|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De natuur is de sterkste filozoof. de dingen ontsluiten voor ons hemel en aarde "in gelijkenissen", op hun wijze de onze. het diepste ervan is "het verlangen" verlost te worden uit de slavernij der vergankelijkheid (het sterven) en te delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods (het leven). (vgl. Rom. 8/18-21) er is geen aanschouwelijker, waarachtiger "gelijkenis" dan die van het zaad: "Hij...zal ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken...als de Geest van Hem die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, door de kracht van zijn Geest die in u verblijft." (Rom. 8/11) het zaad op aarde ont sloot (uit en in gelijkenis) voor paulus wat in den hemel is. de geheime lijk wonder lijke taal van de filozoof natuur is de hoor-, zicht- en tastbare flitsende klaarte van de gelijkenis, on beperkt zonder grenzen welsprekend voor ons tot schouwen verhoogd waarnemen, denken en weten. onze wijze is vergankelijk sterven en onvergankelijk leven. "Wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in heerlijkheid en kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst." (1 Kor. 15/42-44)
1.1. onze wijze is deels sterven. sterven is ons ingeschapen, is ingeschreven in, en uit der aard inherent aan ons op aarde. wij zijn er op de wijze van in de wereld, verbonden met en gebonden aan de wereld. onze wijze is deels beperkt, vergankelijk, gering, zwak (kwetsbaar), natuurlijk, onderhevig aan lijden en dood. deels zum Tode. wij zijn als deels stof onderworpen aan de wet van het stof: breekbaar, ontbindbaar, uiteenvalbaar, verspreidbaar als de gebleekte beenderen van een geraamte. deels, want er is het andere deel van onze wijze, het verzamelende, dat werkt in het breekbaar deel en het sterven van gedaante veràndert, den angel ervan onschadelijk maakt.
1.2. leven op aarde, in de wereld, is niet alleen het sterven herkennen als deel van onze wijze, maar ook dit sterven van gedaante verànderend ander deel. wijsheid (geschenk van de "in gelijkenissen sprekende" filizoof natuur) is het deels deels van onze wijze verbinden tot een geheel, "een levend wezen". dit is zowel ons in de wereld als ons niet ervan het volle pond te geven: te leren sterven en te leren leven; levend te leren vrij en vrolijk sterven uit en in het bewustzijn dat wij -uiteinde lijk- stervend bekwaam worden om vrij en vrolijk te leven. de ascese van het sterven, de ont eigening, de ont hechting, den af stand, maakt den weg naar het on belemmerd, on bevangen bevrijd, bevredigd en bevreugd leven vrij. het hierennu nù hiér al sterven, maakt het gemakkelijker en neemt zijn angel weg.
1.3. vreemd genoeg is ascese geen vernedering, geen vermindering van ons leven op aarde, maar wel de promotie ervan. zij ligt als uitzuivering, genezing, gezondmaking ervan, ontmoeting van en verbroedering met ons ander deel in de lijn van onze wijze: verlangen naar toenadering, naar verzameling, naar de één- en heelheid van hemelenaarde uit en in de SCHEPPING en het VERBOND.
2.1. onze wijze is -uit en in OORSPRONG en UITEINDE- deels leven. d.w.z. dat onze vergankelijkheid al deel heeft aan onvergankelijkheid, onze geringheid en zwakte al deelhebben aan onze heerlijkheid en kracht, ons natuur lijk lichaam al deelheeft aan ons geestelijk lichaam. de les van den graankorrel (wat hij ons leert en in her innering brengt) is: dat wij sterven om te leven, dat ons levend tijde lijk sterven in feite stervend leven voor altijd is, het door trekken van ons leven op aarde in den hemel mogelijk maakt en begint.
2.2. het leren en in her innering brengen van den graankorrel (den filozoof natuur) is de wijze waarop de GEEST ons naar onze wijze op onze wijze aanschouwelijk, "in gelijkenissen", leert en in her innering brengt al wat IK u heb gezegd, den uitleg over Zijn schepping van den SCHEPPER zelf aan zijn schepsels. de wijsheid van den filozoof natuur wordt verrijkt, vergroot, verméérd tot wijsheid van de WIJSHEID, tot alle filozoferen ver overschrijdend geloven in den NAAM van den VADER SCHEPPER, den ZOON VERLOSSER en den GEEST LERAAR en HERINNERAAR.
2.3. het "spreken in gelijkenissen" wordt onder den in slag van den GEEST opgetrokken van booms tot BIJBELS spreken. de wijsheid van "de aarde" wordt van gedaante verànderd tot de -schitterend als de zon en wit als sneeuw- WIJSHEID van "den HEMEL". leven wordt vergroot tot LEVEN, sterven tot VERRIJZEN, vergankelijke klei tot beADEMde aarde, ontbinding wordt -als op het eerste gezicht- om gekeerd tot verzamelen, tot niets laten verloren gaan.
3. en dit is de kern van "de blijde boodschap van Jezus Christus, den Zoon van God". in het geloof in deze boodschap wil ik vrij en vrolijk leven en hoop ik vrij en vrolijk te "sterven".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
