|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Dijn en mijn vloeien samen, werken samenhangend samenlopend samen uit en in de OORSPRONG lijke on verdeeldheid van al dat leeft. al dat leeft, leeft interfererend, verzameld, verbonden, krijgend en gevend. wonder lijk waarachtig, waardig en waardevol wisselwerkend.
het dijn vloeit gewoon natuur lijk onbaatzuchtig on egoïstisch in als gave. die van het dijn laat vrij en vrolijk los. dit vermindert, noch vernedert, noch onteigent zijn mijn, maar, integendeel, verrijkt, vergroot, verméért het doordat het invloeien samenvloeien wordt.
die van het mijn laat zich beïnvloeden. hij ontvangt, steelt het dijn niet. uit en in een vrij en vrolijke nederigheid en deemoed opent hij zich -on baatzuchtig en on egoïstisch- voor het hem verrijkend, vergrotend, verméérend invloeien van het dijn.
dit is de genade der ontmoeting, die die van het dijn gulhartig overvloedig doet meedelen en die van het mijn dankbaar doet ontvangen. zó dat mijn en dijn hun scherpe kanten, hun prikkeldraad, verliezen en, mijn dijn en dijn mijn wordend, gezamenlijk rijker, groter, verméérd verdervloeien.
uit en in opdat niets zou verloren gaan. de GROND van deze ontmoeting is de GEEST Die al dat leeft beADEMt, d.w.z. onder Zijn vleugels verzamelt. dit on bevangen, on geremd, on gehinderd ontmoeten, samen- en verdervloeien van mijn en dijn, is een gave van den GEEST.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
