|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. het verschijnsel wortels wordt ons overvloedig voor de voeten gelegd. het doet ons nadenken over in den vorm van studie, onderzoek naar het gebruik en verbetering ervan, en, wellicht, van verwondering die in de stof vonken van geest ontdekt die onzen geest raken en vervullen met zin. wat in den grond gebeurt, blijkt boven den grond te voorschijn te komen gedragen door wat ondergronds, verborgen, gebeurt.wortels zijn een fundamenteel deel van het gehele organisme, een conditio sine qua non. zij werken in het verborgene het onverborgene in de hand.
1.1. wortels staan aan het begin van leven: zodra de kiem begint te bewegen, ontstaan de wortels. leven is wortel schieten, den goeden grond zoeken als de natuur lijke plaats van zijn bestaan, in contact komen met "de aarde" en op aarde zijn plaats vinden. wortels zoeken hun weg, gaan op zoek naar leven in stand houdend en leven voltooiend voedsel.
1.2. wortels voeden. zij halen voedselhoudend water uit den grond en verwerken het naar hun wijze op hun wijze tot sap: voedsel voor hun wijze. contact met den grond wordt samenwerking, een solidariteit waaruit en waarin beide elkaar dragen en verrijken, vergroten, vermééren door bevordering van elkaars identiteit: de grond als goede grond, de wortels als bron van voedsel voor den graankorrel, den boom. de wortels zijn niet langer alleen. zij zijn scheppend verbonden: naar buiten met de aarde, naar binnen met de te worden halm, aar en rijke rijpe volle aar.
1.3. zij houden in stand. zij hechten zich stevig in den grond en geven de halm, den boom de vastheid die ze overeind houdt. terwijl zij voeden, verstevigen zij. terwijl zij doen opgaan in de hoogte, verstevigen zij in de diepte. de halm, den boom in stand (overeind) houdend, verstevigen zij hun verbond met den grond, met de plaats "daar God u eens te willen koos", hun natuur lijke plaats op aarde.
2. uit dér aard zijn de wortels voor den luisterenden, kijkenden, tastenden, d.i. den schouwenden mens een teken, een "gelijkenis", méér dan. de dingen zijn, uit en in de SCHEPPING en het VERBOND, méér dan. hier is er méér: "gelijkenis", teken, beeld. de letter blijkt voor die gehoorzaam luistert, eens let op, zijn vingers legt in, rijk aan geest die levend maakt, die in het verhaal van de dingen het verhaal van den mens laat te voorschijn komen: te horen, te zien en te tasten geeft aan den schouwenden.
3. het verhaal van de wortels onder ons wordt ons als "gelijkenis" van ons verhaal vóór de voeten aan de voeten gelegd en in de handen gegeven. zó als de wortels in goeden grond uit de kiem in beweging komen, komt de mens in GOEDEN GROND uit de KIEM te voorschijn en in beweging: eerst halm, dan aar, dan rijke rijpe aar die dertig-, zestig-, honderdvoudig vrucht is. de mens is niet alleen: hij is verbonden met den GROND die zijn GROND is.
3.1. de mens is geGROND, schiet wortel uit de KIEM in hem in den GOEDEN GROND van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den GEEST. hij is geworteld in de SCHEPPING en het VERBOND op de wijze van op ONS gelijkend. hij grondt in GOD, is in GOD geworteld, heeft zijn wortels in zijn OORSPRONG en UITEINDE. dit is: in méér dan "de aarde". zijn geschiedenis is groter dan de geschiedenis van de bestaande wereld, transcendeert ze uit en in zijn GROND tot in zijn vóór de wereld en nà.
3.2. hij is geen willekeur, geen toeval, geen grond van den grond. hij is de vrucht van een plan, een rank aan den WIJNSTOK, het geheim van het GEHEIM. hij is een mens uit en in GODS menslievendheid: weerbarstig tegenover studie, onderzoek, verbetering, laat staan gebruik. hij is het tot vrijheid geroepen, bevrijde en door den GEEST beADEMde vrij "levend wezen": geschenk van den vrijen WIL van GOD.
3.3. "daar God u eens te willen koos, daar staat gij." de mens wortelt in GOD, op de plaats waar GOD hem wilde, zijn natuur lijke plaats, den goeden grond van zijn wijze naar zijn wijze: méér dan naar de letter van ruimte en tijd naar den geest die levend maakt, den GEEST. de mens wortelt alleen echt in GOD, den VADER SCHEPPER, en dit alleen door het her inneren van al wat IK u heb gezegd door den GEEST. al wat IK u heb gezegd, jezus CHRISTUS, is de plaats daar GOD u eens te willen koos; de GEEST geleid den mens naar die plaats.
4. de echte wortels van den mens worden geboren uit water en GEEST. zij zijn het begin van een nieuwe geboorte, waarvan het kenmerk is: dat de mens gelooft in den NAAM van ZIJN ZOON jezus CHRISTUS, in HEM blijft en HIJ in hem (te herkennen aan den GEEST dien HIJ ons schonk. zie:1 Joh. 3/23-24). de goede grond voor die wortels is (de Blijde Boodschap van) jezus CHRISTUS. altijd en overal helemaal.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
