Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

Het wonder van ons woord (1991)

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

Verdubbeling

 

1. De daden van den HEER worden ons ontsloten door het woord van den HEER. het WOORD -ons aangereikt in het woord van "de leerlingen"- vervult de daden, laat ze in hun VOLHEID voor ons verschijnen. zij spreken en spreken aan door het woord: deze geheime lijk wonder lijke eigenschap van onze wijze. ons -in den OORSPRONG en het UITEINDE gegronde- woord verVOLt de daden met OORSPRONG en UITEINDE, met den geest van den GEEST. "in MIJN NAAM", "op UW woord".

spreken, het woord articuleren, is een gave van den GEEST, verrijking, vergroting, vermééring van onze wijze. de geest van dit woord is dezelfde als DIE het BOEK begon, in stand houdt en voltooit. en uit dér aard is dit ons gegeven BOEK de context waaruit en waarin dit woord zijn VOLLE betekenis krijgt. als iemand schrijft:"Als spiritualiteiten elkaar in Hem verstaan, kunnen zij elkaar liefhebben, één zijn en kracht uit elkaar putten. En in die eenheid zullen ook culturen van elkaar gaan houden en elkaar leven geven.", dan bevestigt hij de waarheid, waarde en waardigheid van het door den GEEST gedragen, vervuld en verVOLd woord. de GEEST is het levensbeginsel, de levensenergie en voltooiing van elke waarachtige, waardevolle en den beADEMden mens waardige cultuur, de éne, éénmakende ziel van alle culturen. een cultuur wordt volwaardig uit en in de SCHEPPING en het VERBOND. de rest is literatuur: een vogel die niet vliegt, niet kàn vliegen.

 

2.1. het is een wonder onder ons dat -door het werk van den GEEST- de levensechte en waarachtige werkelijkheid van de bestaande wereld en ons bestaan er in voor ons in haar VOLheid verschijnt "in gelijkenissen", in beelden. de GEEST spreekt tot ons "in gelijkenissen", d.i. de HEM gewoon natuur lijke eigen wijze. door het beeld heft de GEEST onze beperktheid van waarnemen, denken, voelen, doen en spreken enigszins maar genoeg voor ons op. het beeld belicht de werkelijkheid van al dat leeft op een verbijsterende verbazende boeiende wonder lijke wijze met het LICHT van den GEEST, dat wij kunnen ZIEN door de ons door den GEEST gegeven gave der verbeelding. de VOLheid van het wonder onder ons is dat HIJ niet alleen het beeld, maar ook de verbeelding (het vermogen om het beeld te zien) geeft.

2.2. de mens schept alleen "op ONS gelijkend", "op UW woord", nabootsend. ónze wijze van scheppen is nabootsend. en dat is geen vernedering van den mens, maar een veredeling. want dit scheppen overtreft on eindig het scheppen op een eigenzinnige, eigengereide, eigenmachtige en eigenwanige wijze. al denken velen er ànders over.

een waarneming wordt "een levend wezen" als zij verrijkt, vergroot, verméérd wordt door den haar beADEMenden GEEST. en dit geldt evenzeer voor een gedachte, een gevoel, een daad, een woord. de GEEST "verdubbelt" die waarneming, die gedachte, die daad, dat woord. d.w.z. HIJ leidt óns in de VOLLE werkelijkheid -de on verdeelde één heid van hemelenaarde- binnen door ze ons te leren en in herinnering te brengen.

ons spreken wordt dichten. d.w.z. ons woord -verbonden met de waarneming, de gedachte, het gevoel, de daad- verrijkt, vergroot, verméért, d.i. "verdubbelt" die waarneming, die gedachte, dat gevoel, die daad tot VOLheid. ontsluiten wordt ont sluiten wat gesloten is, openen, den toegang ertoe mogelijk maken. herinneren wordt her inneren, opnieuw binnen brengen, grondig laten kennen, niét vergeten. vermeerderen wordt vermééren, er méér van maken, het méér dan op doen lichten, van het hiér is er méér bewust maken. enz.

