|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
"Zo werd de mens een levend wezen: Jahweh God vormde de mens uit kleiaarde en blies levensadem in zijn neus." (Gen. 2/7) zó wordt de mens een levend wezen. er is geen alternatief. dit is de waarheid van het BOEK dat, als Woord van GOD, de universaliteit ervan bevestigt. het beeld is tijdloos van alle tijden, ruimteloos van overal.
1. hiér is er méér dan. de VOLheid van een levend wezen is groter en rijker dan de mens zelf kan doorgronden, begrijpen, verklaren: de mens is een geheim, het geheim van "een levend wezen " is -uiteinde lijk- GODS GEHEIM.
1.1. een levend wezen zijn, leven, is méér dan er biologisch zijn, is er verrijkt, vergroot, verméérd biologisch zijn. on verdeeld, verbonden biologisch leven: biologisch verbonden met geest en GEEST op een geheime lijk wonder lijke wijze waarvan wij iets, maar genoeg, te zien "krijgen"...if we are lucky.
1.2. leven is méér dan geest lijk leven, méér dan biologisch-geestlijk leven. de geest is een "licht", werpt een licht op "de aarde" met al wat er in is, maakt het den mens mogelijk den tuin te bewerken. inzicht in de dingen helpt de aarde bewoonbaar te maken, te "veroveren" en bevordert den groei van den mens. en GOD zag dat dat goed was. maar "een levend wezen" zijn is méér.
2. leven is GEEST lijk leven, d.i. leven uit en in den "levensadem" van GOD: on verdeeld, verbonden biologisch-geestlijk-GEESTlijk levend wordt de mens "een levend wezen".
2.1. de GEEST is een LICHT, werpt Zijn LICHT op "de aarde" met al wat er in is én op den op aarde als een levend wezen levenden mens. leven is naar onze wijze op onze door de WIJZE van den GEEST verrijkte, vergrote, verméérde wijze leven. dit is: zó als ons in het Woord (van het eerste) en, vervuld, verVOLd, in het WOORD (van het tweede BOEK) te "lezen" wordt gegeven. ama, et fac quod vis: bemin GOD en bemin uw evenmens als uzelf uit en in GOD beminnen. d.w.z. rijker, groter, méér dan. zó dat niets verloren gaat, dat het niét voorbijgaat.
2.2. leven is hierennu nù hiér al eeuwig leven. een levend wezen gaat niét voorbij, blijft blijvend in zijn OORSPRONG en UITEINDE. dit is concreet: verrijst -door zijn GEEST lijk leven- hierennu nù hiér al in de beperkingen, de sterfelijkheid van zijn biologisch-geestlijk leven tot leven dat niét voorbijgaat, tot eeuwig leven.
GEEST lijk leven is de VOLheid van zijn biologisch-geestlijk leven bereiken, VOL wassen uit en in de VOLTOOIING ervan door den GEEST Die voltooit wat HIJ begint. "een levend wezen" is beADEMde klei: een biologisch-geestlijk wezen dat door den GEEST begonnen, in stand (overeind) gehouden en VOLTOOID wordt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
