|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Het verstand is wat men noemt een kenvermogen. het helpt den mens de dingen te kennen, d.w.z. ze te "lezen" zó als ze zijn, wat ze op zichzelf en voor ons betekenen. het verstand verbindt.
1.1. verbinden is het natuur lijk, aan ons voorafgaand, ons uit horen, zien en tasten af te leiden verband tussen de dingen zien, begrijpen. de dingen hebben een zin, bewegen orde lijk binnen de orde, zijn van de orde van de orde. ons waarnemen der dingen wordt door ons verstand verrijkt tot ontdekken der orde, het verband tussen de dingen en uit der aard hun zin: hun betekenis voor ons, hun "gebruikswaarde" voor ons bestaan in de bestaande wereld, hun meewerken aan ons leven. ons verstand helpt ons (niet alleen) overleven, (maar ook) leven, blijven leven.
1.2. en dan is er de dood. mensen sterven. ons verstand zoekt naar den zin van ons sterven. wie overleeft, leeft en wil blijven leven, duizelt op de piekmomenten waarop zijn verstand geconfronteerd wordt met het sterven. dit is: het einde van leven. de gedachte aan, d.w.z. de voorstelling van ons verstand van het moment van ons ophouden te leven, er op aarde te zijn bewegend tussen, met en voor de dingen en de mensen, doet ons verstand duizelen. ziet een mens den zin van leven, er zijn, omdat hij tot leven gekomen wil blijven leven, den zin van den dood, van sterven, er niét meer zijn, ziet hij niet. in sterven ziet het verstand alleen verlies, een wan orde, een uit het verband springen. en dit gezicht is zo sterk, zo algeheel den gehelen persoon omvattend, dat het hart het niet kan geloven omdat het voelt dat het niet zou mogen zijn, omdat het wil blijven kloppen. dit met den helen mens verbonden verstand kan voor den dood geen zin vinden, blijft er verbijsterd bij duizelen. het kan niet tegen verlies.
2. is er verlies? er is "iets" in den mens dat hem vertelt dat niets verloren gaat. eens kijkend naar, een lettend op, hoe de graankorrel "sterft" en op nieuw leeft als honderdvoudige vrucht van dit "sterven", gaat hem een licht op dat feller schijnt dan het licht van zijn verstand. een intuïtie, een VISIOEN van blijven leven dat aan het ingeschapen verlangen van den mens tegemoetkomt, dat beantwoordt aan de "roerselen" van zijn diepste wezen: liefde, geloof, hoop. dit is: van den uit de SCHEPPING geboren en getogen en in het VERBOND ter VOLTOOIING opgenomen mens.
2.1. op ONS gelijkend is de mens deel hebbend en deel nemend aan de liefde: aan onderling verbonden, verzameld samen bestaan. de zin van de liefde is verzamelen, samen brengen in de orde van de orde. liefde is op ONS gelijkend groter dan: een geheime lijk wonder lijk rijker en méér dan de dood. de winst van het on vergankelijk, on doodbaar en uit der aard on sterfelijk "in het verborgene" verbonden zijn met elkaar uit en in verbondenheid met GOD. liefde is geestlijk, een vonk van den geest van den GEEST en uit dér aard GEEST lijk. zij is wezen lijk een relatie vol verlangen, en uit der aard -verre van verliesbaar, een mogelijk verlies- een on verliesbaar on verpoosd on verdroten verlengen over tijd en ruimte heen opgenomen in het tijd- en ruimteloze van GODS PERSOON. liefde is PERSOON lijk persoonlijk: altijd en overal helemaal voor altijd.
2.2. uit geloof. want on begrijp- en on verklaarbaar, verborgen in het verborgene, alleen vertelbaar "in gelijkenissen", op te sporen in de sporen van GODS intens aandachtig bestendig wonen onder ons. in het VISIOEN van de tot "een levend wezen" worden van verspreide witgeblakerde beenderen wordt het (schijnbaar) verlies "verheerlijkt" tot winst, zó als het kruis verrijzenis wordt. het geloof in de verrijzenis van jezus CHRISTUS is de VASTE GROND van ons on sterfelijk, door den dood on doodbaar blijven leven. zó als de liefde (be)wijst het geloof ons leven voor altijd (aan): hoewel alleen hierennu nù hiér lichamelijk hoor-, zicht- en tastbaar op aarde bestaand, begint het reëel al in het BEGIN en eindigt het reëel on eindigend in het UITEINDE. op UW woord, het woord van het WOORD.
2.3. het woord van belofte, van hoop. de liefde en het geloof bloeien open in de hoop. de hoop is de natuur lijke plaats waar het verlangen verlengenis wordt. zij is het antwoord op het on begrip van, de verlorenheid tegenover den dood van ons verstand. zij is groter dan ons waarnemen, denken, voelen, en kleurt de beelden van onze verbeelding met alle kleuren van den REGENBOOG. want zo als voor onze liefde en ons geloof is GOD de bron en de monding van onze hoop. ons is door GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON VERLOSSER en GOD den GEEST HELPER de belofte gedaan dat wij uiteinde lijk over den dood heen blijven leven. voor altijd.
3. duizelt ons verstand naar ónze wijze op ónze wijze bij de voorstelling van onzen dood, werpt het een soms vernietigenden schaduw (umbram mortis) over ons leven, het LICHT van de liefde, het geloof en de hoop doet die schaduw verdwijnen. geloof, hoop en liefde verLICHTen ons verstand, zalven zijn wonden van onmacht en beperking, en geven het de rust van een door den GEEST her innerde vrijheid, vrede en vreugde "in den HEER"...die alle zinnen te boven gaan.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
