|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Het is eigen aan onze wijze zich over de dingen te buigen, scherper toe te zien, te lezen in. waarnemen wordt als vanzelf (bij de enen meer, bij anderen minder) vergroot met denken over dat leidt tot begrijpen, inzicht, zien van samenhang. met het practisch gevolg van gebruik: het zich toeëigenen van de gebruikswaarde der dingen. zich over de dingen buigen resulteert in nuttige kennis der dingen die het veroveren van de aarde mogelijk maakt.
reflectie is een beweging van den mens naar de dingen toe. hij dringt in ze binnen met zijn "geest" en begrijpt ze, komt tot een besef van, een inzicht in hun uitzicht waardoor de dingen aan hem onderworpen, door hem bewerkt kunnen worden. bij reflectie (nader toezien) blijkt (komt te voorschijn, verschijnt) dat de dingen meer zijn dan een loutere aanwezigheid onder ons: dat zij er zijn voor ons, om door ons gebruikt te worden voor ons, om de aarde bewoonbaar te maken. met alle gevolgen van dien. óók van mis gebruik doordat het zich buigen over tot een neerbuigend, een uit de hoogte neerzien op wordt uit en in het verlangen zich meester te maken van, de dingen te vernederen tot minder dan ze zijn, minder dan hun ingeschapen aan hùn wijze eigen vrijheid van object: van een aanwezigheid op een afstand. bewerken wordt dan vernielen, vernietigen, beroven van hun zin, hun gerichtheid op.
2. want reflectie is óók het zich buigen der dingen naar ons toe, het bewegen der dingen in onze richting. zij spreken ons aan. zij zijn beADEMde, d.w.z. "levende" wezens. de dingen zijn SCHEPPING en uit dér aard weerkaatsen, reflecteren zij de aanwezigheid van den SCHEPPER op aarde: in de dingen en in ons. de dingen blinken, blozen van blakende gezondheid: schitteren als de zon en zijn wit als sneeuw. uit dér aard zijn zij niet alleen meer dan, maar ook méér dan: uit en in het GEHEIM der SCHEPPING een stem, een teken, een naar ons toegewend (zich naar ons buigend) weerkaatsen van het ons overstijgend, aan ons begrijpen, gebruiken, laat staan misbruiken ontsnappend LICHT op de dingen en op ons op aarde. zij zijn er onder ons voor méér dan gebruik, voor een ànder gebruik: het beLICHTen van al dat leeft met het LICHT van DIE al dat leeft doet leven. de dingen reflecteren ingeschapen, van binnen uit, het LICHT van OORSPRONG en UITEINDE, van den SCHEPPER der SCHEPPING en den GRONDLEGGER van het VERBOND.
3. uit dér aard is de reflectie van den mens wezen lijk tweezijdig, in haar VOLheid "verdubbeld". zij is te zelfder tijd een beweging (zich buigen naar) der dingen naar ons toe én een beweging (zich buigen over) van ons naar de dingen toe. zijn reflectie is gegrond in luisteren naar, letten op hoe, die zijn inzicht verrijken tot rijker dan, vermééren tot méér dan in functie van gebruik: tot UITZICHT op OORSPRONG en UITEINDE. de beweging der dingen naar ons toe is her innering: solidair met ons als on verdeeld één met ons uit en in denzelfden OORSPRONG herinneren zij in ons het HER INNEREN van den GEEST en nodigen zij ons uit onze reflectie te verrijken met het luisteren naar, het letten op hun reflecteren van het LICHT. d.w.z. ons niet neerbuigend, maar ons buigend voor (dit LICHT in de dingen) te buigen over.
4 echte reflectie is een gesprek, samenwerking met de dingen. zij is de vrucht van méér dan het (door gebruik der dingen aangepord) grijpend verstand. zij is de gave der verbeelding: de gave van den GEEST om de stem te HOREN, het teken te ZIEN, door de dingen verLICHT te worden, het "verdubbeld" talent dat toegang geeft tot het VISIOEN van HEMELenaarde. zij is het voorrecht der dichterlijken. zij is van de orde van het geheimelijk uit en in het GEHEIM en het wonder lijk uit en in het WONDER van de SCHEPPING en het VERBOND onder ons, op aarde, rijker, groter, méér dan. de orde van het VISIOEN. en uit dér aard mondt de reflectie uit in beeld spraak, in "spreken in gelijkenissen" waarin de dingen hun stem laten horen, het teken in ze laten zien, al dat leeft een taal spreekt, het LICHT weerkaatst. uit dér aard is dichten de bekwaamheid onze reflectie op het reflecteren der dingen te verzamelen in den geest van den (er ons aan herinnerenden) GEEST: opdat niets zou verloren gaan.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