2.3. wij kunnen niet -indien wij de VOLLE werkelijkheid niet willen verliezen- buiten de ons overgeleverde en uit der aard "oude" woorden. zij zijn "levende wezens", gaan niét voorbij, reiken on eindig ver voorbij elke technische (taal)discussie, zó als àl dat leeft. zij hebben hun VOLheid niet prijsgegeven, begeven het niet. zij moeten door ons -intens aandachtig bij ze aanwezig- "veroverd" worden, zò dat wij ze beseffen (hun VOLheid smaken, hun on verdeelden samenhang met VOL waarnemen, denken, voelen, doen en dichten).

het levend woord heeft iets te vertellen op grond van zijn innige verbondenheid met een "rijke" waarneming, een "rijk" denken, een "rijk" voelen, een "rijk" doen. d.i. een met her innering van al wat IK u heb gezegd verméérd waarnemen, denken, voelen en doen, met den WIJNSTOK verbonden en uit der aard "verdubbeld" en on dubbelzinnig. het dubbelzinnig woord is verdeeld en brengt verdeeldheid voort. zijn natuur lijke plaats is de "technische discussie". maar niet de gelijkenis, het beeld. het beeld is on dubbelzinnig. het "verdubbelt" de waarneming, de gedachte, het gevoel, de handeling: plaatst ze in de on verdeelde éénheid van het onverborgene en het verborgene, van "de aarde" en "den HEMEL", van de feiten en hun GEHEIM: het GEHEIM van al dat leeft.

2.4. buiten het geheim (uitgeschud en voor dood achtergelaten) is de mens verdeeld, verminkt en verloren: een dubbelzinnig woord dat zijn heil zoekt in "technische discussies" en niet merkt dat het verhelderend GEHEIM "in gelijkenissen" hem vóór de voeten gelegd ligt.

 

3.1. de GEEST van GOD den VADER en GOD den ZOON legt ons de wijsheid van de "verdubbelde" werkelijkheid "in gelijkenissen" vóór de voeten. het GEHEIM is hoor-, zicht- en tastbaar heel dicht bij (naar onze wijze op onze wijze) aanwezig. HET vraagt alleen die vreemde welwillendheid tegenover, die tedere toegankelijkheid voor, die gaven zijn van den GEEST. men vertrappe HET niet, men trappe HET niet weg, men bedelve HET niet onder clichés.

3.2. gelovend aanwezig zijn is grondig ànders aanwezig zijn: grondig ànders waarnemen, denken, voelen, doen en dichten. het zelfde is ànders, geheime lijk wonder lijk ànders: water is wijn.

hetzelfde woord is -wonder lijk, op UW woord- grondig ànders: een uit klei geboetseerde vogel de vliegt. de ADEM van den GEEST maakt het woord dat wij naar onze wijze op onze wijze "boetseren" naar ZIJN WIJZE op ZIJN WIJZE tot "een levend wezen": een ons leven verhelderend én bekrachtigend woord. elk woord van ons wordt een helder (en uit der aard verhelderend) en krachtig (en uit der aard kracht gevend) woord. een ons leven scheppend woord, zó dat ons waarnemen, denken, voelen, doen een levend, levendig en levenslustig waarnemen, denken, voelen en doen worden. leven wordt een geschieden van feest tot feest, waar vissen vis vangen wordt in overvloed, brood overvloedig vermenigvuldigd wordt, water in overvloed van wijn veràndert, stormen worden "gestild", blinden helder zien, verlamden springlevend lopen, doofstommen klaar horen en vlot spreken. een grondig blij bestaan uit en in de Blijde Boodschap, al wat IK u heb gezegd.

3.3. d.w.z. dat het geheim van de leven wekkende helderheid en kracht van ons woord deel heeft aan het GEHEIM van de LEVEN wekkende helderheid en kracht van GODS WOORD. dat óns woord werkt op UW woord: uit en in den NAAM van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST. het geheim van ons woord is zijn waarheid, waardigheid en waarde, niet uit en in zichzelf (men heeft u gezegd dat...), maar uit en in den GEEST van de WAARHEID (maar IK zeg u dat...). dit geloven veràndert de zaak zó dat gij ànders gaat leven: on verdeeld met dit woord ànders waarnemen, ànders denken, ànders voelen, ànders doen, d.i. uit en in den GEEST. en vice versa: on verdeeld met dit uit en in den GEEST ànders waarnemen, denken, voelen, doen ànders spreken. d.i. gelovend spreken on verdeeld met gelovend HOREN, ZIEN en TASTEN. VOLheid van leven is on verdeeld gelovend ZIEN en gelovend spreken; gelovend spreken is on verdeeld één met VOLheid van leven uit gelovend ZIEN; BOEK delen spreken.

