|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. De dichtende dichterlijke is de "wielwaal, die van rijpe kersen,/ uwen roden gorgel spoelt,/ ziele, die zichzelf te persen/ in den mond van God bedoelt". dit is: genoeg, én, -als gij eens let op- àlles: on uitputtelijk. poëzie is: riet ten tande/ die het zacht tot suiker bijt. het beeld is in "de aarde" ingeschapen aanwezig. dichten is het er uit los maken, het bevrijden van het "overtollige", het "verzamelen" tot zijn welsprekenden vorm (zoals de beeldhouwer michel angelo het stelt).
dichten is het ons gegeven beeld uit de schepping ophalen, ont delven, van al wat het bedelft, wegstopt, ontdoen en het schitterend als de zon en wit als sneeuw tot zijn nobilis forma verzameld laten verschijnen. lezen is het riet zacht tot suiker bijten. dit is: HOREN, ZIEN en TASTEN dat "alles wat van Mij is, is ook van u". (Luc.15/31) de dichtende dichterlijke, zijn poëzie, het beeld, dichten en lezen lopen en gaan en hangen on verdeeld samen uit en in de SCHEPPING en het VERBOND, d.w.z. uit en in GODS initiatief, GODS eerstigheid, GODS VOLHEID. het wonder is overal aanwezig als datgene dat ons overstijgt en toch naar onze wijze op onze wijze voor ons genoegzaam bereikbaar is...if we are lucky, uit en in her innering. verwondering hoeft ons uit der aard niet te verwonderen. integendeel: ons niét verwonderen moet verwonderen.
2. het wonder is het dichterlijke onder ons. de dichterlijke mens is die door het wonder wordt geraakt, gefascineerd, de mens die zich verwondert én uit der aard al dat leeft bewondert. hij is de àndere mens, de van gedaante verànderde, geheeld gehele, on verdeelde mens. de mens van het VISIOEN, van het beeld dat een hem gegeven teken is van de OORSPRONG lijke en UITEINDE lijke on verdeeldheid van HEMELenaarde. de mens in wien het BEELD, het op ONS gelijkend, vrijgekomen is.
het reële "object" van onze ver- en bewondering is nog min noch meer het wonder. het wonder bevrijdt, bevredigt en bevreugdt. het heiligt. het maakt "de aarde" bewoonbaar als het ons gegeven beloofde land, "het land zelf", "het land dat Ik u zal wijzen". het wonder is het teken van het beloofde land: niet door ons gemaakt, maar door GOD gemaakt en ons gegeven. ver- en bewondering zijn het teken van ontvankelijkheid: vrij en vrolijke instemming met en gehoorzaamheid aan. geloof, hoop en liefde. zich verwonderen en bewonderen wortelen in bereidheid en bekwaamheid tot ontvangen met open armen en open verstand en open hart. en uit dér aard met dankbaarheid. reikhalzend reiken zij tot in het wonder van de vóór de oren en ogen, handen en voeten van gedaante verànderde "aarde". tot in onze her- en toekomst, den GROND en den ZIN van ons bestaan, waarin àlles ànders, àlles nieuw wordt, àlles VOL.
3. het geheim van den mens is dit reikhalzen naar de VOLheid van het "op aarde zoals in den HEMEL": VOLheid van denken, doen en dichten uit en in ZIJN VOLHEID. dit is: een GRONDig en ZINvol ànders denken, ànders doen en ànders dichten dan: geheime lijk uit en in het GEHEIM, wonder lijk uit en in het WONDER. uit en in den GROND met beide voeten op den grond.
met beide voeten op den grond reikhalzen naar betekent de nederige her- en erkenning van ónze wijze hierennu nù hiér, én her- en erkenning van GODS WIJZE als OORSPRONG en UITEINDE. met beide voeten op den grond is het realisme van den gelovenden mens: de grond rust op den GROND ons geopenbaard, door het WOORD uitgesproken en door den GEEST her innerd. het geheim van den grond wordt ons beLICHT door het WOORD en den GEEST voor ons door "de leerlingen" geschreven in de SCHRIFT. d.w.z. in woorden die niét voorbijgaan, die on uitputtelijk prijsgeven en on verpoosd on verdroten vernieuwen...voor die gehoorzaam luisteren. geloven is met beide voeten (geheel, on verdeeld, vrij en vrolijk) op den grond staan die rust op den GROND van het WOORD voor ons gesproken en in ons her innerd door den GEEST. en uit dér aard een VASTEN grond. "Ik zal u duidelijk maken op wie hij gelijkt die naar Mijn woorden luistert en er naar handelt. Hij gelijkt op de man die bij het bouwen van zijn huis diep had gegraven en het fundament had gelegd op de rotsgrond." (Luc. 6/47-48) de grond om met beide voeten vast op te staan is jezus CHRISTUS: het beeld van den VADER én het beeld van den mens, van ons. dit is: de ON VERDEELDE, de GEHELE, de VOLLE.
4. de vaste grond van ons woord is het GROND WOORD, ons gegeven om naar te luisteren en te handelen in wat "de leerlingen" schreven en schrijven, en ons duidelijk gemaakt door het her inneren van den GEEST. ons woord groeit tot de hoogte en diepte, lengte en breedte van de mannenmaat van jezus CHRISTUS uit en in het her inneren van den GEEST. "de aarde" veràndert geheime lijk wonder lijk van gedaante tot den vasten grond die rust op den GROND, ons woord veràndert van gedaante tot op ONS gelijkend, tot GODSspraak van JAHWEH: riet ten tande zacht tot SUIKER gebeten, wijn van den WIJNSTOK: die de wonden ontsmet, den dorst laaft, het hart verblijdt. en dat zijn de kenmerken van echte poëzie.
