|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De lichamelijkheid van CHRISTUS, de ZOON (van GOD) als zoon (van den timmerman), is de fundering en de opwaardering (tot gepolijste amethist, geslepen en in een gouden ring geplaatste diamant) van ónze lichamelijkheid: haar bevrijding, bevrediging en bevreugding. zij komt naar ons toe en laat onze lichamelijkheid verrijzen als het nog donker is. zij veràndert ze van gedaante tot schitterend als de zon en wit als sneeuw. zij is een kostbaar geschenk.
1. onze lichamelijkheid is een feit. wij zijn "aarde" op aarde. de aarde is onze natuur lijke plaats. de lichamelijkheid van CHRISTUS bevestigt dit feit. haar geschieden in de geschiedenis maakt óns geschieden in de geschiedenis hard: verantwoordt dit feit, verrijkt, vergroot, verméért het als goed, als echo van "en God zag dat het zeer goed was". zij her innert in ons het OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk goed zijn van onze lichamelijkheid, d.w.z.: niettegenstaande, de positieve ZIN van het feit.
2. niettegenstaande de goede en kwade dagen ervan. onze lichamelijkheid maakt ons kwetsbaar, is getekend met lief en leed. zó als -als "aarde"- de lichamelijkheid van CHRISTUS. de zoon van den timmerman gaat ons vóór in lief en leed. CHRISTUS heeft dit aspect van ons "aards" op aarde zijn niet geweigerd, niet omzeild, maar heeft de gestalte van een slaaf aangenomen en is gehoorzaam geworden tot den dood op het kruis (de VOLHEID van leed, gedragen uit en in de VOLHEID van lief) van de zoon van den timmerman. on verdeeld. op die wijze heeft HIJ hoor-, zicht- en tastbaar voor ons ons lief onderstreept en ons leed niet weggenomen, weg gemoffeld, maar opgewaardeerd als on deelbaar één met ons lief, en uiteindelijk van gedaante verànderd tot goed. HIJ heeft als eerste, als vóórganger, ons het voorbeeld gegeven dat leed verVOLd kan worden als het gedragen wordt uit en in de VOLHEID van lief. dit is: uit en in het geloof in verrijzenis uit den dood op het kruis. HIJ is (de uitdaging weerstaand en overwinnend) niét afgekomen van het kruis en heeft precies dààr door het leed het laatste woord ontnomen en het lief bevestigd als laatste woord. ZIJN verrijzenis is
3. de GROND van het niét ten dode, maar ten leven zijn van onze lichamelijkheid. uit dér aard is onze lichamelijkheid van de orde van het geheim en het wonder doordat zij -geheime lijk wonder lijk- deel heeft aan het GEHEIM en het WONDER van jezus' verrijzenis. dit GEHEIM, dit WONDER uit en in de on verdeeldheid van den zoon en den ZOON, verrijkt, vergroot, verméért onze lichamelijheid tot on verdeelde éénheid met den GEEST van den VADER en den ZOON, is het GEHEIM van het geheim van ons mens zijn op ONS gelijkend, ons beADEMde "aarde" zijn. onze lichamelijkheid is méér dan, is door den GEEST beADEMd tot "een levend wezen" en uit dér aard opgenomen in wat niét voorbijgaat, het eeuwig LEVEN. zij is niet alleen, zij leeft uit en in de SCHEPPING en het VERBOND van GOD verbonden verzameld, voor altijd.
4. de lichamelijkheid van CHRISTUS is het LEVEN van onze lichamelijkheid. de "aarde" in ons leeft uit en in den "HEMEL": rijker, groter, méér dan, opgeHEMELd. de in jezus, den zoon van den timmerman, voor ons hoor-, zicht- en tastbaar geworden CHRISTUS, GOD de ZOON, adelt onze lichamelijkheid tot bron van HEM horen, zien en tasten die, verrijkt met het her inneren van den GEEST van al wat IK u heb gezegd, van gedaante verànderen, vergroot worden tot HOREN, ZIEN en TASTEN. hiér is er, inderdaad, méér: een lichamelijkheid als een SCHAT in een aarden pot.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
