppigheid, waanzin.
geloven is geen gissen. het is het geluk hebben deel te kunnen nemen aan "de gezindheid die ook Christus Jezus bezielde: gehoorzaam te worden tot den dood van het kruis". in en uit dit deelnemen te verrijzen. geloven is hoe dan ook een verrijzeniservaren: geen gissen, laat staan een zich vergissen. een horen, een zien, een spreken, een lopen, een overeind komen, een gezuiverd zijn, een uit het graf komen en losgemaakt on geremd on gehinderd mogen kunnen gaan.
schrijven is deelnemen aan de verrijzenis van jezus CHRISTUS en de verlenging ervan in het verrijzenisgebeuren "door de tijden". die schrijft, blijft: on verpoosd on verdroten on onderbroken altijd weer levend uit het graf geroepen door het her inneren van den GEEST. opdat niets zou verloren gaan. schrijven is "het leven geven aan", "ter wereld brengen". die schrijft, kiest den kant van het leven, "het beste deel".
leven geven is uit en in den GEEST van den SCHEPPER de schepping uitbouwen, ont vouwen en ont sluiten. het woord op ONS gelijkend ont sluit de Schepping als "de grote daden van den Heer", én het Verbond als de trouw van JAHWEH aan Zijn Schepping: Ik zal er zijn. zó als het WOORD: de VOLHEID van uitbouwen, ont vouwen en ontsluiten van de Schepping en het Verbond. ons woord geeft leven uit en in den GEEST van het WOORD, uit Zijn VOLHEID ontvangend de ene genade na de andere om uit te bouwen, te ont vouwen en te ont sluiten. ons woord geeft leven op UW woord.
het woord op UW woord geeft "informatie van boven" (dr s. ernst) over de SCHEPPING en het VERBOND, over den OORSPRONG en het UITEINDE van onze geschiedenis: ons bestaan in een ànder LICHT, ons bestaan met UITZICHT. het ont sluit een àndere wetenschap en een àndere (levens)techniek: een bevrijdend (genezend, reddend), bevredigend en opvrolijkend denken en doen. in wijn verànderd water. op UW woord wordt ons woord "vanachter mijn beesten gehaald" (Amos 7/15) vanachter "de kudde". het wordt profetisch, van een orde ànders dan die der informatie van de wetenschap en de nuttigheid van de techniek. het wordt VISIOEN, een "wonder lijke visvangst" voor geen uitleg, geen rationeel wetenschappelijke verklaring vatbaar.
5. op UW woord wordt ons woord niet alleen helder "informatief van boven", maar ook krachtig "performatief". het doet ons iets, het doet ons doen. het gaat niet voorbij, het ene oor in en het andere uit. het geheim van het woord op UW woord is het wonder der bekering: de "lezer" keert er zich -geheime lijk wonder lijk, uit en in den GEEST- naar toe, luistert er naar, gehoorzaamt er aan. ànders dan de stortvloed van words words words raakt het, grijpt aan en in en bewerkt het leven. "Luistert naar Hem" is "doet wat Hij u zeggen zal". zó wordt water wijn.
het woord op UW woord doet wonderen. het veràndert het leven van gedaante: het wordt een wijze van er op aarde te zijn verrijkt, vergroot, verméérd met de wijze van er in den hemel te zijn. de on verdeeldheid van "informatie" en "performatie, het verrijzen uit de on verschilligheid, het dilettantisme der consumptie, de dodelijke verdorring der corruptie. een àndere orde, een àndere "wereld": de orde en de "wereld" van de openbaring.
onze wijze is niet alleen afgestemd op zintuig lijk waarnemen, verstande lijk denken, harte lijk voelen en willen, maar ook op verbeelding lijke bereikbaarheid door en vatbaarheid voor de dingen van GOD. zij is afgestemd op "aarde" én "HEMEL". on verdeeld. de mens is altijd en overal helemaal betrokken op en bij "de aarde" én "den HEMEL". "de HEMEL" werpt door de zelfopenbaring van GOD aan de mensen een LICHT op "de aarde" dat ze aan de mensen ànders dan doet verschijnen: als de natuur lijke plaats van de mensen in de SCHEPPING en het VERBOND, de natuur lijke plaats van hun bóven natuurlijke geschiedenis.
met àlle gevolgen van DIEN voor ons denken, doen en dichten. "Na Pinksteren is er nog slechts Pinksteren. Na het hoogtepunt van de Geest wordt elke nieuwe dag een Geestgebeuren. Wie de Geest ontvangen heeft, kent geen andere tijd meer dan het HIER en NU van de Geest." (br benoit standaert) de gelovende mens heeft het geluk zijn "ontvangen van den GEEST", zijn "uit GOD geboren zijn" een kans te geven als zaad in goeden grond. geluk te hebben is het geluk van die in GOD gelooft, én in jezus CHRISTUS, én in den GEEST: altijd en overal, en on verdeeld helemaal.
| << vorige << | inhoudstafel |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