if we are lucky: ons woord een wijsheid die rijker, groter, méér is dan. een genezende, lavende, verblijdende wijsheid: hoogst en diepst, langst en breedst humaan uit en in ZIJN mens lievendheid. ons woord kiest het leven: beADEMd wordt het een levend levenwekkend woord. het laat -op een afstand, anoniem, ont ledigd- GOD de ruimte om te SCHEPPEN. het schept GOD de ruimte latend om te SCHEPPEN, en uit dér aard op ONS gelijkend. het construeert geen vragen, maar is antwoord, scheppend woord, lof van de SCHEPPING en het VERBOND, van GODS eerstigheid.
het leven kiezen is GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST "kiezen". dit is: het geluk hebben het mógen kunnen te verwezenlijken tot kùnnen mogen kunnen. het is een groot geheim: het GEHEIM van GODS eerstigheid, van den OORSPRONG lijken en UITEINDE lijken niét voorbijgaaanden LEVENDEN uit en in WIEN al dat leeft levendig levenslustig lééft. het leven kiezen is het leven in zijn VOLheid uit ZIJN VOLHEID verkondigen: het VOL denken, VOL doen en VOL dichten, het naar onze wijze op onze wijze VOLtooien de VOLTOOIING ervan aan den GEEST overlatend.
het geheim van het kùnnen mogen kunnen is de geheime lijk wonder lijke bekwaamheid ruimte te scheppen voor het SCHEPPEN van den GEEST Die de grondige en zinvolle on verdeeldheid tot stand brengt. en uit dér aard is het leven kiezen gekenmerkt door: zich verblijden, vieren, zingen, juichen, prijzen, verheerlijken en danken...in de LIJN op de LIJN van de vertellers, de profeten, de psalmdichters en wijzen van de SCHRIFT. (een zilverwitte weke vis die duikt en...die gevangen is, voorgoed.)
denken, dichten, doen: on verdeelde vrijheid, vrede, vreugde. d.w.z. verbonden met DIE van de aarde is opgeheven en allen tot ZICH trekt van de aarde omhooggeheven worden en allen tot HEM trekken. denken, dichten en doen is gesteund op het STEUNPUNT: "de aarde" opheffen tot schitterend als de zon en wit als sneeuw, tot op ONS gelijkend. het leven kiezen is geheime lijk wonder lijk mógen kunnen en kùnnen mogen leven: vrij en vrolijk de SCHEPPING en het VERBOND bevestigen, bewarend bewerkend in eer herstellen. het "spook" van den dood door het LICHT van den GEEST verjagen en alleen nog on geremd, on verlamd, on belemmmerd on verpoosd on verdroten léven. ja. uit en in de on verdeeldheid van twee woorden die er één geworden zijn. het leven kiezen is opteren voor het VISIOEN, het WONDER van Ik zal er zijn voor u. dit is: het WONDER van onze "verdubbeling", onze on verdeelde verbondenheid met OORSPRONG en UITEINDE, onze door GODS eerstigheid verrijkte, vergrote en verméérde tweedigheid, ons bloeien en vrucht dragen als rank aan den WIJNSTOK. het VISIOEN is het aanschouwelijk antwoord ons gegeven al vóór de vragen. in het LICHT van het VISIOEN krijgen de vragen geen kans, blijken zij overbodig als het spel van een verweesd verstand. het VISIOEN is het helder antwoord dat in het WOORD zijn vorm en inhoud krijgt, vooraf, niét na.
5. het VISIOEN is het geheim van het VOORAF: het in den beginne waaruit en waarin elke mens plaats heeft met UITZICHT op. het is de verVOLLING van ons hierennu nù hiér, zijn antwoord dat het schept. daar waar het verstand met al zijn vragen verloren loopt, overspoeld wordt door een niet te stuiten vloed van vragen nà vragen en uit dér aard niet tot een bevredigend antwoord komt, ligt het VISIOEN als antwoord vóór alle vragen ons vóór de voeten aan de voeten in het helder oplichten van tekens voor helder zienden uit geloven, hopen en beminnen: uit en in het VOORAF nooit zonder UITZICHT. want het UITZICHT ligt geborgen in het vooraf: het is er vooraf, als de grond van geloof, hoop en liefde. zó is het VISIOEN te zelfder tijd het geheim van het UITZICHT: van onze "geboorte" en "verrijzenis".
geluk hebben is den OORSPRONG en het UITZICHT zien hierennu nù hiér. d.w.z. dit nù hiér verrijkt tot rijker dan, vergroot tot groter dan, verméérd tot méér dan uit en in den OORSPRONG en het UITZICHT. wij staan nù hiér verder dan: vast in het VOOR en NA. geluk hebben is nù hiér verder zien: verder denken, verder doen, verder dichten. nù hiér al voorbij, nù hiér al voltooid worden uit en in ZIJN VOLHEID VOLTOOID. al wat wij denken, en doen, en dichten wordt VOL alleen uit ZIJN het voltooiende VOLHEID. dàt is het ongehoorde, verbijsterende, verbazende, wonder lijk boeiende ons bevrijdende, bevredigende, bevreugdende VISIOEN van de tot schitterend als de zon en wit als sneeuw van gedaante verànderde "aarde".
dit is het VISIOEN jezus CHRISTUS, de mens geworden GOD den ZOON: de grond van den gekerstenden mens, den christen, den in HEM gelovenden, op HEM hopenden en HEM beminnenden mens. de rest wordt hem er bij gegeven als er gewoon natuur lijk bij behorend, er aan deel hebbend. in dit VISIOEN kunnen wij horen, zien en tasten wat op ONS gelijkend concreet, werkelijk betekent. het is niet min, een schat: in een aarden pot en uit dér aard "verborgen", maar een SCHAT.
