|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Geloven doet àlles ànders zien. de gelovende ervaart met lichaam en ziel een LICHT dat àlles in een ander licht stelt. in feite betekent dat dat "de aarde" met "HEMEL" belicht wordt en verrijkt, vergroot, verméérd van gedaante veràndert tot schitterend als de zon en wit als sneeuw. de mens wordt tot "een levend wezen" beADEMde klei, de mens van het VISIOEN. d.w.z. uit en in den scheppenden GEEST van GOD den VADER en GOD den ZOON (in het BEGIN) begonnen, (hierennu nù hiér) overeind gebracht en in stand gehouden, en (UITEINDE lijk) VOLTOOID. een mens is OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk een MEESTERwerk van den hem beginnenden GOD den VADER SCHEPPER, den hem nù hiér bevrijdend in stand houdenden en doen groeienden GOD den ZOON VERLOSSER, en den hem uiteindelijk voltooienden God den heiligenden GEEST.
2. er is in de mensen een verschijnsel dat men in het vlaams inval noemt. het is een onder ons, en vergeleken met horen, zien en tasten, na-, over- en in- en uitdenken, voelen en herinneren, vreemd en uit der aard intrigerend gebeuren. het lijkt in te vallen, er plots in het bewustzijn te zijn zonder dat men weet vanwaar en hoe en waarom. men weet alleen dàt het er is en dat het van "buiten" komt als een soort uitnodiging om buiten zichzelf te treden, zichzelf te overstijgen en binnen te treden in een werkelijkheid die groter is dan "de aarde".
invallen (ook intuïties, inspiraties genoemd) zijn een feit. zij worden bestudeerd om er een wetenschappelijke "bepaling" en verklaring voor te vinden. dit is: om ze uit hun "vreemdheid" weg te halen en (na de aanvankelijke ontreddering) weer met beide voeten op den grond te zetten. er zich meester van te maken, ze tot "aarde" te reduceren. d.w.z. kan men het in vallen van een inval niet "kennen" en beheersen, dan toch het gebruik ervan. het "wild paard" tot een paard maken, temmen en berijden "in dienst van de mensen". de inval wordt "veraardst", gesaecularizeerd én in zijn wezen én in zijn gebruik.
3. en toch. voor den in GOD den VADER SCHEPPER van hemelenaarde, en...gelovenden mens is het zélfde verschijnsel ànders: "HEMEL", in slag (in spiratie) van den GEEST. om het met o. a. hölderlin te zeggen: "Es waltet ein Gott in uns." de hele SCHRIFT is gedragen door den in slag van den GEEST ("Hij zal u leren en in herinnering brengen al wat Ik u heb gezegd."), in de schrijvers van het eerste BOEK intuïtief ervaren als "Godsspraak van Jahweh".
dit betekent de actieve creatieve intens aandachtige "helpende" aanwezigheid van GOD den SCHEPPER in Zijn schepping: de dingen en de mens spreken naar hùn wijze op hùn wijze con spiratief, met den GEEST mee ademend en mee articulerend. het betekent concreet dat het spreken der dingen en mensen door den in slag van de GEEST ("den HEMEL") rijker, groter, méér dan "aarde" wordt, "de aarde" opHEMELt, d.w.z. opheft tot de hoogte van 10 meter bóven den platten grond. de in slag is een LICHT dat ons zien vergroot tot ZIEN: tot "waarnemen" van het verborgene in het onverborgene. dat wil concreet zeggen tot het ZIEN van ons geschieden in de geschiedenis als verrijkt, vergroot, verméérd met de aan den VADER SCHEPPER wezen lijk eigen eeuwigheid. de in slag van den GEEST verlengt ons hierennu nù hiér lijk bestaan tot in zijn OORSPRONG en zijn UITEINDE, vergroot het beeld dat de mens zich van den mens maakt tot op ONS gelijkend, gemaakt naar ONS BEELD.
4. de in slag van den GEEST is een "delicate" werkelijkheid: van de orde van het verborgene. hij is door den "aardsen" mens alleen waarneembaar op de plaats die de schrijvers van het eerste BOEK "bovenop den berg"(Ex. 34/2-3), "diep in de woestijn"(Ex. 3/1), "een eenzame plaats"(Num. 23/3-4) noemen, die van het tweede BOEK "de binnenkamer"(Mt. 6/6), "de eenzaamheid" (Luc. 5/16), "het gebergte" (Luc. 6/12), en die in het derde BOEK de grot van benediktus, de carceri van franciscus, het klooster van de monniken wordt.
de in slag van den GEEST is het geheim van den gelovenden mens: zijn kruis en zijn verrijzenis. zijn kruis omdat het hem niet gegeven is het waar, wanneer, hoe, waarom, aan wie te kennen en hij uit dér aard niet vrij van twijfel is. zijn verrijzenis terwille van het geluk hebben er -niettegenstaande- in te mógen kunnen en te kùnnen mogen geloven. on simplistisch in simplicitate cordis, in de wereld maar niét er van, beADEMd "aards", op aarde als in den hemel.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
