|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
GOD is heilig. heel. on verdeeld. scheppend reikt HIJ heiligheid, heelheid, on verdeeldheid over in den vorm van het in den mens ingeschapen reikhalzen naar heiligheid, heelheid, on verdeeldheid, dit is: één heid met HEM. "Wees volmaakt (on verdeeld) zoals uw hemelse Vader volmaakt is." naar die volmaaktheid verlangen en er naar streven is een onze wijze eigen natuur lijk proces, dat zijn VOLheid krijgt uit en in de ingeschapen vrijheid van den mens instemmend met in te gaan op de volmaakte vrijheid waarmee GOD innerlijk on geremd en uiterlijk on gehinderd Zijn SCHEPPING schiep en Zijn VERBOND stichtte. op weg gaan naar heiligheid is vrij en vrolijk het mogelijk neen dat in die vrijheid is begrepen innerlijk on geremd en uiterlijk on gehinderd, on benauwd en on bevangen in het ja laten verdwijnen, en zó de volmaakte, on verdeelde vrijheid van GOD in ZIJN scheppingswerk bevestigen. dit is: er vrij en vrolijk en er door bevredigd deelhebbend aan deel te nemen, het verlangen te verlengen naar OORSPRONG en UITEINDE toe.
1. de mens is eigenwijzig in waarnemen, denken, doen en dichten. ni ange (door zijn lichamelijkheid), ni bête (door zijn geestelijkheid). bestaan is naar ónze wijze op ónze wijze plaats hebben: waarnemend, na-, over- en uitdenkend, doend en dichtend. op aarde, d.w.z. zelf "aarde" omgeven, omringd door, te midden van "aarde". uit stof van de aarde, maar (kleine-correctie-met-grote-gevolgen) beADEMd: uit en in ingeschapen vrijheid bekwaam "tot het stof terugtekeren" of uit en in den inslag van den ADEM meer en meer op ONS te gelijken in heiligheid, heelheid, on verdeeldheid. d.w.z.
2. uit en in den impuls van den GEEST op het verlangen naar on verdeeldheid in te gaan en waarnemen, denken, doen en dichten te heelen. "een levend wezen" te worden waarin waarnemen, denken, doen en dichten VOL wassen en zich verzamelen, zich verzamelend VOL wassen.
3. dit VOL wassen van waarnemen, denken, doen en dichten is hun groeien in onderlinge on verdeeldheid, in samenlopen, samenkomen en samenhangen, in wederzijdse beïnvloeding, bevordering en bevestiging in den mens uit en in (en teken van) zijn groeiende innerlijke on verdeeldheid. dit is mogelijk door eenheid van geest uit en in de fundamentele oorspronkelijke beADEMing tot "een (on verdeeld) levend wezen". uit en in die groeiende innerlijke on verdeeldheid in een mens worden waarnemen, denken, doen en dichten "een levend wezen" in dien mens, gaan zij leven.
3.1. het waarnemen leeft als het vervuld wordt van denken, doen en dichten. als het uit zijn zuivere zintuiglijkheid geheven wordt en verrijkt, vergroot, verméérd met betekenis ten leven, ingeschakeld wordt in als leven bevorderend element van het leven van denken, doen en dichten. dit is: als het au serieux genomen en daardoor uit zijn isolement, zijn narcistisch in zichzelf gekeerd zijn, gehaald wordt. dan wordt het waarnemen (horen, zien en tasten) wezen lijk verméérd en ingeschakeld in het proces van zingeving aan het leven van den mens als "levend wezen". dit is: ni bête, een wezen in wien horen, zien en tasten uit en in hun on verdeeldheid met zijn denken, doen en dichten, rijker, groter, méér zijn dan die van een dier.
3.2. het na-, over- en uitdenken leeft als het vervuld wordt door waarnemen, doen en dichten, als het zich niet (abstraherend, ceribraal, rekenend en berekenend construerend, tellend) isoleert en narcistisch over zichzelf buigt. na-, over- en uitdenken zijn zichzelf als zij het gehoorde, geziene en getaste in zich laten werken, d.w.z. eerlijk tegenover trouw zijn aan het hun gegeven materiaal. dit materiaal doet na-, en over- en uitdenken, verrijkt, vergroot, verméért het denken tot natuur lijke plaats van "verstaan", "begrijpen", visie. d.i. een uit en in VOOR- en UITZICHT verrijkt, vergroot, verméérd inzicht in al dat leeft, dat, on verdeeld, het doen en dichten bevorderend beïnvloedt.
3.3. het doen leeft als het vervuld is van zin. zinvervulling gebeurt door horen, zien en tasten die door na-, over- en uitdenken zijn verrijkt tot betekenis en door her innering van den GEEST opgetild tot MIJ volgen. het WOORD veràndert ons doen, door ons uit Zijn VOLHEID de ene genade na de andere te laten ontvangen, van gedaante tot -in het verborgene- schitterend als de zon en wit als sneeuw. dit is: on verdeeld verbonden met en verrijkt door ons horen, zien en tasten, ons na- en overdenken, de duiding door het WOORD via het eerste, tweede en derde BOEK. geheeld uit en in het geheel.
3.4. het dichten wordt helder spreken, "een levend woord", als het in het geheel is opgenomen: zijn duiding krijgt uit én duiding is van ons waarnemen, denken en doen. zijn waarachtigheid, waardigheid en waarde is zijn eerlijkheid tegenover het hem gegeven materiaal en zijn eenvoud van vorm. het leeft in de LIJN op de LIJN van het BOEK, geheiligd (d.i. genezen geheeld) door con spiratie met den ADEM van den GEEST, con textualiteit met het woord van "de leerlingen" en het tot ont sluiten en ont vouwen bekwaam zijn uit verbondenheid met het woord van de "leerlingen" van "de leerlingen" (d.i. intertextualiteit).
4. doordat wij als beADEMde aarde het werk van GODS handen zijn, op ONS gelijken, is heiliging, heel worden, on verdeeld bestaan te zelfder tijd een geschenk van GOD én een te vervullen opdracht van onzen kant. d.w.z. een vrij en vrolijk instemmend met dit deelhebben deelnemen aan de VOLTOOIING van de schepping. heiliging is uit en in her innering van den GEEST, uit en in ZIJN helderheid en kracht, hierennu nù hiér al VOL wassen in het vooruitzicht van, met in de verte het UITZICHT op, de UITEINDE lijke VOLTOOIING. zó is zij op aarde on verdeeld verbonden met den HEMEL, altijd en overal helemaal voor altijd. nù hiér al niét voorbijgaand en uit dér aard in de lijn op de lijn van ons ingeschapen verlangen naar verlengenis van onze wijze tot in de WIJZE van GOD.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
