|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
"Op den duur zoudt gij dat moe worden" betekent eigenlijk: als het te lang duurt. iets kan blijkbaar voor iemand te lang duren. té lang. zó lang dat de grens (van zijn geduld) overschreden is. er blijkt dus blijkbaar aan het geduld van (sommige, vele?) mensen een grens te zijn. lang kan té lang worden.
1. de grens van het geduld is een deel van de begrensdheid van den mens. de mens heeft zijn grenzen die maken dat kort té kort, lang té lang, breed té breed, hoog té hoog, zwaar té zwaar, erg té erg wordt enz. het simpele té onder ons, het simpele op den duur.
dit is: ons "aards" op aarde zijn, het aan den lijve ervaren van ons ingeschreven zijn in tijd en ruimte, met als gevolg de ervaring van op den duur: het wegen van tijd en ruimte op ons. de ervaring van dit wegen is het gevolg van een innerlijk verlangen naar on begrensdheid, naar bevrijding van de beperktheid door tijd en ruimte: bewijs van de ingeschapen vrijheid eigen aan de wijze van den mens. een mens verlangt naar vrij zijn "als een vogel in de lucht, als een vis in het water", grenzen loos. naar het bewegen als "een levend wezen" voor wien lang nooit té lang en ver nooit té ver is. uit en in geduld.
2. als het te lang duurt is een teken van ongeduld, dat het gevolg is van een on volwassen kijk op de dingen der bestaande wereld. geduld is -in tegendeel- de natuur lijke plaats op aarde waar lang niet langer als té lang en ver niet langer als té ver ervaren worden. geduld verlegt de grenzen tot in het on eindige, verrijkt, vergroot, verméért het eindige met on eindigheid. want geduld is dat vreemd welwillend vertrouwen in het BEGIN waar àlles begint en het UITEINDE (de TOEKOMST) waarin àlles eindigt. geduld wortelt in het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL", waaruit en waarin "de aarde" op grond van de eerstigheid van "den HEMEL" opgehemeld wordt. d.w.z. het lang nooit té lang en het ver nooit té ver is.
3. geduld overwint on geduld. de duur (op aarde) kan uit zijn aard van uit SCHEPPING en VERBOND opgenomen te zijn in het altijddurende (in den hemel) nooit wat lang duren. zijn grenzen vallen weg. en uit der aard zijn begrenzen van de vrijheid van den mens. de mens wordt uit en in geduld bevrijd vrij van het als het wat lang duurt. geduld maakt vrij in tijd en ruimte tegenover den tijd en de ruimte uit en in het VISIOEN van OORSPRONG en UITEINDE waarin tijd en ruimte hun macht verliezen. geduld opent een UITZICHT dat over den tijd (laat staan de tijdjes van den tijd) en de ruimte (ons "aards" op aarde zijn) heen reikt tot in het tijd- en ruimteloze, on begrensde en uit der aard vrije, ons verlangen bevredigende en alleen nog vreugde gevende UITEINDE. het zó van langen duur zijnde dat nooit té lang duurt noch ooit té kort. en waar het on geduld definitief overwonnen is, en met het on geduld het op den duur.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
