|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Gezien uit en in het "op aarde zoals in den hemel" verschijnt het woord voor ons, beLICHT met den GEEST, met een VOLheid die groter is, méér zeggend, méér betekenend, dan "de aarde" waaruit het is gemaakt. door den GEEST beADEMd "vliegt" het uit klei geboetseerde beeld. uit vlees geboren, maar ontvangen van den GEEST, wordt het een wonder op aarde.
2. een woordenboek zegt: "mijmeren (Lat. memor gedachtig)... 2. aanhoudend peinzen. 3. vaag, stil en weemoedig peinzen." vergeleken met redeneren, denken, reflectie, is het de uitdrukking van een zachter, "weker", en uit der aard "gevoelig" nadenken over, peinzen, komt het poëtisch over doordat het met gevoel geladen is. al hoeft dat niet weemoedig te zijn.
mijmeren bestrijkt den helen tijd: het verleden (herinnering), het heden (hierennu als uitgangspunt), en de toekomst (als uitzicht). het is het hele leven, de hele geschiedenis gedachtig zijn uit en in een hierennu nù hiér gegeven gegeven. vandaar dat r. van de perre schrijft: "Ze ziet er plots een jonge ezel grazen langs een rots. Dat is het gegeven. De rest is waarneming, reflectie en mijmering." waarnemend hierennu nù hiér reflecteert m. vasalis in "Het ezeltje" op, en mijmert ze over "Een pijnlijke herinnering" (vroeger) en een onmogelijke toekomst ("nog eens herwinnen"). het waarnemen van het gegeven gegeven maakt hier een mens "romantisch" bewust van de wijze van den mens. althans van een "romantischen", wat "tranerigen" kijk op de wijze van den mens. dit mijmeren is hier uitgesproken "weemoedig", on realistisch, d.w.z. dat het ding, het gegeven gegeven, maar half aan zijn trekken komt, een "halve waarheid", een "droom beeld" over den mens betekent. de mijmering beschadigt de reflectie: wat het gegeven weerkaatst is het nadenken erover. de visie mankt, is door "de tranen" vertroebeld. een gegeven gegeven is nooit een "halve waarheid". echte eerbied is het respect voor de VOLLE waarheid der dingen, hun grondige OBJECTIVITEIT.
3. het echte mijmeren is stil, niet vaag, niet weemoedig. het is her innering: een verrijkt, vergroot, verméérd herinneren en uitzien bij het waarnemen van een ons gegeven gegeven. het ding van "aarde" op aarde weerkaatst uit en in zijn oorsprong (de SCHEPPING) en zijn uiteinde (het VERBOND) "den HEMEL". mijmeren is uit en in het her inneren van den GEEST (kleine correctie op, memor) doorstoten tot "den HEMEL" in de dingen van "aarde", het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van hemelenaarde ZIEN, den helen mens uit en in gelijkenis met de dingen, mens en dingen als OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk op ONS gelijkend. mijmeren is een grondig OBJECTIEF, on tranerig, on romantisch, on gevoelerig, on weemoedig stil "peinzen", in feite een vrij en vrolijk on bevangen, on belemmerd visionair ZIEN van al dat leeft. de gaafheid en zachtzinnigheid, de onzware ernst en dromerigheid van een VOLwassen mens is naar ónze wijze op ónze wijze de rijpe vrucht van een VOL wassen, een heilsgeschieden dat den kindertijd niet kan betreuren zó als de rijpe aar het korrel, eerst halm en dan aar zijn niet kan betreuren.
het echte mijmeren is een verrijkt, vergroot, verméérd mijmeren uit en in een intens aandachtig, kijkend naar en lettend op, de dingen beluisterend aanwezig zijn op aarde, teder toegankelijk voor het her inneren van den GEEST, den GEEST in "de aarde" gedachtig. en uit dér aard àlles ànders zien. en uit dér aard àlles ànders articuleren. mijmeren is waar poëzie begint.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
