|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Verantwoorden is een antwoord geven op vragen. vragen bevragen, stellen in vraag, stellen op de proef, willen een "bevredigend" antwoord. zij zijn een teken van on vrede.
1.1. met de ervaring. waarom? waarom word ik, worden wij, geconfronteerd met déze dingen waar wij liever andere dingen hadden meegemaakt? waarom heb ik en hebben alle ezels een staart (zegt benjamin, the donkey), waar ik liever geen staart, maar dan ook geen vliegen, had gehad? ervaring is sterk ikbetrokken, kan uit der aard de wijze der dingen miskennen en uit der aard "dwaze" vragen doen stellen. ervaring nijpt in het vel en kan -als wij niet letten op- de ogen van pijn doen dichtknijpen zó dat wij de "objectiviteit" der dingen niet meer zien. ervaring is, als eigen aan onze wijze, een bron van helder zien en van verblinding, en uit dér aard van "wijze" en "dwaze" vragen. verantwoorden is een "wijs" antwoord geven op beide.
1.2. met het verstaan van het verstand. wat? ons verstand wil de dingen "lezen" en kennen. weten wat is wat. alleen kennen bevredigt het, versterkt zijn zelfvertrouwen. sterk ikbetrokken is het geneigd al dat leeft te beperken tot het rationeel kenbare en te "vergeten" dat al dat leeft groter is dan. het is geneigd ŕndere vragen dan die het stelt te negeren en zich optesluiten in zichzelf, zichzelf met zelfvrede (zelfvoldaanheid) te bevredigen en al dat leeft als op zijn minst mogelijk kenbaar te stellen. uit dér aard beperkt het zijn bevragen van tot wat met rationeel sluitende antwoorden verantwoord kan worden. de ŕndere vragen komen niet in vraag om den on vrede uit te schakelen. en toch zou juist het verstand, als intellect, juist door het "lezen" der dingen, moeten zien dat niet al dat leeft rationeel kenbaar (begrijp-, bewijs- en verklaarbaar) is. léven liefde en schoonheid, vertrouwen en hoop, verlangen en geduld dan niet? zijn juist zij niet het antwoord dat de verantwoording is van het bestaan van de diepste innerlijkheid in ons? er zijn, inderdaad, nog ŕndere vragen: "wijze" vragen van den "wijzen" mens.
1.3. uit on vrede der "fantasie", het on weten. dit zijn kwaadaardige vragen uit on wetendheid. on gegronde en door de fantasie gefantazeerde vragen die niet een antwoord verwachten, maar veeleer een werkelijkheid willen suggereren die er niet is. zij zijn on verantwoordelijk en hoeven uit der aard niet met een antwoord verantwoord te worden.
1.4. uit on vrede van on wil. zij vallen aan, stellen -den schijn reddend- op de proef om te vernederen, zo niet te vernietigen. zij wijzen elk antwoord af, weigeren uit diep innerlijken on vrede uit on wil elk "bevredigend" antwoord.
2. het WOORD is het antwoord als verantwoording op welke vraag dan ook. HIJ bevredigt elken on vrede. "Mijn vrede geef ik u." een vrede die de wereld van ikbetrokken ervaring, een door zelfvertrouwen verblind verstand, een uit on wetendheid er maar op los fantaserende fantasie, een weerbarstigen on wil, niet kan geven.
2.1 het WOORD is het antwoord op elke ervaring. HIJ verrijkt, vergroot, verméért ze, verŕndert ze van gedaante door een ZINgeving die gegrond is in de SCHEPPING en het VERBOND. er zijn vliegen en de ezels hebben een staart. "En God zag dat het goed was!" het antwoord van het WOORD verantwoordt vliegen en staart door den mens de dingen (de goede en kwade dagen) te leren zien zó als de SCHEPPER ze ziet. het antwoord opent de ogen, "bevredigt" ze.
2.2. het WOORD verrijkt het denken met geloven. HIJ "verlost" het verstand uit de benauwing van het beperken van al dat leeft tot het begrijp-, bewijs- en verklaarbare. HIJ doet het geloven, dit is: de dingen ZIEN zó als zij OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk zijn, "bevredigt" zijn on vrede met rijker, groter, méér dan. "in gelijkenissen", ver beelding, toont HIJ de macht der verbeelding die, als gave van den GEEST, het verstand verLICHT en zijn "lezen" der dingen boven het louter rationele uit heft en nederig gevoelig maakt voor het geheim en het wonder in al dat leeft. zodat het door de knieën gaat, zich buigt voor en knielt. uit dér aard wordt zijn ikbetrokkenheid geopend op wat groter is dan het ik: het geheim en het wonder onder ons die ons "in gelijkenissen" door onze verbeelding te horen, te zien en te tasten worden gegeven in de dingen.
3. onze verbeelding is een gave van den GEEST: de honderdvoudige vrucht van de KIEM, die in de goede aarde van onze vreemde welwillendheid tegenover DIE en wat groter is dan wij VOL wast. dit is: uit en in overgave. ons verantwoorden is de echo van het antwoord van het WOORD op de vragen der mensen. de reële verantwoording van al dat leeft is al wat IK u heb gezegd: door "de leerlingen" geschreven toen en hierennu nů hiér door de leerlingen van "de leerlingen" uit en in den GEEST in den geest van den GEEST ont sloten en ont vouwd. zij "corrigeert" wat de ervaringen zeggen met al wat er te zeggen is en dat al gezegd werd, en de houding van het verstand met de welwillende buigzaamheid voor al wat de dingen als dingen van GOD, als déze dingen, te zeggen hebben. een alternatief is er niet.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
