|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Men wil wel geloven, maar weet niet wat. het beeld van het WOORD moet wel erg schimmig geworden, zo niet verduisterd zijn, dat het al wat IK u heb gezegd blijkbaar niet meer gekend, gezien en wellicht niet meer geloofd wordt en men op zoek gaat naar, vraagt om wat? wat voor de vrienden van jezus, Zijn "leerlingen", uit en in her innering van den GEEST, uit en in die vriendschap, dat geloven in MIJ, helder en krachtig verscheen en door hen helder en krachtig werd geschreven, moet voor "die wel willen geloven" aan het verstand worden gebracht, geformuleerd in verstaanbare in verstaanbare taal gearticuleerde items, in wat. in bewijzen die de houding van den "wijzen", den "denkenden", den "kritischen christen" bevredigen. eerst zien.
1. het maar van "maar wat?" is een kind van de rede, drukt de problematiek van den "nuchteren", "relativerenden" intellectueel uit, die boter bij den vis wil, niet om "den tuin" geleid wil worden.
1.1. het is een teken van de koele scepsis die de on bevangenheid, spontaneïteit, het kinder lijke vertrouwen in de vriendschap onmogelijk maakt, het hart en den nek verhardt, den rug onbuigzaam en uit der aard onbuigbaar maakt, de knieën verstijft, de voeten vast op den platten grond houdt.
1.2. het is een teken van de weerbarstigheid tegenover de verbijsterende, verbazende, wonder lijk boeiende fascinatie van het VISIOEN, dat ijzig afgedaan wordt als on werkelijke fantasie, projectie van den geborgen- en zekerheid zoekenden angst of de verveling van het taedium vitae, de condition humaine. weerbarstigheid tegenover al wat niet begrepen en uit der aard gegrepen, in de hand gehouden, veroverd kan worden. en uit der aard weerbarstigheid tegenover het geheim en het wonder en uit dér aard tegenover het op UW woord: de wonder lijke visvangst, de wonder lijke broodvermenigvuldiging, het wonder lijk her inneren van den GEEST, Zijn inspiratie. weerbarstigheid tegenover den morgen en de lente: her innering van de verrijzenis, van DIE en die en wat niét voorbijgaan. want àlles is relatief en on verschillig.
1.3. het is een teken van de ziekte van het op de proef stellen. "En zie, een wetgeleerde stond op om Hem op de proef te stellen..." (Luc. 10/25) al wat IK u heb gezegd wordt op de proef gesteld waar het verhaal van "de leerlingen" en de "leerlingen" van "de leerlingen" op de proef wordt gesteld. de GEEST spreekt in het BOEK wat dit op de proef stellen betreft heldere taal: "Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen." (Mat. 4/7) de GEEST van GOD, GOD de GEEST, stelt via het woord van "de leerlingen", in hen her innerend al wat IK u heb gezegd, de on voorwaardelijke, on beproefbare en uit dér aard aan elk op de proef stellen weerstaande EERSTIGHEID van GOD den VADER en GOD den ZOON. en onomstootbaar door de relativeerzucht van die wel willen geloven, maar niet weten wat, laat staan van die niet willen geloven en er een eigen wat op na houden.
1.4. "En om den schijn te redden, om zijn vraag te verantwoorden, sprak hij tot Jezus: En wie is mijn naaste?" (Luc. 10/29) het op de proef stellen wordt onderbouwd met de veranderingen der tijdjes die uitwassen zijn van de veranderingen in den tijd, den groei van de geschiedenis. want het komt aan op den geest van onderscheid, die een gave van den GEEST is, de vaste grond om de modes, de verwarring, de wispelturigheid en den verkapten eigenwaan te onderkennen en de dwaasheid ervan te doorzien. den schijn (dien men gewiekst en uitgekiend, in schapevacht verborgen, poogt te redden).
2. geloven is de vrucht van vriendelijkheid, de vreemde welwillendheid tegenover jezus CHRISTUS, en uit dér aard Zijn GEEST in het woord van "de leerlingen" en de "leerlingen" van "de leerlingen", Zijn mystiek lichaam. vonden de vrouwen Zijn lichaam niet in het graf, het is ons mystiek vóór de voeten aan de voeten te vinden gelegd in de kerk: in die aan wie het wat geopenbaard wordt, niet door vlees en bloed, maar door den VADER Die in den hemel is, op de wijze van het WOORD: "in gelijkenissen". wie de naaste is liet jezus verschijnen in de parabel van den barmhartigen samaritaan. HIJ heeft "de leerlingen" de bekwaamheid gegeven Zijn "gelijkenissen" te verstaan uit en in her innering van den GEEST, en door "de leerlingen" de "leerlingen" van "de leerlingen": de kleinen, de vrienden van het WOORD. die vriendschap, dit HEM beminnen uit HIJ heeft óns eerst bemind, is de natuur lijke plaats voor het VOL wassen van het wat, van al wat IK u heb gezegd: eerst halm, dan aar, en daarna aar vol rijp graan. en dàt is al wat er te zeggen is.
geloven is op die vriendschap ingaan en uit dér aard geheime lijk wonder lijk al de rest in zich laten her inneren door den GEEST. het is geen nogal vrijblijvend klinken van ik wil wel geloven, maar. het is een tot in hart en nieren en ingewanden geraakt en gegrepen zijn door het WOORD en niet meer kùnnen niét luisteren naar, nadenken over, doen en dichten van al wat IK u heb gezegd. dit is: niét in betogen uit wetenschappelijk onderzoek, niét in on omstotelijke rationeel gegronde bewijzen, maar in "verhalen", in "gelijkenissen" die den grond van hun waarachtigheid, waardigheid en waarde gekregen hebben uit en in de SCHEPPING en het VERBOND van den VADER, den ZOON en den GEEST.
geloven is uit en in de vriendschap MIJ leren kennen en HEM Die MIJ gezonden heeft op de wijze die HIJ heeft gewild: uit en in het woord van "de leerlingen" (BIJBELS) én van de "leerlingen" van "de leerlingen" (de kerk, de gemeente, het volk van GOD). de VRIEND garandeert het opklaren van het wat doordat HIJ hierennu nù hiér den HELPER zendt Die leert en in her innering brengt al wat IK u heb gezegd. en dat is wezen lijk geen constructie van het menselijk verstand, maar het VISIOEN van "den HEMEL" al op aarde, op aarde te zien.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