3.4.1. het BOEK is prototype van ons woord. HET is het woord als duiding van feiten gegrond op die feiten. het "verdubbelt" die feiten doordat het wezen lijk geloofsgetuigenis (her innering van den GEEST, boodschap van den ENGEL) is, gegrond op een gebeuren, op feiten (geschiedenis van de SCHEPPING op aarde). het gebeuren is geladen met een de zuivere feitelijkheid ("aarde") overschrijdenden ZIN die geGROND is in den OORSPRONG en het UITEINDE van het gebeuren. een transcendente ZIN.

in het BOEK articuleert het woord on verdeeld: én de feiten van het gebeuren, d.w.z. de naar onze wijze op onze wijze hoor-, zicht- en tastbare gegevens die den ZIN dragen en voor ons HOOR-, ZICHT-, en TASTbaar maken; én den ZIN, die uit de feiten van het gebeuren straalt voor "de ogen van het geloof", die de feiten 10 meter bóven den platten grond opheft.

de "verdubbeling" der feiten, hun geladenheid met ZIN, is geGROND in de SCHEPPING en het VERBOND, in de intens aandachtige helende aanwezigheid van GOD onder ons en met ons. in een geloofsgegeven:ik geloof in GOD den VADER, SCHEPPER en EERSTE van het VERBOND; in GOD den ZOON, HELER, EENMAKER, SAMENWERPER; in GOD den GEEST, LERAAR, HERINNERAAR.

3.4.2. en dit is de grondintuïtie, het grondthema van het BOEK, de GROND ZIN dien het woord (GODS woord) aan de hand van de feiten articuleert. en -if we are lucky- in die LIJN op die LIJN articuleert ons woord aan de hand van de feiten dien GROND ZIN. d.w.z. dat HEMEL en aarde on verdeeld onder ons aanwezig zijn en ons woord -zó als dat van het BOEK, op ONS gelijkend- geroepen is deze on verdeeldheid onverdeeld te articuleren: waarachtig, waardig, waardevol, eerlijk tegenover het ons gegeven materiaal en eenvoudig van vorm. en dat is het geheim van die het woord geen geweld en doen: de dichtende dichterlijken.

 

4.1. dichten is die wonder lijke bekwaamheid het woord geen geweld te doen. het is -blijkbaar- niet iedereen gegeven. het gaat samen met ons waarnemen, denken, voelen, doen geen geweld te doen, te respecteren, de eer te bieden die hun toekomt.

 de taalverloedering hangt samen met de verloedering van het waarnemen, denken, voelen, doen. zij is wezen lijk on waar, on waardig, on waardevol. zij is een verlies: het verloren gaan van den graankorrel op den weg, op den rotsigen bodem, tussen de doornstruiken. zij is -in het LICHT van den OORSPRONG en het UITEINDE- het tegengestelde van "opdat niets verloren zou gaan". zij is een ononderbewustbewust "vergeten van", een weigering van het her inneren van den GEEST.

dichten is respecteren, eer bieden, in eer herstellen, tegen verloedering in. het is be waaren, be waardigen, be waarden, niét laten verloren gaan. het is genezen, bevrijden, bevredigen, bevreugden, UITZICHT geven. geboren uit het transcendente (ontvangen van den GEEST), leidt het dichten van den dichtenden dichterlijken hiér en nù naar het transcendente: de UITEINDE lijke vrijheid, vrede en vreugde van het waar IK ben, zult ook gij zijn. met alle gevolgen van dien.

4.2. het verhaal van de israëlieten in de woestijn (Ex. 16/14-15), van elia (1 Kon. 19/4-8), van jezus (Joh. 6/32-35, 6/51): interferentie van "HEMEL" en "aarde". on verdeeldheid. de geschiedenis van de bestaande wereld is een on verpoosd en on verdroten SAMENvloeien, in elkaar vloeien van HEMEL en aarde, van het verborgene en het onverborgene. de HEMEL neemt een aardse gestalte aan; de aarde krijgt een HEMELSEN glans. het woord wordt poëzie: verzamelng, wezen lijk versamening tot scheppen van "levende wezens" op de wijze van "ontvangen van den GEEST" en "gedragen worden door en geboren uit het vlees".