wat zien wij? men miskijkt zich op den aarden pot. die "aards" kijken, verkijken zich op de SCHRIFT (lezen te rap en te letterlijk), en uit der aard op het WOORD. en dàt is een grote, een fatale vergissing. wij constateren dat velen het geheim van de woorden van "de leerlingen" verloren, zo niet verspeeld hebben. en dit is niet niets. gebiologeerd door "een riet, door den wind bewogen, een mens in zachte kleren gedost", spelen de rappen en de letter lijken "den profeet, ja, Ik zeg u meer dan een profeet" kwijt. de wet van ons denken, doen en dichten is: dat zij niét als een riet door den wind worden bewogen, dat zij niet in fijne kleren gedost gaan, maar dat zij "een kemelharen mantel en een leren heupkleed om de lenden dragen en hun voedsel bestaat uit sprinkhanen en wilden honig". dit is: de wet van zelfs geen steen te hebben om er het hoofd te laten op rusten.
de in ons her innerenden GEEST gaat noch rap, noch letter lijk te werk. HIJ verklaart ons de SCHRIFT op ZIJN uur, ont sluit ons wat HIJ in "de leerlingen" her innerde en ons als een SCHAT in een aarden pot aanbiedt, waar, wanneer, hoe en waarom HIJ dat wil. uit en in het geheim van ZIJN eerstigheid geheime lijk wonder lijk, langzaam en grondig. HIJ leert ons lezen: dit is ons denken, doen en dichten gronden op het woord van "de leerlingen", ZIJN WOORD. voor die het geheim van de SCHRIFT verliezen, verduistert het WOORD tot letter, tot een legen aarden pot, een klankloze gebarsten kruik, tot literatuur, zo niet tot fabels, mythen. met het gevolg dat hun denken verduistert, hun doen verduistert, hun dichten verduistert.
wat zien wij? de grote ironie van het leven dat de verlichting "de aarde" verduistert tot niets méér dan aarde, een lege (SCHATloze) gebarsten klankloze kruik: een gebarsten denken, een gebarsten doen, een gebarsten dichten, fijne kleren over een skelet, een "spook", een stroom, een over stroming van words, words, words, schoon verpakte pakjes met niets er in, etalagerekwisieten: verlokkelijk en leeg.
de SCHRIFT IS VOL van een verbijsterende, verbazende, wonder lijk boeiende "verklaring", "verLICHTing" van al dat leeft, ons bestaan met al wat bestaat. ZIJ is een WOORD dat alle woorden VOLt, waaruit en waarin alle woorden hun betekenis, hun OORSPRONG lijken en UITEINDE lijken ZIN krijgen. de SCHRIFT openbaart den dag van onze geschiedenis als den dag van den HEER, den derden dag: VOLTOOIING, VERRIJZENIS. ons denken, doen en dichten staan en bestaan in het TEKEN van den dag van den HEER, die de VOLHEID van de tijden, van ónzen tijd is. de dag van den HEER schittert als de zon en is wit als sneeuw. er is voor onzen dag geen natuur lijker plaats om plaats te hebben, om dag te zijn. in het LICHT van dien dag verdwijnt al wat duister is, verliezen de dingen hun schaduw, is het antwoord er al vóór de vragen. de dag van den HEER is een wilde en onvervalste pracht: eerlijk tegenover het materiaal van de SCHEPPING en uit en in het VERBOND eenvoudig van vorm. de dag van den HEER is de natuur lijke plaats voor ons woord: de ruimte waarin het on geremd, on verpoosd, on verdroten eerlijk tegenover het materiaal en eenvoudig van vorm de SCHEPPING en het VERBOND onder ons voor ons op onze wijze kan duiden. dit is: de eigen on vervreemdbare plaats van GOD; de eigen on vervreemdbare plaats der dingen; de eigen on vervreemdbare plaats van óns: in de geschiedenis samen on verdeeld.
dié on verdeeldheid is het geluk van een mens. gelukkig zijn is het geluk hebben te leven in on verdeeldheid, in vollen dag. poëzie is tenslotte de volle duiding van den vollen dag, het antwoord dat er al is vóór de vragen. leven is het VISIOEN zien, met àlle gevolgen van dien. echte filosofie is niét de werkelijkheid bevragen, maar ze on bevooroordeeld, on gehecht, on eigenzinnig, on eigengereid vrij en vrolijk teder toegankelijk SCHOUWEN: zich laten her inneren. d.w.z. het VISIOEN ondergaan: er in onder gaan én er nieuw uit geboren worden VOL van denken, VOL van doen en VOL van dichten: "gedoopt" in den heiligen GEEST.
6. dichten is uit en in VOL denken en VOL doen het woord bevrijden tot zijn OORSPRONG lijke en UITEINDE lijke VOLheid uit en in de VOLHEID van het WOORD. "Naar wie anders zouden wij gaan? Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven." het is een vreemd in de wereld zijn: een ànders denken, ànders doen, ànders spreken en ànders schrijven. in de wereld, maar niet ervan. een in dat reikhalzend over "het menselijk tekort" heen reikt, het van gedaante veràndert. een in dat onze wijze op haar natuur lijke plaats bewaart en bewaardt verrijkt, vergroot, verméérd met haar OORSPRONG en UITEINDE. een in met UITZICHT: een denken, doen en dichten vervuld van OORSPRONG lijk UITZICHT. OORSPRONG en UITEINDE verVOLLEN de tijden op de wijze van her innering door den GEEST van al wat IK u heb gezegd. zij verVOLLEN al dat leeft met GODS eerstigheid, met IK zeg u. dit is: op ONS gelijkend wordt ons denken een, door den GEEST vervuld, ànders denken, ons doen een, door den GEEST vervuld, ànders doen, ons dichten een, door den GEEST vervuld, ànders dichten.
in den beginne (d.i. waar àlles begint) was er GODS denken, GODS doen en GODS woord: samen, één. uit die EENHEID wordt onze éénheid, de on verdeeldheid van ons denken, doen en dichten, geboren ontvangen van den GEEST. een beADEMd "levend wezen", van eeuwig leven: UITZICHT lijk UITEINDE lijk. het geheim van "een levend wezen" is de GEEST. de GEEST promoveert het aan onze wijze eigen in de wereld tot de verrijkte, vergrote, verméérde wijze van niét ervan. het vreemde van dit vreemd gebeuren is dat het onze wijze niét vervreemdt, maar het eigene ervan onderstreept en bevordert tot rijker, groter, méér dan. het in VOLheid tot EIGENE verheft. het geheim van ons in is het niet ervan. het niet ervan is het geheim van de VOLtooiing van ons in, het geheim van zijn gedaanteveràndering. het niet ervan maakt het in nieuw, "verdubbelt" het.
