|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. De weg van den dichtenden dichterlijken is een àndere weg. een veld weg, een landweg van het land zelf. een geschapen weg, waarop het bewaren en voltooien plaats heeft. maar dit bewaard en VOLtooid zijn zijn pas nà, uit en in het verrijzen te zien. het verrijzen is de uiteinde lijke bevestiging van het bewaard en VOLtooid zijn. het verrijzen is het begin van al wat vooraf gaat. de schepping bewaren en voltooien is al bezig zijn te verrijzen, al ziet men dat niet. want verrijzen heeft plaats "vroeg in den morgen als het nog donker is".
het WOORD is de weg, de àndere weg van ons woord. zó als de geschiedenis van het WOORD achteraf een GESCHIEDEN bleek te zijn, zó is de geschiedenis van ons woord een GESCHIEDEN, al blijkt dat pas achteraf. zijn geschiedenis is geheime lijk wonder lijk groter dan, rijker, méér dan. een stap vérder. verrijzen is een stap vérder zijn: de toeschouwers zijn (nog) hiér, die aan het kruis hangt (in de "duisternis" van den nacht staat) is (al) dààr. het geheim van het woord dat in den ban van het WOORD den ànderen weg gaat, is het "al", tegenover het "nog". met alle gevolgen van dien. het is het geheim van al dat leeft. uit en in Die schept, bewaart en VOLTOOIT, is het tegen den schijn van het nog hiér in al dààr: is het GEHEIM van het LEVEN. "Prijst dan nu de Heer die alom grote dingen doet, die van de moederschoot af de mens groot maakt." (Sir. 50/22) dit is: voor die al dààr zijn groter dan voor die nog hiér zijn. het is het VISIOEN van den gelovenden mens, waarvoor geen andere "verklaring" mogelijk is dan dat het in dien mens her innering door den GEEST van al wat IK u heb gezegd is: de HEER "zegt" booms en bijbels dat HIJ grote dingen doet, den mens van den moederschoot af groot maakt. óók zijn woord.
2. het woord gaat aan ons vooraf en blijft ook na ons klinken. het is ouder en jonger dan wij. het houdt stand als wij het begeven. het is een dienaar van het WOORD, niet van ons. het wordt ons gegeven om te dienen, niet om te heersen, om macht. wij moeten het bewaren en VOLtooien uit en in het leren en in her innering brengen van den GEEST. zonder kneepjes. volgt MIJ. het WOORD dienend is het woord de con text van óns woord waarin ons woord overeind komt, mens wordt, iets te zeggen heeft doordat het gelijkt op al wat IK u heb gezegd. óns woord als twaalf korven brokken brood, "overblijfsel" van vijf gerstebroden en verzameld "opdat niets verloren zou gaan", "om MIJ niet te vergeten". óns woord als de articulatie, het dichten van ons in het WOORD "gedoopt" en door het WOORD "gevoed" denken en doen.
ons woord is dié "taal" en geen andere. de taal van de talen van pinksteren. een mono tone taal in een alleen nog voor de sensatie van het altijd maar weer nieuwe, altijd maar weer andere vatbare wereld. een vaste, gegronde, on verdeelde, genezen, geheelde, verrezen taal. de "toon" van den GEEST. (en net nù leest gij een hulde aan "de schijnbare monotonie": "De schijnbare monotonie biedt onschatbare voordelen: ze legt het tempo van het denkende verstand stil, ze ontslaat van het vermoeiende zoeken naar eigen woorden, ze onttrekt het bidden aan de emotionele toestand van het moment en maakt de mens stilaan bewust van de diepste presentie in zijn eigen innerlijk, nl. deze van Gods Geest zelf...In de diepte van de ziel is het de geest "die ons doet uitroepen: Abba, Vader!" en die ons "in de volheid van God" binnenvoert." (e.vanden berghe)
het vreemde is dat de monotonie van den GEEST on aflatend on verpoosd on verdroten en on verdrietend in de oren klinkt als een negende symfonie, en de veeltonigheid van het steeds weer nieuwe en weer andere on verdraaglijk eentonig en vervelend wordt, on geheime lijk, on wonder lijk, plat en voorspelbaar. trouwens puur "commercieel". de GEEST is een "dromer", de SCHEPPER van een VISIOEN dat aan ons leven UITZICHT geeft, ons denken, doen en dichten verlengt tot in het oneindige en dit hierennu, nù hiér al, tot een ànder, een verrijkt rijker, vergroot groter, verméérd méér dan denken, doen en dichten: een wonderbare visvangst, een wonderbare broodvermenigvuldiging op UW woord. HIJ schept in een mens het geloven in den Vader, Zijn Zoon en Hun Geest zó dat hij bekwaam wordt voor het VISIOEN en ànders gaat leven. "Toen zei hij: 'Ik geloof, Heer'. En hij wierp zich voor Hem neer." (Joh. 9/38) de zoon van den timmerman IS de HEER, de CHRISTUS, GOD de ZOON. de rest zal u allemaal bijgegeven worden, want de GEEST leert het en brengt het in her innering.
