|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Er is een eerste en een tweede gezicht: een zien en een schouwen. het zien tast het voor het zien zichtbare af, het schouwen dringt door tot het onzichtbare, het voor dit schouwen zichtbare. de mens is naar zijn wijze op zijn wijze bekwaam te zien; tot schouwen is hij alleen bekwaam als zijn wijze vergroot wordt door de WIJZE van GOD: her innering van het onzichtbare door den GEEST. de mens wordt VOLwassen uit en in de samenwerking van zien en schouwen, van "aarde" en "HEMEL". op grond van zijn eervol ontstaan.
2. naar het eerste gezicht is onze wijze de wijze van "de aarde": zij begint en eindigt.
2.1. zij begint, d.i. ontstaat. zij is van den tijd en de ruimte, heeft hiér en nù plaats. ontstaan draagt in de kiem al eindigen mee, d.i. contingentie. onze wijze verloopt, "aards" op aarde. ontstaan is dodelijk: wat ontstaat is doodbaar...op het eerste gezicht, zichtbaar voor het zien. wij zien beginnen en zien eindigen. wij zien het contingente en relatieve in wat begint en eindigt. in wat begint en eindigt begint en eindigt de dood mee, als op zijn natuur lijke plaats.
2.2. de dood eindigt dit beginnen, naar wat wij zien, vroeg of laat, vroegoflaat. het einde heeft plaats op dezelfde wijze als het begin: "aards", zichtbaar. het einde is zichtbaar, en uit dér aard is het van een andere orde dan het onzichtbare. het is de zichtbare vorm van den dood: niets minder, niets meer. zuiver zichtbaar, zuiver "aards". en uit dér aard relatief: één zijde, die roept om de andere.
3. de andere zijde is de àndere, de voor het zien onzichtbare die zichtbaar is voor het schouwen, het tweede gezicht. wat begint en eindigt roept om VOLTOOIING uit en in zijn eervol ontstaan.
3.1. zijn ontstaan is wezen lijk méér dan: een eervol ontstaan, VOL van het onzichtbare en uit dér aard VOL van het voor het schouwen verschijnend BEGIN en UITEINDE. "de aarde" is wezen lijk méér dan: vervuld van "den HEMEL". doordat wat voor het zien van het eerste gezicht ontstaat en eindigt wezen lijk verbonden is met, plaats heeft uit en in het BEGIN en UITEINDE, wordt het relatieve erin verrijkt, vergroot, verméérd met het absolute, begint en eindigt het eigenlijk niet en wordt het "verlost", bevrijd uit den greep der contingentie. het heeft blijvend plaats, reikt over tijd en ruimte heen, en verlengt het hiér naar overal en het nù naar voor altijd. helemaal. de schepping is eervol ontstaan: een grote daad van den HEER, het werk van GODS handen. de dingen zijn, voor die, verrijkt met een tweede gezicht, schouwt, eervol ontstaan. de mensen zijn eervol ontstaan. d.w.z.: hun door het zien geziene wijze is een gezichtsbedrog, een illusie; hun wijze is wezen lijk de door het schouwen gezien van GOD den VADER SCHEPPER vervulde VOLLE wijze van deelhebben aan het BEGIN en het UITEINDE, de verlengde wijze die te schouwen is aan het hun ingeschapen verlangen naar, hun roepen om de àndere zijde.
3.2. dit is: het verlangen naar beginloze eindeloosheid, verrijzenis in den dood. "de aarde" verlangt naar niét voorbijgaan, naar eeuwig leven: het rijker, groter, méér dan. het eervol ontstaan draagt in zich de overwinning op den dood. voor het schouwen, het tweede gezicht, is er geen dood, geen einde, omdat er wezen lijk geen den dood in de kiem dragend begin is. er is geen bederf, geen verzuring, geen vergrijzing. er is alleen altijd en overal helemaal de levende levendige levenslust van den eersten morgen, den uit en in den PAASMORGEN vervulden eersten morgen.
4. het eervol ontstaan en bestaan van dingen en mensen openbaren zich "in gelijkenissen", in tekens van GODS bestendige intens aandachtige aanwezigheid onder ons, op aarde, te zien in dingen en mensen door de schouwenden: die eens komen kijken waar, eens letten op hoe, naar die STEM luisteren, luisteren naar HEM in de bomen en den BIJBEL.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