de "verdubbeling" van ons woord is MIJN woord in ons woord, het geheim van het wonder dat ons woord - op een afstand, ont eigend, ont ledigd, anoniem- jezus CHRISTUS aan het woord laat: zijn GEEST erin de overhand laat. dit is de fundamentele 100-procentige omkeer van wat wij -rationeel, eigenmachtig- actief noemen tot reëel vruchtbaar passief. het rechtzetten van een onderhuidse vergissing. de passiviteit van het eerst "naar HEM luisteren" blijkt de vruchtbare, efficiënte activiteit te zijn die onze activiteit activeert tot een reëel efficiënte activiteit, tot "een levend wezen" in plaats van een spook. woorden zijn spoken indien zij niet door den GEEST tot "levende wezens", tot waarachtige en waardige duidingen van de WERKELIJKHEID verVOLd zijn. zij spoken onthutsend lichtzinnig geschreven en gewreven meer dan ooit onder ons rond: halfvolle melk houdbaar tot, kranten, tijdschriften, boeken, en boeken over boeken, en boeken over boeken over boeken "vullend".
de taal is een schimmen spel geworden, spreken een beetje wind uitlaten. woorden blijken gevaarlijk te zijn, en die het gevaar bemint, dreigt er in te vergaan, op zijn best klotsend tussen half vol en half leeg tot, in een stroom van op "ervaring" gebaseerde ieder zijn waarheid, bedreigd te zinken. het spook van de ervaring, van het in zonder het niet ervan, zit op den troon "in fijne kleren uitgedost". reële ervaring heeft plaats uit en in het TEKEN van het niet ervan. zij is een verhoogde en verdiepte, verlengde en verbrede "waarneming" van het in de wereld. spreken, schrijven is de articulatie van deze reële ervaring: ons woord duidt ze, zij verVOLt ons woord. dit is het geheim van den adel van ons woord, zijn wonder lijke VOLheid. het is het geheim van de poëzie: een door VOLheid van ervaring verVOLd woord duidt, d.w.z. laat verschijnen een in VOLheid ervaren werkelijkheid: de WERKELIJKHEID van ons in de wereld niet ervan zijn.
de mens is uit en in het op ONS gelijkend verrijkt met gave én opdracht, geroepen zijn bestaan in al wat bestaat VOL te ervaren. d.w.z. uit en in mét de hoogte en diepte, lengte en breedte van de mannenmaat van jezus CHRISTUS' ervaring zó als zij ons verschijnt uit en in de woorden van "de leerlingen". d.w.z. uit en in door het her inneren van den GEEST van VOLHEID van die ervaring verVOLde woorden. uit dér aard zijn de woorden van "de leerlingen" het prototype, het model, het voor- en toonbeeld van poëzie, de STEM van den meester van den dichtenden dichterlijken. uit dér aard is dichten on verdeeld instemmen met, unisoon meeklinken, her innerend laten verschijnen van al wat IK u heb gezegd. vreemd on vervreemdend het óns eigene EIGEN lijk onder ons voor ons stellen. d.w.z. onze wijze in haar VOLheid uit en in ZIJN VOLHEID. de eerste ervaring van het WOORD door "de leerlingen" werd verVOLd, op nieuw geboren door het her inneren er van door den GEEST. dit gebeuren is het model van het op nieuw geboren worden van ónze ervaringen in de wereld door het her inneren er in van hun niet ervan zijn van deze eerste ervaringen door den GEEST...if we are lucky. die niet te rap en niet te letter lijk het woord van "de leerlingen" leest, het boekje opeet, wordt met VOLHEID vervuld, heeft ànders, nieuw plaats in de wereld, bij VOLLE verstand. de woorden van "de leerlingen" ont sluiten de eerste ervaringen tot de grote, verbijsterende, verbazende, boeiende ERVARING van het VERRIJZEN van al dat leeft tot LEVEN dat niét voorbijgaat. de ERVARING van het en tóch, maar, en zie.
7. het is onthutsend met welk een gemak men vandaag de "traditionele antwoorden" afschrijft, voortgaande op de ervaring dat zij "de dagelijkse ervaringen van jongeren, vrouwen, mannen nog nauwelijks raken". niét de jongeren, vrouwen en mannen met hun dagelijkse ervaringen wordt een verwijt toegestuurd, maar de "traditionele antwoorden". alsof de werkelijkheid niet zo zou zijn dat die jongeren, vrouwen en mannen niet meer bekwaam zijn de "traditionele antwoorden" te lezen (geestelijke alexie) en uit dér aard hun ervaringen op te trekken tot de WERKELIJKHEID van den GROND van hun leven: het WOORD als antwoord vóór de vragen. er is het WONDER: het WOORD is vlees geworden, antwoord vóór de vragen, het reële grote traditionele ANTWOORD. er is het wonder: het vlees wordt WOORD: ons woord wordt als gave en opdracht van GODS mens lievendheid gelijkend op het WOORD. ons woord krijgt uit en in zijn gelijken op het WOORD het statuut van antwoord vóór de vragen, van reëel traditioneel ANTWOORD. in dit geheime lijk wonder lijk gebeuren komt de GROND, d.w.z. het bevredigend ANTWOORD, dat alle vragen voorkomt omdat het ons er vóór gegeven wordt, te voorschijn. het geneest doordat het eerstig het ziek zijn (en uit der aard de noodzaak te genezen) voorkomt. "Stel jij je ook de vraag: Hoe kan ik zelf staande blijven in deze maatschappij?" het "traditioneel antwoord" was en is (al gegeven vóór de vraag): "Indien de HEER het huis niet bouwt, bouwen de knechten vergeefs." "Zonder Mij kunt gij niets." (ook niet staande blijven). dit antwoord werd en wordt "ervaren" als WERKELIJKHEID in deze maatschappij, onder ons, door die het geluk hebben er toe bekwaam te zijn. dit ANTWOORD blijkt het nooit te begeven, te blijven "raken". waar het "de dagelijkse ervaringen nog nauwelijks raakt", is er iets mis niét met het ANTWOORD, maar met die ervaringen, met de bekwaamheid tot ERVAREN: heeft de grote om keer niet plaats gehad, de wezen lijke fundamentele veràndering van gedaante van het in onder den inslag van het niét ervan.
