|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De SCHRIFT werpt een helder licht op ons leven. een licht dat alles erin belicht: eerst het Koninkrijk Gods, en de rest wordt er bij gegeven. de "Wet" van JAHWEH: de dingen der aarde zijn wezen lijk, innerlijk SCHEPPING (grote daden van den Heer), en de relatie tussen GOD en de mensen is wezen lijk een VERBOND. Ik zal er zijn voor u woont welwillend en menslievend onder ons. dàt is de grondwet van al dat leeft, de grondintuïtie van de SCHRIFT.
1. het is de grond wet van den koning, opgeschreven in Deut. 17/18-19. van den koning toen en alle "koningen" hodie et in saecula saeculorum.
1.1. "...deze wet, die bij de levitische priesters berust." de priester is de hoor-, zicht- en tastbare "gestalte", de lichamelijkheid van GOD onder ons, ons uit en in GODS menslievendheid, de logica van Zijn scheppen, naar ónze wijze op ónze wijze voor óns gegeven. het kostbaar teken van Zijn wonen onder ons. Zijn verborgenheid "verschijnt" in het onverborgene, en dit is een helder teken van Zijn VERBOND. het is wezen lijk geen (tweedehands) werk van mensenhanden, maar (eerstehands) van GODS eerstigheid. dit zien is een geloofsgebeuren, her innering van den GEEST: vreemde welwillendheid, tedere toegankelijkheid voor GODS wijze van werken onder ons. het is fundament.
1.2. "...moet hij voor zichzelf een afschrift laten maken van deze wet, een gelijkluidend afschrift van de wet van Jahweh die bij de priesters berust". het is een teken van "onderdanigheid en onderwerping" aan GOD, erkenning van zijn tweedigheid en bereidheid tot deemoed: tot dienstbaarheid uit en in het eerste en het (op aarde daaraan gelijk zijnde) tweede gebod. de "koning" dient als dienaar van JAHWEH de mensen. hij is op aarde het lichaam van GOD voor al wat "de aarde" betreft, onverdeeld samenwerkend met de "priesters", het lichaam van GOD voor al wat "den HEMEL" betreft.
1.3. "Hij moet die rol bij zich houden en er alle dagen van zijn leven in lezen, zodat hij ontzag leert hebben voor Jahweh zijn God." onderhuids klinkt de visie dat "het volk" niet beter gediend kan worden dan door "een koning" met ontzag voor GOD. "bij zich houden" is er met volle aandacht bij aanwezig zijn en altijd en overal helemaal "toepassen". er on verdeeld één mee zijn uit en in een -door er alle dagen van zijn leven, d.i. on onderbroken on verpoosd on verdroten, in te lezen- steeds in helderheid groeiend inzicht. want wat geschreven (en onderschreven) is, wil blijven. de "koning" groeit uit en in het WOORD van GOD.
2. de "les", de "her innering" van al wat IK u heb gezegd, klinkt morgen lijk lente lijk levend levendig levenslustig door tot in dit tijdje. in het leven der mensen heeft het OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk altijd gegaan en zal het altijd gaan om geloven óf niet. GOD woont onder ons, voor die geloven óf niet. Zijn lichamelijke intens aandachtige aanwezigheid onder ons in den "priester" en den "koning" blijft en blijft blijven. de "priester" is hierennu nù hiér wat zijn geloof is, zó als het toen was en altijd zal zijn. zijn grond wet is het met het BOEK gelijkluidend afschrift. de bron van zijn steeds in helderheid groeiend inzicht is het "lezen" ervan alle dagen van zijn leven. uit liefde (die een gave van den GEEST is) is hij er on verdeeld één mee (d.w.z. uit en in die bewonderenswaardige uitwisseling houdt de grondwet hem bij zich én hij haar. er is geen alternatief. het is àlles, of niéts. het is het geluk hebben "her innerd te worden", of het ongeluk "te vergeten". de grondwet is de grond, en "de rest" wordt er (ook uit en in her innering van den GEEST) bij gegeven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
