|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Onze wijze is wezen lijk én hierennu lijk én OORSPRONG en UITEINDE lijk. er is het land hiér en het land aan den overkant. uit dér aard is ónze wijze wezen lijk: hierennu nù hiér onderweg op weg zijn naar het land aan den overkant. wij zijn onderweg op weg naar huis.
1.1. hiér en nù is: op aarde. "aards" op aarde. lichamelijk geestelijk, als geïncarneerde geest. wij nemen waar, denken na over het waargenomene en -if we are lucky- doen gedragen door, wisselwerkend, d.w.z.: ons doen is gedragen door én draagt ons overdacht waarnemen. zó geschieden wij levend levendig levenslustig.
1.2. wij leven aan den lijve, live. dit is: intens aandachtig aanwezig op aarde, "de aarde" bewarend bewerkend. wij leven bezig: met een verscherpend waarnemen, een verhelderend inzicht en een krachtiger doen. geschieden is groeien, VOL wassen uit en in een vreemd innerlijk verlangen naar verlengenis (dat in wezen een on tembaar reikhalzen naar het hiér is er méér is). aan den lijve is de natuur lijke plaats van ons lichamelijk plaats hebben op aarde. met beide voeten op den grond, die, doordat wij wezen lijk (d.i. OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk) beADEMde aarde zijn, wezen lijk heilige grond is: de natuur lijke plaats van ons heilig, d.w.z. heel, on verdeeld, VOL worden, ons VOL wassen.
2. op aarde is het eerste gezicht, de letter die leeft door den geest. de geest maakt de letter levend. de aan onze wijze eigen geest beademt de aan onze wijze eigen lichamelijkheid tot een naar onze wijze op onze wijze bewuste, onszelf als geïncarneerde geest verstaande wijze van bestaan. dit is: een intens aandachtige aanwezigheid die ons ervan bewust maakt:
2.1. dat dit ons onderweg op weg zijn naar wezen lijk deels is. ons hiér en nù is deels, een deel dat uitziet naar het andere deel om heel, VOL te kunnen worden. lichamelijkheid is niet àlles, d.w.z. moet wezen lijk aangevuld, vervuld, verVOLd worden: verrijkt, vergroot, verméérd.
2.2. dat dit ons onderweg op weg zijn kwetsbaar is. de weg loopt door de woestijn: de aan onze wijze eigen on vermijdelijke aan den lijve te ervaren werkelijkheid van lijden en dood. d.i. de mogelijke hinderlaag die den levenden levendigen levenslust bedreigt, de mogelijke tranen die niet opdrogen, niet weggewist kunnen worden. ons onderweg op weg zijn is een doortocht met hindernissen, belemmeringen, valstrikken die moeten vermeden, overwonnen, omzeild worden. den tocht staken is het land aan den overkant prijs geven, in de woestijn omkomen van honger en dorst, want er is geen teruggang mogelijk. het UITZICHT ligt vóór ons.
3. het UITZICHT is het land aan den overkant, het andere deel dat samen met het eerste het geheel vormt, het tweede gezicht dat het eerste verheldert tot VOLheid van INZICHT. met alle gevolgen van dien.
3.1. op aarde wordt verrijkt, vergroot, verméérd met in den hemel. de letter van onze lichamelijkheid wordt levend door den GEEST, de uit klei geboetseerde vogel wordt beADEMd en vliegt. onze wijze komt van kruipend overeind en slaat de vleugels uit.
3.2. het tweede gezicht is hoop: zij overwint lijden en dood (wist de tranen weg) en laat het beloofde land "verschijnen" in de woestijn. ons onderweg op weg zijn is wezen lijk on hopeloos, on uitzichtsloos. het land aan den overkant gaat met ons mee: overdag in de gestalte van een wolk, 's nachts in die van een vuurzuil. een hiér en nù al bestendige aanwezigheid.
4. de GEEST her innert: laat in het onverborgene (van "de aarde", onze lichamelijkheid) het verborgene verschijnen, verrijkt ons hiér en nù met later (den rijkdom van vóór en nà), verméért het voorbijgaande tot wat niét voorbijgaat.
4.1. de GEEST her innert in ons onderweg op weg zijn (in de woestijn) het land aan den overkant, het land van de BELOFTE. HIJ bevestigt geheime lijk wonder lijk den NAAM van Jahweh: Ik zal er zijn voor u, in de gestalte van de wolk en de vuurzuil: jezus van nazareth CHRISTUS.
4.2. de GEEST herstelt onze wijze: veréént ons op aarde met ons in den hemel. d.w.z. HIJ brengt ons in evenwicht, maakt ons on verdeeld, vervult en verVOLt ons in dit land onderweg op weg zijn onderweg op weg al met het land aan den overkant. HIJ beLICHT onze wijze -haar waarheid, waardigheid en waarde- in de woestijn, d.w.z. in confrontatie met de "bekoringen": "Een mens leeft niet van brood alleen; gij zult de Heer uw God niet beproeven; gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen." de GEEST helpt, dit is redt: brengt ons tot de reële vrijheid, reëlen vrede, reële vreugde van evenwicht: dat de (moeizame) tocht door de woestijn in het LICHT van den GEEST (Die begint en VOLTOOIT) gedragen is en haalbaar wordt door het UITZICHT op het land aan den overkant. dat die tocht wezen lijk on uitzichtsloos is. uit en in den GEEST "zult gij sterk genoeg zijn om het land te veroveren dat gij aan de overkant in bezit gaat nemen." (Deut. 11/8-9)
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