er is geen andere bevrijdende, bevredigende, bevreugdende spiritualiteit dan die van den GEEST die ons leert en her innert al wat IK u heb gezegd. dit is: de reëel traditionele -óns door het woord van "de leerlingen" overgeleverde en aangereikte- SPIRITUALITEIT van den GEEST die alles nieuw maakt. exclusief inclusief, passief creatief, exhaustief en OORSPRONG lijk UITEINDE lijk. er wordt geen ander teken gegeven. het komt er op aan het geluk te hebben dit TEKEN te zien, er "zoekend" niét aan voorbij te gaan, zich eerder teder toegankelijk te laten vinden dan eigen willig, eigen handig, eigen dunkelijk en eigen machtig op zoek te gaan. "Uw hemelse Vader weet al (vóór gij het vraagt) wat gij nodig hebt." de gave gebeurt in overgave; overgave actualiseert de gave.
("In de Werkplaats voor Theologie en Maatschappij zoeken mensen van verschillende leeftijden, naar een bevrijdende spiritualiteit,..."). het eerste werk in de werkplaats voor theologie en maatschappij is het leren en her inneren van den GEEST, het tweede er naar luisteren en verlicht, in dit LICHT, doen en dichten. de EERSTE ADEM is het leven van den tweeden adem. alleen de EERSTE ADEM maakt reëel weerbaar, geeft het concreet antwoord al vóór de vragen, is de grond van een concrete praktijk. de echte "zoekers" komen eens kijken, letten eens op, hoe..., laten zich vinden, ook als zij van jeruzalem zijn weg gegaan terug naar emmaüs. de ons vóór de voeten, geworpen problemen in de wereld zijn problemen van de wereld. zij kunnen alleen weggenomen of tenminste draaglijk gemaakt worden door al dat leeft van niét ervan. "Mijn rijk is wel in, maar niet van de wereld." wij kunnen alleen op adem komen, den tweeden adem vinden, door den EERSTEN ADEM. alleen beADEMd worden wij "een levend wezen". alleen beADEMd wordt het woord in ons WOORD: VOLheid uit VOLHEID.
8. mogen kunnen spreken. het geheim van het woord gaan vermoeden en het geluk hebben er langzaam door gefascineerd en -weerloos- ingepalmd te worden. het geheim van waarheid en waarde: het rijker, groter, méér dan. het WOORD wacht geduldig om óns woord te worden: inschikkelijk, on weerbarstig, on weerstandig neemt het den vorm aan dien wij het geven om inhoudelijk te schitteren als de zon en wit te zijn als sneeuw. het laat zich inpalmen door die ingepalmd zijn door het geheim dat groter is dan.
spreken wordt door de on verdeeldheid van het mógen kunnen en kùnnen mogen kunnen: door het geschieden van het geheim van de SCHEPPING en het VERBOND, door VOLTOOIING van wat de GEEST heeft begonnen. het is niet niets, het is vernieuwing van het gezicht van "de aarde". het is bezorgdheid, intens aandachtige aanwezigheid: eerlijk tegenover het materiaal en eenvoudig van vorm. spreken is "de aarde" vernieuwen, de kleine correctie aanbrengen die al dat leeft van gedaante veràndert tot TEKEN van de heerlijkheid van GOD en onze heerlijkheid als deelhebben en deelnemen eraan. spreken is helder en krachtig water, BRON water, in WIJN verànderd water: het geheim van die wonder lijke bewonderenswaardige uitwisseling tussen WOORD en woord, woord en WOORD.
spreken duidt, ont sluit ons denken en doen waardoor het is gedragen. het belicht belicht, het draagt gedragen, het bewaart bewaard en bewaardt bewaard. on verdeeld. het dobbelt niet, het is, "verdubbeld", on dubbelzinnig, enkel. het verblijdt het hart met zijn waarheid en waarde. langzaam langdurig langmoedig. bevrijdend bevredigend bevreugdend. spreken is vrijuit uiten, voor de vuist, zonder blad vòòr den mond, los lippig, on gebonden, on bepaald, on beperkt, on onderdrukt. het woord is vrij, de taal is levenslustig open, heeft levenslustig plaats onder den inslag van het dichterlijke.
de dichtende spreekt onder den inslag van het dichterlijke vrijuit, voor de vuist, zonder blad vóór den mond, los lippig, on gebonden, on bepaald, on beperkt, on onderdrukt, levenslustig. zijn taal is uit en in het GEHEIM van het WOORD zijn geheim, op ONS gelijkend: zijn taal, zijn woord. vrank en vrij vrolijk. grondig dichterlijk: booms en bijbels, on verdeeld "aards" en "HEMELS", met UITZICHT. zijn taal is UITZICHT, UITKOMST, UITEINDE: vrank en vrij vrolijke articulatie van datgene waarom het ons uiteindelijk gaat als wij denken, doen en dichten.
zijn woord helpt uit den droom, verdrijft de spoken. met de tekens van "de aarde" in zich is het, voorbij den dood, een teken van LEVEN dat niét voorbijgaat. angstloos open openend op de ruimte die groter is dan onze ruimte, op den dag die groter is dan onzen dag. het is de articulatie van een langzaam en on letterlijk lezen van ons bestaan.