4.3. het geheim van ons bestaan is dit on verpoosd on verdroten samen en in elkaar vloeien van GEEST en vlees. het is het geheim van al dat leeft, van het levend woord, van poëzie. het is de aan onze wijze beantwoordende, onze wijze bevestigende en tot "een levend wezen " scheppende verstrengeling van schepping en SCHEPPER, door ons te HOREN, te ZIEN en te TASTEN uit en in her innering van den GEEST.

4.4. dit verzamelen van ons woord is zijn gave en opdracht: als gave zijn glorie, als opdracht zijn verantwoordelijkheid (=ons woord als antwoord op het her inneren van den GEEST.). dichten is verzamelen, samenwerpen van het verborgene en het onverborgene, articulatie van het VISIOEN van de onverdeelde en on verdeelbare éénheid van HEMEL en aarde, van den SCHEPPER en ZIJN schepping. van al dat leeft. in de LIJN op de LIJN van de GRONDintuïtie van het BOEK, zichtbaar in dit verhaal van mozes en de israëlieten, van elia, van jezus van nazareth. deze verhalen zijn de vertaling, ver woording van geschiedenis, van het geschieden van de schepping als verzameling, door mensen die "hoorden" en "konden spreken". d.w.z. die geheime lijk wonder lijk hoorden op een door den GEEST verrijkte, vergrote, verméérde wijze en spraken op een door den GEEST verrijkte, vergrote, verméérde wijze. d.i. "in gelijkenissen", voorstellingen waarin de dingen van den HEMEL (het verborgene) samenvloeien met de dingen van de aarde (het onverborgene) zó dat er een subtiel, vreemd, on gewoon, wonder lijk ineenvloeien ontstaat "dat alle zinnen overtreft": "Jahweh sprak tot Mozes..."; "...opeens stiet een engel hem aan en zei tot hem..."; "Ik ben het levende brood dat..."; "Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees,..."

alleen het reële bestaan van inéénvloeiing geeft aan dergelijke taal een reële betekenis. een betekenis die stoelt op "gelijkenis", op in elkaarvloeien van "wat zichtbaar en onzichtbaar is", van het verborgene in het onverborgene. hiér is er méér. de woorden zijn meer dan een begrip. zij openbaren een werkelijkheid die groter is dan de werkelijkheid der (louter materiële) dingen: een werkelijkheid VOL ZIN, 10 meter bóven den platten grond. de dingen der schepping zijn wezen lijk méér dan, zij zijn wezen lijk poëtisch en maken dat poëzie mogelijk is. zij spreken een mens aan op een wijze dat hij niet kàn niét over ze spreken, dat hij de woorden ervoor -hem vóór de voeten aan de voeten gelegd- vindt.

 

5.1. de GEEST van den VADER en den ZOON boetseert de klei van onze wijze tot den vorm van een vogel, en het wonder is dat wij kunnen vliegen. een legende wordt een feit. dingen worden VISIOEN, het alledaagse openbaart wat groter is dan alle dagen: het niét voorbijgaande is het in het voorbijgaande verborgen verborgene.

jezus van nazareth, de zoon van den timmerman, is het originele, unieke voor- en toonbeeld van den uit klei geboetseerden vogel die VLIEGT. HIJ is de ons te horen, te zien en te tasten gegeven hoor-, zicht- en tastbare gestalte van het in één vloeien van aarde en HEMEL, van mens en GOD: het in onze geschiedenis "verschenen" on uitwisbaar HISTORISCH FEIT waaruit en waarin ons geschieden de gestalte kan krijgen van een uit klei geboetseerden vogel die VLIEGT als "een levend wezen.

5.2. het VISIOEN is de gestalte van "het Koninkrijk en ZIJN gerechtigheid", waaruit en waarin "u dat alles er bij gegeven zal worden". het werpt ZIJN LICHT op ons waarnemen (zien), denken (oordelen) en doen (handelen). het duidt hun VOLLE waarheid, waardigheid en waarde, zodat wij dan weten hoe wij het best waarnemen, best denken en best doen. het VISIOEN is de wijsheid van GOD, die de wijsheid der mensen (denkt alvorens te doen; eerst gedaan en dan gedacht, heeft menigeen in leed gebracht) VOLTOOIT: haar bevrijdt, geneest (heelt), bevredigt en bevreugdt. verlies van VISIOEN betekent verlies van richting, en verdwalen.

