|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1.1. "Het zijne" betekent de verheffing van de schepping, van al dat leeft, tot den adelstand als het werk van ZIJN handen. deze "verborgen" eigenschap verrijkt, vergroot, verméért het onverborgene tot rijker, groter, méér dan. het geheim van al dat leeft heeft deel aan het GEHEIM van den leven wekkenden LEVENDEN. het is het ZIJNE van in den beginne. het in den beginne is het begin van het geheim van al dat leeft. "Alles is door Hem ontstaan en zonder Hem is niets ontstaan van wat ontstaan is." (Joh. 1/3) GOD begaaft voor altijd en overal helemaal al dat leeft met ZIJN waarachtigheid, waardigheid en waarde.
1.2. het geheim is on vervreemdbaar. Hij kwam in het Zijne, in de schepping op aarde. in Zijn eigendom, Zijn wijngaard (dien Hij met zorg had ommuurd, schoongemaakt en van water voorzien). geen mens kan GOD het Zijne afnemen, HEM onteigenen, het Zijne ont eigenen en van zichzelf vervreemden door het zichzelf toe te eigenen. er is maar één eigenaar: Die het Zijne vervuld heeft met wat HEM eigen is en het uit dér aard eigen aardig heeft gemaakt. Hij kwam in het Zijne heeft niets vreemds, niets verdachts, niets duisters: het is alleen LICHT.
2. het Zijne is LICHT. het weerkaatst lichtend Die LICHT is. Zijn komen is een versterking van dit LICHT. het weerkaatst lichtend Die LICHT is. naar de wijze op de wijze van het Zijne, mens geworden en uit dér aard voor den mens hoor-, zicht- en tastbaar, heeft HIJ het Zijne als het Zijne op hoor-, zicht- en tastbare wijze onderstreept, beklemtoond voor de Zijnen. HIJ heeft de Zijnen als het Zijne beLICHT: als OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk via het geboren zijn uit vlees, uit den wil van een man, geboren zijn uit GOD. in het Zijne kwam HIJ onder de Zijnen (wonen) voor de Zijnen om ze naar hun wijze op hun wijze ervan bewust te maken dat zij de Zijnen zijn. dit betekent: zó als het Zijne enerzijds geadeld en getekend met het merkteken van GODS hand, en anderzijds onvervreemdbaar eigendom van GOD en met deelname aan Zijn eigen aard verrijkt eigenaardig: op ONS gelijkend.
3. en uitgerekend die de Zijnen ontvingen Hem niet toen Hij in het Zijne kwam. uitgerekend die de Zijnen ontvangen HEM niet nu HIJ komt in het Zijne.
3.1. er is grootschalige ont eigening van het Zijne door vervreemding, naasting en toeëigening van het Zijne door de Zijnen: zij randen de dienaars (boodschappers) aan, doden den erfgenaam zoon en maken zich van den wijngaard meester. de mens schept den mens tot meester, eigenaar van de schepping. de HEER van den wijngaard woont ver van den wijngaard: het volstaat de dienaars en den zoon uit te schakelen om zelf de heer van den wijngaard te zijn.
3.2. zó doende emanciperen de Zijnen zich tot zelfstandigen, merken zij zichzelf met het eigen merk van mens van den mens. hun adel is eigen werk. geëmancipeerd bevrijd, ontvangen zij HEM niet Die komt in het Zijne. zij zijn de Zijnen niet, zij zijn de hunnen. hun verstand heeft, na grondig onderzoek van het hoor-, zicht- en tastbare wetenschappelijk te hebben vastgesteld, bewezen dat zij de Zijnen niet zijn en dat het Zijne het hunne is: ontdaan van het geheim van het GEHEIM, HEMELloze "aarde", on beperkt beschikbaar materiaal.
4. de duisternis in de Zijnen verduistert het LICHT in het Zijne. zij herkennen HEM niet meer. maar. en toch. en zie: die uit GOD zijn geboren, de mensen van GOD, krijgen de macht GODS kinderen te worden. dit is de grote historische ommekeer: de nieuwe morgen.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