9. de jacht, de gejaagdheid van dit tijdje doet te rap en te letter lijk lezen, zodat wat er werkelijk staat niet wordt gezien. de meeste mensen kunnen niet lezen: noch "de aarde", de taal der dingen, het teken in ze; noch de woorden, die wezen lijk de vorm van het teken zijn, die de dingen duiden zó als ze zijn. er wordt ontzettend veel onleesbaars gedrukt voor ontzettend veel leesonbekwame mensen. er wordt in de rapte gedrukt, in de rapte gelezen, en de leegheid ervan wordt in die rapte niet gezien, niet gemerkt, niet eens vermoed.
kunnen lezen is een "verdubbeld" talent: het langzaam on letterlijk zien van "den HEMEL" in "de aarde", van het WOORD in ons woord. het is een gave van GODS mens lievendheid, een ongehoord on schatbaar geschenk. die gave is de grond van ons spreken. spreken is: door het gelezene gefascineerd gegrepen en tot vertalen gedreven dit gelezene in woorden laten verschijnen, duiden, ont sluiten. een wonderbare wisselwerking: die niet kan lezen, kan niet schrijven.
lezen is mens lijk: de fundamentele bekwaamheid die ons van het dier onderscheidt. lezen is een eigenschap, een kenmerk van ónze wijze: de bekwaamheid in de nabijheid van het rijker, groter, méér dan te komen, de bekwaamheid om helder te zien, gelovend te zien, ànders te denken, en uit der aard ànders te doen en ànders te dichten. lezen maakt een mens. wij lezen onze plaats in de geschiedenis: onze ruimte en onzen tijd, onze waarheid en onze waarde in de on verdeeldheid van al dat leeft. onze identiteit. een mens worden is het geluk hebben te leren traag en on letterlijk lezen.
10. uit dér aard is schrijven mens lijk: de bekwaamheid het gelezene te ver talen, te articuleren, een vorm te geven waarin het blijvend blijft, blijvend on achterhaalbaar, on doodbaar, on sterfbaar blijft blijven leven. dit geschreven woord gaat niét voorbij: noch het gelezene dat het duidt, d.w.z. helder en krachtig laat verschijnen onder ons voor ons; noch de levenslust die het eigen is en kenmerkt en dien het put uit de levenswaarachtigheid van het gelezene. dit geschreven woord leeft levenslustig levenswaarachtig on eindig. en uit der aard verheldert en bekrachtigt het ons leven levenslustig levenswaarachtig onophoudelijk. scripta manent.
schrijven onderscheidt ons wezen lijk, ons wezenlijk eigen en wezenlijk kenmerkend, van het dier. het is over en in ons gekomen uit en in het OORSPRONG lijk op ONS gelijken, het beADEMd zijn door den GEEST. het is niet wezen lijk een techniek, een kneepje van vakmanschap, maar het tekenen van den LEVENSADEM, het dansen van ons on verdeeld bestaan onder den inslag van den GEEST. onze wijze is wezen lijk de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde", van al wat zichtbaar en onzichtbaar is: wat zichtbaar is onthult het onzichtbare, is uit der aard méér dan alleen maar zichtbaar, alleen maar "aarde". de "aarde" is nooit eenzaam, nooit verlaten, nooit alleen; wat onzichtbaar is verrijkt, vergroot, verméért het zichtbare. de "HEMEL" trekt de "aarde" aan en op.
11. ons woord vindt zijn natuurlijke plaats in dié WERKELIJKHEID van on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde". het is aards HEMELS, HEMELS aards. zichtbaar ont hult het het onzichtbare, altijd en overal helemaal naar onze wijze op onze wijze voor onze wijze. spreken en schrijven zijn wezen lijk onze wijze lijk: aards, zichtbaar, ont hullen zij onze on verdeelde verbondenheid met het HEMELSE, het onzichtbare. ons woord komt tot zijn VOLheid uit en in deze on verdeelde verbondenheid. alleen on verdeeld is het heel. uit der aard is het wezen lijk meer dan een klank, een letter. het is letter lijk GEEST. het ademt klank lijk GEEST uit, leeft van den GEEST. de rest is letter kunde.
de letterkunde neigt ernaar ons woord te beroven van den GEEST: "het te overvallen, uitteschudden, vreselijk te verwonden en half dood achter te laten". spreken en schrijven is het vernederde woord tegen de letter kunde beschermen, het op heffen, in eer herstellen, vervullen van den GEEST. spreken en schrijven is de natuur lijke orde van de SCHEPPING en het VERBOND laten verschijnen in woorden die ontvangen zijn van den GEEST en maagdelijk geboren: OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk, in verloste en verrezen, on letterlijke GEEST lijke woorden.
de taal wordt bedreigd door de neiging van welke vorm van klank en letter kunde dan ook zichzelf in het centrum van de belangstelling te stellen, "de eerste plaats aan tafel in te nemen". de grote GAST is de GEEST, het WOORD. het begin van den klank en de letter is GODS eerstigheid, niét de waan wijsheid en waan zin van den mens. de schoonheden van het woord, zijn vreemde, bekoorlijke, wonderlijke eigenschappen van klinken en beelden staan OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk in dienst van den GEEST, als "onnutte knechten". de taal eist, geschapen en verbonden, eerstig respect voor dié orde, voor de natuur lijke plaats van het woord in de SCHEPPING en het VERBOND. dit is: voor het wonder van in WIJN verànderd water. spreken en schrijven is plaats hebben van het wonder dat water in WIJN veràndert, het wonder dat ons woord her innering is van al wat IK u heb gezegd.
