|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Het woord paradijs is diep in onze taal verankerd, heeft uit en in het eerste BOEK zijn vleugels uitgeslagen naar wijd en zijd, maar werd niet altijd begrepen. het paradijs werd niet verloren, het moet gewonnen worden. het is "het land zelf" waarnaar wij op weg zijn, het ons beloofde land.
1. Genesis is de bezinning van een dichterlijken mens over de dingen der aarde: over wat hij naar zijn wijze op zijn wijze hoort, ziet en tast, en uit der aard over de wijze van zijn wijze, de wijze van den mens op aarde. van àlle mensen. adam en eva is niet "het eerste mensenpaar"; zij zijn àlle mensen, dé wijze van den mens en uit dér aard van àlle mensen: tot stand gekomen uit en in den OORSPRONG (Jahweh God), hierennu nù hiér geschiedend in de geschiedenis van hemelenaarde, onderweg op weg naar het UITEINDE. de wijze van den mens is die van beginnen, groeien, voltooid worden. en wel vrij interfererend in de VRIJHEID van GOD: dit is deelhebbend aan het GEHEIM én uitgenodigd er aan deel te nemen. een uitnodiging laat vrij er op in te gaan of niet. de vrijheid van den mens is meteen de natuur lijke plaats van zijn kwetsbaarheid: zijn ja of neen. zij is ingeschapen dubbelkantig, dubbelzinnig: een vrucht van den boom der kennis van goed en kwaad, een geheim van het GEHEIM van den tuin. "Van alle bomen uit den tuin moogt gij eten: maar van den boom der kennis van goed en kwaad moogt gij niet eten: want wanneer gij daarvan eet, zult gij sterven." (Gen.2/16-17) de mens is vrij, maar kwetsbaar uit en in dit vrij zijn zelf. en dit is het GEHEIM van GOD, het geheim van goed en kwaad. leven betekent: dit geheim respecteren; sterven betekent het, gehoor gevend aan de slang, aan GOD willen ontfutselen. de slang misleidt den mens onderweg, op weg naar zijn UITEINDE, het paradijs. de slang doet het paradijs niet verliezen maar hypothekeert ons onderweg op weg zijn ernaar.
2. de mens is vrij, maar gekwetst kwetsbaar. d.w.z. mogelijkheid tot neen. de "zondeval" is geen feit, maar de articulatie van de ervaring van de kwetsbaarheid van den mens, van de ontdekking dat hij "naakt" is: een mens, geen engel. een mogelijke, en in feite feitelijke zondaar. "Wie zonder zonde is, werpe..."
2.1. het paradijs ligt niet in het verleden, de tuin was geen paradijs omdat hij "aards" was en uit dér aard gekwetst, een mogelijkheid tot neen zeggen in zich droeg. het paradijs is wezen lijk UITZICHT, TOEKOMST, UITEINDE, HEMEL. een on kwetsbare, on doodbare, on sterfelijke, on vergankelijke TOEKOMST die on ver-brekelijk verbonden is met AFKOMST. een UITEINDE dat al in den OORSPRONG aanwezig is. het paradijs moet gewonnen worden. het verliezen is het UITZICHT, de TOEKOMST, het UITEINDE verliezen door hierennu nù hiér de verbondenheid met den OORSPRONG te verliezen.
2.2. doordat de OORSPRONG en het UITEINDE uit en in de SCHEPPING en het VERBOND on onderbroken on verpoosd on verdroten hierennu nù hiér intens aandachtig aanwezig zijn is het paradijs in ze hierennu nù hiér al aanwezig in den vorm van het "aards" paradijs. het "aards" paradijs is de glans van het paradijs, van den HEMEL, over "de aarde" op aarde. het paradijs winnen is hierennu nù hiér al blozen van dien glans, is het paradijs al op aarde "aards" laten beginnen door niets te laten verloren gaan. d.i. door de vrijheid ja te zeggen het paradijs volmondig instemmend te beAMEN. het paradijs begint al op aarde door ja te zeggen tegen de welwillend- en menslievendheid van Jahweh God, uitgedrukt in Zijn SCHEPPING en VERBOND.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
