|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De geloofswaarheid is een VISIOEN van GEHEIM en WONDER. uit der aard overstijgt zij ons spreken, ons woord, is zij on uitsprekelijk. en tóch moet zij naar ónze wijze voor onze wijze op ónze wijze hoor-, zicht- en tastbaar gemaakt, d.w.z. uitgesproken worden. het zou dwaas zijn dit te weigeren, getuigen van een misverstand ten opzichte van het GEHEIM en het WONDER (DAT ons aanspreekt en door ons uitgesproken wil worden) én van onze wijze (die niet àlles, maar toch voor onze wijze genoeg kan zien en zeggen).
alles hangt af van de wijze van dit zien en zeggen. dit zien is een ZIEN, een vergroot zien. het VISIOEN zelf geeft den mens het vermogen om HET te zien: de verbeelding als gave van den GEEST, als her innering van al wat IK u heb gezegd. zij is het vermogen het VISIOEN te ZIEN, het geluk hebben dat de ogen open gaan voor het GEHEIM en het WONDER, het geluk van "Zie, ik zie de hemelen geopend en den Mensenzoon staan aan de rechterhand GODS".(Ha. 7/56)
uit en in dit ZIEN wordt het zeggen ZEGGEN: niet het naar de wijze van de wetenschap op de wijze van de wetenschap zeggen in begrippen, maar het "spreken in gelijkenissen", het "vertellen van verhalen", de wijze van "een verhaal samen te stellen van de gebeurtenissen die onder ons zijn geschied". dit is: een spreken uit en in her innering van den GEEST Die het GEHEIM en het WONDER in het VISIOEN laat oplichten.
in feite is dit ZEGGEN dichten, het gezegde poëzie.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
