|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Wat is dat toch: "Mijn duif, verscholen in de spleten van de rots, in de holten van den bergwand, laat mij uw gezicht zien, laat mij uw stem horen, want uw stem is zo schoon, uw gezicht zo lieftallig!"(Ho. 2/14)? woorden van den bruidegom tot zijn bruid. dit is: beaming, bevestiging. dichterlijk dichtende articulatie van de wederzijdse relatie VOL verlangen uit samenvloeien, samenhangend samenlopend samenwerkend scheppen, beADEMen van "de aarde". poëzie. en -alleen, en van geen mens gestoord- heeft men het geweten en weet men het.
het woord wordt WOORD: loopt met het WOORD mee en vraagt: Blijf bij ons. er is dààr van geen andere verklaring dan dat HIJ de SCHRIFT verklaart en het BROOD breekt. onder Zijn in slag veràndert het woord van gedaante: wordt de bruidegom Jahwehs wijsheid, GOD de ZOON WOORD van den VADER; wordt de bruid Israël, de kerk van CHRISTUS, elke mens. de bruidegom beADEMt de bruid, en zie: uw stem is zo schoon, uw aangezicht zo lieftallig...op UW woord.
het wonder van de gedaanteveràndering van ons woord is er, wordt ons eerstig vóór de voeten aan de voeten gelegd en in handen gegeven in de SCHRIFT. als verrijking, vergroting, vermééring van poëzie tot POEZIE. in de spleten van de rots, in de holten van den bergwand veilig geborgen verborgen verscholen als een door ónze handen uit klei geboetseerde duif die, door de DUIF beADEMd, VLIEGT.
poëzie is het door ons van gedaante verànderd woord.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