het VISIOEN is het helder oog dat het hele lichaam verlicht: "Het oog is de lamp van het lichaam. Als uw oog goed is, zal heel uw lichaam verlicht zijn. Maar deugt uw oog niet, dan zal heel uw lichaam in het duister zijn." (Mat. 6/22-23) een helder ziend oog maakt de dingen helder. het VISIOEN is het helder gezicht dat ons de dingen doet zien zoals ze wezen lijk zijn. en uit dér aard helpt HET ons helder te waarnemen, helder te denken, helder te doen en helder te dichten. HET geeft aan den mens die diepe innerlijkheid die wezen lijk een her inneren van den GEEST is (en geen navelkijkerij). HET brengt al dat leeft in ons binnen zoals het leeft door den GEEST, d.i. beADEMd tot "een levend wezen": een levende GOD, een levende mens, een levende wereld. een mens en een wereld die leven uit en in den scheppenden VADER, den verlossenden ZOON en den helenden heiligenden GEEST. uit en in het VISIOEN wordt het waarnemen van een mens levendig levenslustig levend; en zó zijn denken, doen en dichten.

jezus van nazareth is ons voor- en toonbeeld van het VISIOEN waaruit en waarin "alles er bij gegeven wordt", "heel uw lichaam verlicht wordt". ZIJN GEEST is de HELPER die "ons leert en in herinnering brengt alwat IK u heb gezegd". de GEEST schept onze "diepste innerlijkheid waar de geheimen tussen GOD en onze ziel plaats vinden".

het VISIOEN komt over ons in den NAAM van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST. en dàt is het on loochenbare, on verwoestbare, on doodbare zich aan ons on verpoosd en on verdroten voordoende hiér is er méér dan. ons woord wordt uit en in dit méér dan in het VISIOEN verrijkt tot een uit klei geboetseerden vogel die VLIEGT.

5.3. het beeld openbaart (ont sluit) het on beperkte on beperkt. zijn wijze van aanspreken is een (door den GEEST verLICHTE) geheimelijk wonder lijke wijze van leren, van onderrichten, van "kennis" overdragen: verVOLde pedagogie van aanschouwelijkheid uit en in schouwen. het beeld ("spreken in gelijkenissen") is een gave van den GEEST, volkomen gratuiet, de bevestiging van het "bij Gods genade", en door ons overvloedig vindbaar in het BOEK als wij "eens gaan kijken waar HIJ verblijf houdt", "eens letten op...hoe", "naar HEM luisteren". het WOORD zelf wijst ons den weg, IS die weg, IS BEELD bij uitstek: "de afstraling van Zijn glorie, de afdruk van Zijn wezen" (Hebr. 1/1-3). d.i. GOD voor ons zichtbaar "in gelijkenis", naar onze wijze op onze wijze.

het beeld is een tegemoetkoming van GOD aan ónze wijze. het is niét met mensenhanden gemaakt, maar -if we are lucky- ons ter beschikking gesteld om het on beperkte on beperkt te leren "kennen", d.i. te schouwen: genoeg te zien als wij eens gaan kijken naar, eens letten op ...hoe; genoeg te horen als wij naar HEM luisteren; genoeg te tasten als wij HEM volgen. het WOORD is, als VOLHEID van BEELD van GOD (ZOON) én van ons (zoon van den timmerman), de GROND en de bevestiging van de waar heid, waardigheid en waarde van elk beeld ons door den GEEST aangereikt. het beeld is, daar het ons wordt geven, niet een "vondst" van ons, maar iets dat wij vinden. het vinden is een vondst, het resultaat van een groot, gelukkig en gelukkig makend geluk hebben.

 

6.1. hoe zouden wij "de aarde" kunnen min achten als wij weten dat zij de goede grond is voor het beeld, de naar onze wijze op onze wijze enige mogelijkheid het beeld te "ontvangen", op te vangen, te registreren als vlees en bloed van het SIGNAAL, het TEKEN. de dichterlijke mens staat met beide voeten (barrevoets, zonder sandalen) vast in "de aarde": intens aandachtig lettend op...hoe, scherp luisterend naar, met uiterst gevoelige vingers betastend al dat leeft. aanschouwelijk schouwend op UW woord. en schouwend aanschouwelijk dichtend. de rest is literatuur.

