|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Dichten is on verdeeld één met doen. doen bevordert dichten, dichten doen. uit en in de innerlijke grondige on verdeeldheid van den dichtenden en den lezenden in zichzelf én onderling, grond van de innerlijke grondige on verdeeldheid van den dichtenden en zijn gedicht, het gedicht en den lezenden.
dichten is niet alleen een licht op, verhelderende duiding van de dingen zó als zij -waarachtig, waardig en waardevol- zijn, maar zendt ook een kracht uit om het schrijven en lezen om te zetten in leven naar en uit die duiding. het is geen luxe. schrijven en lezen zijn on vrijblijvend, een opdracht het mógen kunnen schrijven en lezen te VOLtooien met kůnnen mogen schrijven en lezen, d.w.z. om te zetten in doen.
dit is de grond van het dichten als "maken": van zijn eerlijk tegenover het ons gegeven materiaal een eenvoudigen vorm eraan geven. dit is: het voor ons hoor-, zicht- en tastbaar maken van de on verdeeldheid van al dat leeft, het geheim van hemelenaarde, van denkendoenendichten. dichten is uit en in denken en doen duiding van denken en doen tot rijker, groter, méér dan. en uit der aard een tot her innering verŕnderde herinnering van "De letter doodt, maar de GEEST doet leven.".
dichten, denken, doen worden on verdeeld "een levend wezen" uit en in den geest van den GEEST.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