3. paulus' mensbeeld is het mensbeeld van een gelovenden: "In liefde heeft Hij ons voorbestemd Zijn kinderen te worden door Jezus Christus naar het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade." (Ef. 1/5-6); "Hij is bij machte door de kracht die in ons werkt oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden." (Ef. 3/20-21) het mensbeeld van den gelovenden komt voor ons te voorschijn uit het beeld van jezus CHRISTUS, den GOD mens. uit dér aard vertoont het de trekken van ónze wijze en die van GOD. de mens is on verdeeld "aarde" én "hemel", bekwaam op aarde "hemels" te leven.
het beeld van jezus CHRISTUS komt tot ons door het woord van "de leerlingen", dat hun geleerd en in herinnering gebracht werd door den GEEST als "al wat Ik u heb gezegd", als het woord van het WOORD. Zijn beeld verschijnt voor ons -if we are lucky: als de GEEST het ons leert en in her innering brengt- uit en in het woord van "de leerlingen". d.w.z. als HIJ hùn woord voor en in ons "doet leven". het woord van "de leerlingen" is een kostbaar woord. het bevestigt de "adel" van het woord: het woord is bekwaam tot en wordt geroepen om het beeld van jezus CHRISTUS te articuleren (leren en herinneren) en uit en in dit beeld óns beeld. het woord bereikte zijn VOLwassenheid (de hoogte en diepte, lengte en breedte, de mannenmaat van CHRISTUS) in de SCHRIFT, het WOORD van GOD.
óns woord groeit naar zijn VOLwassenheid toe in de LIJN op de LIJN van de SCHRIFT, uit en in en door het WOORD: "door de KRACHT die in ons werkt bij machte oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen en bevroeden". het leren en in her innering brengen van den GEEST verrijkt, vergroot, verméért óns woord tot rijker, groter, méér dan. ons woord is -if we are lucky- een con spirerend, con textueel, con WOORDlijk woord: for all seasons, a joy for ever, an ever green.
ons woord als tak van den STAM, lering en her innering van den GEEST, menswording uit en in de menswording van het WOORD. wat er met het woord van "de leerlingen" gebeurde, kàn ook met ons woord "gebeuren": "Zalig zij die niet zien, en toch geloven." geloven behoort tot de wijze van den mens als "werk" van den GEEST én "werk" van den mens. geloven bepaalt de menswording van den mens als "werk" van den GEEST én "werk" van den mens. het bepaalt zijn denken, doen en dichten als VOLheid uit en in ZIJN VOLHEID. geloven bepaalt de wording van ons woord tot VOLheid uit ZIJN VOLHEID, als schrift in de LIJN op de LIJN van de SCHRIFT.
4. het WOORD is de grondslag van "het juiste woord". de SCHRIFT bevestigt deze steling door ze te "incarneren". "het juiste woord" van ons is de incarnatie van het WOORD onder ons voor ons hierennu nù hiér. als poëzie. woordwording behoort on verdeeld tot menswording. woordwording tekent het profiel van den mens, beeldhouwt den mens on omwonden en on verbiddelijk. in den beginne was het woord. en dit gelijkt wonder lijk wel op "In den beginne was het WOORD". de gelijkenis is er van in den beginne: zij is het begin van het woord, en uit der aard van óns woord.
de Vader, de Zoon en de Geest hebben de mensen zo lief dat zij naar ónze wijze op ónze wijze willen "spreken". het WOORD spreekt den VADER uit en de GEEST leert en herinnert al wat IK u heb gezegd door het woord van "de leerlingen" en -verlenging, ont sluiting en ont vouwing ervan- óns woord. uit der aard is ons woord het "verschijnen" van GODS menslievendheid onder ons voor ons hierennu nù hiér.
de gave van het woord is een opdracht, een taak in de wereld: het her inneren van de bevrijding, bevrediging, bevreugding van de wereld in den NAAM van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST. spreken in GODS naam. er is door de eeuwen heen in de talen een wijsheid verschenen die alle zinnen te boven gaat. woorden die op ONS gelijken. woorden van geloof. een SCHAT in een aarden pot. on vergankelijk on vergaand. wonend onder ons: óns uit en in gemeenschap, verbondenheid, naastenliefde, vóór de voeten aan de voeten gelegd. zij is de goede grond waarin onze wijsheid kan opgroeien tot honderdvoudige vrucht en de universele wijsheid verrijken, vergroten, vermééren. ons woord is on verdeeld verbonden met het woord der talen, wezen lijk con spirerend, con textueel en intertextueel. het neemt op en geeft terug. het put uit en reikt over. het stroomt mee met den stroom. wijs met wijsheid van in den beginne verVOLt het de geschiedenis op weg naar het uiteinde hierennu nù hiér. "Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in den Naam van den Vader, en van den Zoon en van den Geest en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden;" (Mat. 28/19-20)
ons in het WOORD gedoopt woord houdt de geschiedenis overeind door er het GESCHIEDEN van de bevrijding, bevrediging en bevreugding in te laten verschijnen, te laten lichten door de spleten erin. het dopen heeft plaats door het woord van "de leerlingen" (apostolisch), dat her innering van den GEEST is. in het WOORD gedoopt wordt ons woord woord van den "leerling", uit en in opdracht bestemd tot onderwijs voor alle volken. de wijsheid in de talen komt te voorschijn in in het WOORD gedoopte woorden: in woorden op ONS gelijkend. de mannenmaat van jezus CHRISTUS is hun maat. zij zijn -ononderbewustbewust- "evangelisch", apostolisch. in het WOORD gedoopte woorden scheppen "de aarde": bewerken, bewaren en VOLtooien den tuin op ONS gelijkend uit en in opdracht van en geholpen door den GEEST. MIJ volgend, van MIJ lerend, op MIJN woord. er is geen alternatief voor "de aarde": zonder HEM ontstaat niets van wat ontstaat; er is geen alternatief voor ons woord: alleen op UW woord wordt het woord op ONS gelijkend, gelijkend op al wat IK u heb gezegd. uit dér aard staat ons woord, als gedoopt in het WOORD, in het teken van jona: na drie dagen en drie nachten in het hart van "de aarde" te zijn geweest, zal het verrijzen, wordt het door den VADER verheerlijkt. ons woord heeft door den GEEST de kracht van de verrijzenis. zó als de graankorrel, zó als het mosterdzaadje: op UW woord.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