ónze wijze van "beADEMde aarde" ligt gewoon in het verlengde van den HEMELSEN kant van de aarde en den aardsen kant van het HEMELSE. deze fundamentele on verdeeldheid op aarde is de goede grond waarin wij ontkiemen en opgroeien: eerst halmen, dan aren, en dan het volle graan in de aren: dertig-, zestig-, honderdvoud. zelf weten wij niet hoe: de aarde brengt vanzelf haar vruchten voort. "Het leven is, het leven: Gods geheimenis."

ónze wijze is GODS GEHEIM. HIJ ont sluiert het -welwillend en menslievend- in beelden, "in gelijkenissen": hoogst, diepst, langst, breedst in jezus van nazareth. HIJ is de EERSTE en LAATSTE ont sluiering onder ons voor ons van het GEHEIM van GOD en -uit en in GOD- van óns bestaan. het WOORD is de VOLHEID van het spreken van GOD tot ons. uit dér aard is er opdat wij dit ont sluieren zouden meemaken maar één mogelijke vruchtbare houding: te luisteren naar HEM, d.w.z. open te staan voor "het leren en herinneren van den GEEST van al wat IK u heb gezegd".

onze kennis is VOL als zij beADEMd wordt: als zij verrijkt, vergroot, verméérd wordt met HER INNERING: zij is INNERING, opHEMELing van aardse kennis, INZICHT dat een dertig-, zestig-, honderdvoudige vrucht is van het LICHT van den GEEST (het LICHT van de wereld); zij is VISIOEN. zij is GENADE: een on voorstelbaar, on uitsprekelijk, on koopbaar en on verkoopbaar geluk hebben. gij geeft het "gestalte" in uw woord omdat gij niet kùnt niét erover spreken. en dit woord geeft gij niet uit, laat staan dat gij het zoudt verkopen. gij geeft het weg. gij geeft het den GEEST in handen, geeft het HEM terug. uw woord aan mensen geven is het den GEEST in handen, terug geven als instrument voor ZIJN leren en in herinnering brengen. als de VADER de vogels in de bomen voedt via uw hand, onderwijst de GEEST alle volken en doopt ze in den NAAM van den VADER, en den ZOON en den Heiligen GEEST via uw woord tot aan het einde van de wereld. als de GEEST ons beLICHT, doet HIJ dat opdat ons licht voor alle mensen zou schijnen als LICHT. de GROND van ons woord is SAMENwerking: de GEEST be LICHT ons (LICHT ons in, verLICHT ons); en wij weerkaatsen (niét óns licht, maar) ZIJN LICHT. dat is het wezen van GODS economie, GODS pedagogie.

6.2. de GEEST duwt ons in de richting van het afstemmen van ons woord op het WOORD, zodat het on vals (en onvervalst) WOORD lijk klinkt. als wij in de stem van een dochter de stem van haar moeder herkennen, waarom zou dan in onze stem de STEM van den GEEST niet herkend kunnen worden als wij ontvangen zijn van den GEEST en uit GOD geboren? de GEEST dringt aan (te pas en te onpas) op luisterbereidheid, gehoorzaamheid, op intens aandachtige aanwezigheid bij het eens gaan kijken naar, het eens letten op...hoe en het luisteren naar HEM: vreemd welwillend en teder toegankelijk. is dit niet het hoogste en diepste, langste en breedste dichten: het articuleren van het woord gelijkend op de mannenmaat van het WOORD? articuleren op UW woord? is dit geen hoogste, diepste, langste en breedste respect voor het woord, voor de gave van het spreken, het hoogste en diepste, langste en breedste zelfrespect vervuld en verVOLd door het respect voor GOD? is dit geen feitelijk vruchtbaarste symbioze van "goeden grond" en KIEM, dat dertig-, zestig-, honderdvoudig "spreken in gelijkenissen" uit en in gelijkenis?

"De Schrift is steeds het uitgangspunt." (J.Schröder) het BOEK is de óver vloedige  en in vloedende BRON van ons woord. opdat het niet verloren, niet voorbij zou gaan. uit der aard betekent het WOORD voor ons woord: genezing, verlossing uit den tijd. het WOORD: geneest ons woord door het op te HEMELen, het te vervullen, te verVOLLEN met ZIJN VOLHEID, het te verrijken, vergroten, vermééren, te bewerken dat het VLIEGT; verlost ons woord van den tijd door het hierennu nù hiér in te schakelen in (te verbinden met) den OORSPRONG en het UITEINDE. uit der aard is het in den tijd groter dan de tijd, niét van den tijd, gaat het niét voorbij, is het een woord van eeuwig leven. een al den tijd weer opnieuw door den GEEST her innerd, ge innerd woord. een tijdgenoot van het WOORD, den verrezen LEVENDEN. en het WOORD een tijdgenoot van ons woord.