dit gelijken van ons woord op het WOORD is de vreemde wijze van leven van ons woord: het verborgen leven van die LEEFT er in. dàn komt uit ons woord een vreemde ervaring te voorschijn: de intuïtie, het HOREN, ZIEN en TASTEN van de ons dragende, ons verhelderende en bekrachtigende grote historische WERKELIJKHEID van GOD onder ons, met, in en voor ons. d.w.z. de "verdubbeling" van onze wijze met de WIJZE van GOD. zij is vreemd omdat zij een geloofservaring is, niet gegrond in de menslijke wijsheid, maar in de WIJSHEID van den GEEST. "Gij hebt ons bijeengebracht": onmogelijke woorden, chinees voor die niet geloven; gedurfde woorden van een verbijsterende, verbazende, wonder lijke, fascinerende werkelijkheid voor die gelooft. de GEEST doet ze leven, maakt ze mogelijk als GROND van hun waarheid en waarde.
ons woord reikhalst naar den GEEST. dit is: naar het wonder dat water in WIJN veràndert. het eerste teken van het WOORD is het begin van alle woorden. ons woord begint waar het doet "wat HIJ u zeggen zal": "Vult de kruiken met water. (Zij vulden ze tot boven toe.); Schept er nu uit en brengt het naar den hofmeester. (Zij brachten het.); het water was wijn geworden." (Joh. 2/7-9) deze "Zijn heerlijkheid openbarende en Zijn leerlingen tot geloof brengende" gedaanteveràndering is de heerlijkheid van de poëzie, van "den goeden wijn tot nu toe bewaard".
geloven, doen wat HIJ u zeggen zal, veràndert het water van het woord in den wijn van ons op HEM gelijkend, GEEST lijk woord. in een groot, historisch woord, het woord van den leerling. de leerling is die gelooft in GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST. geloven is te zien aan zijn wijze van denken, doen en dichten: zijn woorden zijn wezen lijk ànders dan, van gedaante verànderd, "in het verborgene" niét van deze wereld al zien zij er in de wereld uit als van de wereld. zij zijn van de orde van het wonder.
het woord dat wij uit en in dit denken en doen "boetseren", is van de orde van het wonder. het laat geloven verschijnen in "verdubbeld" talent. zijn maatstaven zijn àndere dan: achter "gesloten deuren". het woord dat óns woord geworden is, treedt binnen óók als de deur gesloten is. GEEST lijk: van den GEEST zó als de GEEST. zijn geschieden correspondeert met de verschijningsverhalen, is van de orde van het geloof. zijn uur is het uur van PASEN en PINKSTEREN, van den derden dag in den achtsten, van de contemplatie. het uur van den GEEST die wat HIJ begint, VOLTOOIT.
het woord dat óns woord wordt, heeft plaats op "het professioneel niveau" van die op ONS gelijkt: het niveau van die door den GEEST geplaatst wordt in "de sacrale orde boven ons", 10 meter boven den platten grond. het reikhalst naar "de universele harmonie" van het op aarde zoals in den hemel. het laat niets verloren gaan. het woord dat ons overgeleverd gegeven wordt, reikhalst naar óns woord te worden, om beADEMd gedoopt te verrijzen tot eeuwig leven.
12. de dichtende dichterlijke is de prins die het slapende doornroosje wakker kust. zijn leven wekkende kracht is het her inneren van den GEEST. uit en in den OORSPRONG is zijn woord vóór en uit en in het UITEINDE nà wetenschappelijk. het is wezen lijk pre en post logisch: een wijze van zijn die eigen is aan en kenmerkend voor het verhaal en het beeld (symbool). een wijze die ons hiér en nù te lezen gegeven wordt in de SCHRIFT. een wijze die niét voorbijgaat: de SCHRIFT blijft, blijft ons verbijsteren, verbazen, wonder lijk boeien met een HELDERHEID die er is vóór de vragen, de brandende helderheid van het verklarend woord van het WOORD gericht tot de "leerlingen van emmaüs". zijn woord is een met brandend hart terugkerend woord, verhelderd en gevoed door het WOORD.
dichterlijk is die -verhelderd en gevoed- met brandend hart aanwezig is op aarde, in de wereld. en uit der aard ook bij het woord. en uit der aard reikhalst de dichterlijke naar dichten: moeiteloos gewoon vanzelf sprekend, moeiteloos in zich door den GEEST latend her inneren al wat IK u heb gezegd. de dichtende dichterlijke is als bezeten door zijn zorg voor het woord: eerlijk en eenvoudig. eerlijk tegenover het hem gegeven materiaal, eenvoudig in zijn spreken. hij geeft het woord waar het OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk recht op heeft: den leven wekkenden ADEM van den GEEST. hij bezielt de letter met den GEEST, bevrijdt het woord van het hem opgedrongen keurslijf van het cliché, de gemeenplaats, de dubbelzinnigheid van de hypocrisie en de schimmigheid van het niets zeggen met veel woorden. hij brengt het terug naar en laat het drinken aan de BRON.
het woord is geen eigendom. het staat aan allen behorend in dienst van allen. de dichtende dichterlijke is de dienaar van het woord uit en in zijn dienst aan het WOORD, aan den GEEST die zijn woord vervult, verVOLt met al wat IK u heb gezegd. de dichtende dichterlijke haalt het woord uit zijn ballingschap terug, naar huis, naar het land zelf: van de bomen en den bijbel, de SCHEPPING en het VERBOND. het land van de VOLheid uit ZIJN VOLHEID, van vlees en bloed opgetrokken door MIJN VLEES en MIJN BLOED.
GOD de ZOON is GOD én vlees en bloed. VLEES en BLOED. "Mijn vlees eten en Mijn bloed drinken" betekent VOL jezus als mens (h)erkennen. de logica van den VADER SCHEPPER is zó dat de mensen HEM kunnen herkennen in de verschijning van MIJN vlees en bloed. én erkennen. dit her- en erkennen vraagt van den mens een dubbele nederigheid: die van GOD aan te hangen in het mens zijn van jezus CHRISTUS, d.i. GOD te zien via MIJN vlees en bloed, de strategie van GOD om naar onze wijze op onze wijze aan ons te verschijnen te aanvaarden "zonder morren"; die van de erkenning van ónze wijze, de bereidheid GOD te herkennen op onze wijze, en uit dér aard in te stemmen met MIJN vlees en bloed, met de mens wording van GOD den ZOON als de aangewezen wijze waarop wij GOD ervaren. in feite betekent dit het afwijzen van het spectaculaire, het "mirakuleuze", en het vrij en vrolijk aanvaarden van en zich toeleggen op het "booms en bijbels". Mijn vlees eten en Mijn bloed drinken is ónze wijze erkennen als dé wijze om in relatie met GOD te staan.
