|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Onze wijze is gekenmerkt door een innerlijke "nieuwsgierigheid", een drang naar weten, kennen, in alle graden van min of meer. kennen blijkt ervaren te worden als een bevestiging van de persoon (lijkheid). vandaar de fascinatie die uitgaat van woorden als erudiet, geleerd, belezen, en de aantrekkingskracht van (tot eerbied dwingende) titels als academicus, doctor, professor.
1.1. kennis is meesterschap over het gekende. die kent heeft het gekende in de hand. kennis wordt ervaren en gezocht als macht. kennis verwerven is het begin van scheppen: de dingen een vorm geven in functie van leven op aarde, de dingen dwingen tot dienen, onderwerpen aan het vervullen van een "droom": het gladde wonen op een gladgestreken aarde. zuiver genieten van macht als bron van geluk.
1.2. kennis opdoen is zekerheid funderen. aan de basis daarvan ligt de (het geloof in) zekerheid dat zekerheid gefundeerd en bereikt kan worden door kennis van. en dit is het gevolg van "successen" in het verwerven van kennis en in de ervaring van macht daarmee verbonden. met de "successen" groeit het geloof in en het vertrouwen op de kennis en de macht. zodanig dat mogelijkheid zekerheid wordt, àlles kan gekend en uit der aard voorzien, voorbereid en verwezenlijkt worden. àlles kan vooraf geweten, bepaald, vastgelegd worden. het avontuur, de verrassing, de geheimen van de verte en uit dér aard de mogelijkheid van het rijker, groter, méér dan zijn uitgeschakeld. het verhaal wordt (dodelijk) zeker, één tonig en vervelend. alleen, men vergisse zich niet, men lope niet verloren in een -door kennis en macht verblind zelfgemaakten- "droom".
2. want leven is en blijft een avontuur: een verbijsterend, verbazend, wonder lijk boeiend gebeuren, rijker, groter, méér dan de illuzie van alwetendheid en almacht. inner lijk wezen lijk on voorspelbaar, on bepaalbaar, on construeer- en on dicteerbaar, on beheersbaar door vooraf. het leven van elken mens ligt niet exclusief in de handen van dien mens en de mensen. het ligt -zó als de geschiedenis- uiteinde lijk van zijn begin tot zijn einde in GODS hand. want zijn begin (op aarde) begint al vóór de aarde en zijn einde op aarde loopt door tot in nà de aarde. het is opgenomen in het BEGIN (zijn OORSPRONG) en in den nieuwen hemel en de nieuwe aarde (zijn UITEINDE). uit dér aard kan het niet gevangen worden en opgesloten, geduid, gericht en definitief vastgelegd door de (in wezen beperkte) kennis en de (in wezen beperkte) macht.
leven geschiedt on verdeeld "aards" en "HEMELS". het is en blijft het avontuur van deelhebben en deelnemen, van het geluk hebben uit en in geloven in en vertrouwen op GODS (óns inzicht en UITZICHT gevende) vóór- en nàzienigheid te mógen kunnen en te kùnnen mogen kunnen deelhebben én deelnemen aan hemelenaarde. met alle gevolgen van onbevangen openheid op de geheimen van de VERTE, de verrassingen van lief en leed, de wonderen op UW woord en de bevrijdende, bevredigende, bevreugdende (geloofs-)zekerheid uit en in inzicht met UITZICHT op. in dit perspectief verdwijnen de bedrieglijke zekerheid en verveling voor de fascinatie van het verbijsterend, verbazend, boeiend wonder van leven op ONS gelijkend, op UW woord.
3. de ZIN van het door geen vooraf te bevriezen avontuur wordt zichtbaar achteraf. als alles is volbracht, VOLTOOID in de verrijzenis. dit is: als het zien als in een spiegel overgegaan is in een ZIEN van aangezicht tot AANGEZICHT. het achteraf is eigen aan onze wijze. wij zijn wezen lijk (ver)wachtenden, d.i. uit en in onzen OORSPRONG (ons reëel VOORAF) hierennu nù hiér uitziend naar onze VOLTOOIING, ons reëel ACHTERAF. geduld is de grote deugd (kracht) van den (ver) wachtenden mens en -als vrij en vrolijk vertrouwen in de TOEKOMST- een helder teken van hoop. een teken van verrijzenis. want dit vertrouwen is geloof dat ons zien op aarde zodanig verscherpt dat wij het LICHT van eeuwig LEVEN al ZIEN "als het nog donker is". de steen is weggerold, het graf is leeg, wij zijn -gelovend in HEM, hopend op ZIJN woord en HEM beminnend- al uit en in en door HEM verrezen. vooraf al achteraf uit en in ons hiér en nù plaats hebbend binnen onzen OORSPRONG (het grote, door GODS hand gemaakte VOORAF) en ons UITEINDE (de grote, door GODS hand gemaakte VOLTOOIING). dit is de diepe betekenis van: wij zijn in GODS handen, geschreven in den palm van ZIJN hand. uiteinde lijk hebben niet wij (uit en in een zelfgemaakt vooraf), maar heeft GOD ons leven in handen. en uit dér aard is het -als wij on verdeeld in HEM geloven, op HEM hopen en HEM beminnen- een verbijsterend, verbazend, wonder lijk van begin tot einde over lief en leed heen in goede en kwade dagen boeiend avontuur.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