 

7.1. leven als "een levend wezen" is hierennu (geschiedend in de geschiedenis) nù hiér groeien, uitdeinen (uit en in de kracht van de KIEM) naar buiten, voorbij, verder dan het hierennu tot in den OORSPRONG en het UITEINDE. leven is dit bewegen van binnen uit naar buiten zichzelf: naar GOD die groter is dan. het is uit en in dit groter dan opgaan naar en in dit groter dan. en dit is het wezen van groeien. dit is gehoorzaam groter worden dan. geluk hebben.

leven is mee makend meemaken dat uit het duistere een LICHT schijnt, dat "de aarde" beLICHT wordt en rijker, groter, méér dan "verschijnt" schitterend als de zon en wit als sneeuw: op ONS gelijkend. dat al dat leeft, LEEFT: glanst, glimt, bloost. dat "de aarde" van gedaante verandert, opgeHEMELd wordt. leven is uit en in den VADER geschapen, uit en in den ZOON verlost, uit en in den GEEST geheeld worden. "Hij zal u...herstellen en bevestigen en stevig zetten op hechte grondslagen." (1 Petr. 5/10) HIJ zal ons...boetseren en maken dat wij vliegen als wij willen vliegen.

7.2. het geheim van onze wijze is het diep in ons geplant verlangen (het aanporren van de KIEM, het kloppen op de ruit) naar "vliegen". het aan onze wijze eigen verstelde, on vaste, on gegronde vraagt ononderbewustbewust om hersteld, bevestigd, op stevigen grondslag gezet te worden. onze wijze heeft in haar kern, haar innerlijk centrum, een verlangen, een dynamiek gericht op ons verlost worden van de zonde, opdat de zonde (de kwetsuur, het litteken van de opgelopen wonde) van ons zou mogen weggenomen worden. d.i. het diepe verlangen naar bekering, naar geheeld worden: te "sterven" aan de verdeeldheid in zichzelf, en te "verrijzen" tot on verdeeldheid, tot "verdubbeling". d.i. "gedoopt" te worden in den NAAM van den VADER, den ZOON en den GEEST.

7.3. mens zijn is verlangen naar, halsreiken naar, intens aandachtig kijkend naar uitkijken naar zijn OORSPRONG (vanwaar kom ik?) en zijn UITEINDE (waar ga ik naartoe?). d.w.z. naar de twee onverdeelde GRONDEN die zijn wijze begronden en ZIN geven aan zijn intens aandachtig hierennu nù hiér. kijken naar, letten op...hoe om te genezen, om heel te worden, om uit en in de on verdeeldheid van zijn OORSPRONG en UITEINDE te "verdubbelen", on verdeeld aan die on verdeeldheid deel te hebben en te nemen. hoog, diep, lang en breed.

spreken is wezen lijk on verdeeld het on verdeelde articuleren. ons reikhalzen naar moet er in trillen, ons VISIOEN moet er in "verschijnen", het moet aards opgeHEMELd glanzen en blozen van blakende gezondheid: ondubbelzinnig "verdubbeld" niét voorbijgaan. ons woord krijgt zijn hoogte en diepte, lengte en breedte van betekenis uit en in "het WOORD dat drager is van elke betekenis", "het resultaat van het zichzelf denken, zichzelf uitzeggen, een zichzelf uitdrukken van de zelfgave van de Vader". (H.U. von Balthasar)

het BOEK trilt mee, verheldert zijn klinken, vult het met connotaties, verrijkt, vergroot, verméért het met "Godsspraken van Jahweh". het grondgeheim van ons woord is zijn gehoorzaamheid...usque ad mortem. d.i. de fundamentele innerlijke gehoorzaamheid van den graankorrel, van het mosterdzaadje, van lazarus in zijn graf. gehoorzaamheid ten leven, tot eeuwig leven, een luisteren dat den dood overwint.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005