GOD de ZOON is mens geworden opdat wij ons mens zijn ten VOLLE zouden waarderen en er "zonder morren" zouden mee instemmen. boven dien heeft HIJ door Zijn GOD zijn onze menselijkheid verrijkt, vergroot, verméérd met deelhebben aan de WIJZE van GOD, met op ONS gelijkend. Mijn vlees eten en Mijn bloed drinken voedt óns mens zijn en voedt het op (erziehen, optrekken).
bij sint-paulus vinden wij de uitdrukking: "door Zijn vlees". d.w.z. door middel van ZIJN mens zijn heeft jezus CHRISTUS de verdeeldheid weggenomen en àlle mensen om geschapen "tot één enkelen nieuwen mens": den mens "die niet meer leeft, maar in wien CHRISTUS leeft". d.i.: de mens van vlees en bloed op de wijze naar de wijze van MIJN VLEES EN BLOED. de mens, ni ange, un roseau. en uit der aard heeft hij de boodschap van den engel nodig om GODS aanwezigheid op aarde aan den lijve te ervaren. un roseau pensant: en uit der aard ni bête, bekwaam om te spreken, zijn ervaring van de boodschap van den engel te articuleren. de samenwerking van den ENGEL met den mens én van den mens met den ENGEL is wezen lijk op aarde. zij resulteert in de VOLheid van den mens, de realisatie van het OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk op ONS gelijkend. dit is: de verlossing van "de aarde" met de medewerking van den mens als geplaatst (daar GOD u eens te willen koos) op aarde en uit "aarde" geboetseerd, maar verrijkt met den ADEM van GOD.
de mens wordt VOL uit en in de her- en erkenning van zijn wijze, van zijn natuur lijke plaats: op aarde zoals in den hemel. dit is: vrij en vrolijk samenwerkend met den ENGEL. uit dér aard heeft zijn spreken iets ENGEL achtigs: de aanwezigheid van den GEEST er in, Die uit en in ZIJN eerstigheid wat HIJ begint VOLTOOIT. ons spreken wordt -if we are lucky- GEHEIME lijk geheime lijk en WONDER lijk wonder lijk verrijkt, vergroot, verméérd met BEGIN en VOLTOOIING. in de LIJN op de LIJN van de SCHRIFT, het WOORD van GOD.
in zijn spreken valt het dier achtige van den mens af en krijgt hij iets ENGEL achtigs. en dit gebeuren is rijker, groter, méér dan het "pensant" van pascal kan zeggen. het is een geheime lijk wonder lijk gebeuren, dat aan ons verschijnt op de wijze van het visioen, de wijze van spreken van GOD. het licht op in het LICHT van den GEEST, en het pinkstergebeuren (dat ons in het pinksterverhaal verschijnt) kan ons laten ZIEN wat dit betekent. alle spreken licht alleen in VOLheid op in het LICHT van den GEEST, uit ZIJN VOLHEID ontvangend de ene genade na de andere. ons spreken is OORSPRONG (SCHEPPING) lijk en UITEINDE (VERBOND) lijk GODS GEHEIMENIS: een spreken naar de WIJZE van GODS spreken, ENGEL achtig, SCHRIFT achtig. spreken is een door ons geboetseerde ervaring door den GEEST beADEMd tot een levendige ervaring, "een levend wezen": een ons door den GEEST geleerde en in her innering gebrachte ervaring, gelijkend op al wat IK u heb gezegd. de ervaring van een leerling. de leerling van het WOORD is van alle tijden en alle plaatsen. hij is wezen lijk de plaatsvervanger van het WOORD, diegene uit en in en door wiens woord het WOORD wil gehoord worden. en dit te negeren, weerbarstig te weigeren, is de zonde tegen den GEEST. tegen de kleine-correctie-met-grote-gevolgen: den GEEST van GOD op aarde.
spreken is het aanbrengen van de kleine-correctie-met-grote-gevolgen. spreken is getuigen van in den NAAM van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST. het is een daad die hoogst onze wijze laat verschijnen, hoogst menselijk is, helder en krachtig door het "in den beginne was het WOORD" bevestigd wordt en het op zijn beurt bevestigt. ons spreken begint in het BEGIN, laat dit BEGIN hierennu nù hiér naar onze wijze op onze wijze verschijnend plaats hebben met al de kenmerken van het UITEINDE in zich. het is gave en opdracht: geholpen, geleerd, herinnerd opdat de VADER, de ZOON en de GEEST verheerlijkt zouden worden.
spreken is zelfbevestiging: beginnend in het BEGIN worden wij UITEINDE lijk VOLTOOID. een mens is zó als hij spreekt. de taal wordt door die geluk hebben verVOLd van den GEEST. het is een geheime lijk wonder lijk gebeuren, rijker dan lezen en schrijven, filologie, taalwetenschap en literatuur: al deze dingen van den mens met een kleine correctie verrijkt, vergroot, verméérd tot verVOLd van den GEEST.
het geheim van het verVOLd woord is het op aarde zoals in den hemel. uit en in geloven in den NAAM van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST werpt het een "vreemd", HEMELS licht op de aarde, dat "de aarde" van gedaante veràndert: GOD is met ons (Ik zal er zijn voor u); GOD redt (jeshoea); Ik zal met u zijn tot het einde van de aarde. dit is: het LICHT op GROEN.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
