|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. De bestaande wereld heeft haar geheimen. "hoe is het mogelijk dat...", "ik begrijp niet dat...", "het is niet te geloven dat...", "ongelooflijk, maar waar."
die geheimen overstijgen den mens en nodigen hem uit tot geloven. geloven leidt den mens (zó als de engel) over zijn grenzen heen binnen in de geheimen van de bestaande wereld, die liggen in het verlengde naar vóór en nà van ons hierennu nù hiér.
2. de geheimen van de bestaande wereld zijn van de orde van de SCHEPPING en het VERBOND en verwijzen uit dér aard naar GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST. zij zijn geheimen uit en in het GEHEIM, wonderen uit en in het WONDER.
zij doen verwondering geboren worden die den gelovenden mens (den mens die geluk heeft) leidt tot bewondering, tot her- en erkenning van het WONDER in het wonder. de geheimen van de bestaande wereld zijn de wijze van spreken van den SCHEPPER tot zijn schepping: den mens. "Want zijn onzichtbaar wezen, zijn eeuwige macht en zijn Godheid, zijn van de schepping der wereld af bij enig nadenken uit het geschapene duidelijk te kennen."(Rom. 1/20). de bestaande wereld is "gelijkenis": zij laat geheime lijk wonder lijk haar SCHEPPER kennen. al bij enig nadenken van den denkenden mens, en veel méér uit en in geloven van den schouwenden mens.
3. GOD spreekt tot den mens door ZIJN SCHEPPING: door wat geheime lijk ZIJN GEHEIM en wonder lijk ZIJN WONDER laat kennen door vergelijking, "in gelijkenissen". GOD spreekt tot ons "in gelijkenissen": in wat als werk van HEM op HEM gelijkt tot die door HEM beADEMd op HEM gelijkt. uit dér aard ontmoeten de dingen en de mens elkaar on verdeeld in de "gelijkenis".
3.1. uit en in de SCHEPPNG en het VERBOND op ONS gelijkend gelooft de mens dat hij méér is dan en dat de dingen méér zijn dan. hij hoort, ziet en tast ze als "gelijkenis" die hem het op ONS gelijkend ont sluit, openbaart. het werk van ZIJN handen openbaart hem zichzelf als werk van ZIJN handen. en dat historich feit heeft GOD zelf verwoord in het BOEK. de "gelijkenis" verschijnt voor den mens booms en bijbels.
3.2. het hoeft ons niet te verwonderen dat het WOORD "spreekt in gelijkenissen". "En in veel gelijkenissen van die aard sprak Hij tot hen het woord, voor zover zij het konden verstaan, en zonder gelijkenis sprak Hij hen niet toe."(Marc. 4/33-3). geheel in de LIJN van de SCHEPPING ont sluit HIJ het geheim en het wonder van den zaaier (4/2-20), de lamp (4/21-23), de maat (4/24-25) het stil kiemende zaad (4/26-29), het mosterdzaadje (4/30-32).
het WOORD is de vervulling, de verVOLLING van het booms en bijbels spreken van GOD tot ons. HIJ bevestigt voor altijd en voor goed het "spreken in geljkenissen", de gewoon natuur lijke wijze van ont sluiten van de waarheid, de waardigheid en de waarde van de SCHEPPING als op ONS gelijkend: het méér zijn dan van de dingen en den mens.
"spreken in gelijkenissen" is het geheime lijk wonder lijk articuleren van het geheim en het wonder onder ons. het is het geheim van de poëzie: van het wonder van het spreken op UW woord.
4. dit is: spreken uit en in her innering door den GEEST van het "spreken in gelijkenissen" door het WOORD (al wat IK u heb gezegd). "Maar alleen aan Zijn leerlingen legde Hij alles uit." (Marc. 4/34). een hoogst merkwaardige uitspraak: kort en goed.
4.1. het spreken van het WOORD vergt uitleg door het WOORD. HIJ verklaart wat HIJ zegt aan ZIJN leerlingen: HIJ werkt ZIJN werk af, ont sluiert ZIJN "spreken in gelijkenissen", ont sluit ZIJN geheim, zendt ZIJN HELPER.
GOD spreekt niet alleen "in gelijkenissen", maar helpt ons ook ze te verstaan. door den GEEST verrijkt, vergroot, verméért HIJ onze wijze tot de bekwaamheid ZIJN WIJZE te verstaan. de GEEST tilt onze wijze op tot de hoogte van GODS WIJZE, zó dat wij op ONS gelijkend, op UW woord, geheimelijk wonder lijk in staat zijn het "spreken in gelijkenissen" van het WOORD te verstaan, den aard van het "spreken in gelijkenissen" te vatten, zelf te spreken "in gelijkenissen" en het uit te leggen.
4.2. het verstaan van "de leerlingen" reikt door den uitleg van het WOORD, het her inneren van den GEEST, verder dan het "voor zover ze het konden verstaan" van de "grote menigte verzameld om Hem heen". de GEEST maakt "den leerling" tot gelovenden. het "spreken in gelijkenissen" en het verstaan ervan is een geloofsgebeuren: een groot geluk hebben deel hebbend te kunnen deel nemen aan het GEHEIM en het WONDER van de SCHEPPING en het VERBOND. het is van de orde van het voltrekken van de welwillend- en menslievendheid van de SCHEPPER aan ZIJN hoogste schepping: den mens.
5. de ons scheppende VADER, de ons bevrijdende ZOON en de al wat IK u heb gezegd in ons her innerende GEEST bewerken in ons ons "spreken in gelijkenissen", dit is ons dichten: het geheime lijk ont sluieren van het GEHEIM en het wonder lijk ont sluiten van het WONDER, in de LIJN op de LIJN van de SCHEPPING en het VERBOND, in de LIJN op de LIJN van het BOEK. d.w.z. booms en bijbels: het wonder van ons woord op UW woord. de dankbaarheid om dit groot geluk hebben is de bron van een groot geluk.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
