|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De mens wordt naar het bóven natuurlijke opgetrokken door beADEMing van den GEEST, door her innering van. zó worden zijn waarnemen, denken, doen en dichten ànders: hebben zij uit en in een intens aandachtige aanwezigheid op aarde plaats zoals in den hemel. op aarde 10 meter bóven den platten grond.
hoewel er in het onverborgene ervan schijnbaar, -op het eerste gezicht-, geen verschil te zien is met hun "aardse" gestalte, duidt het tweede gezicht op een verborgen verschil: een verrijking, vergroting, vermééring, die wonder lijk plaats hebben op UW woord. d.w.z. in het verborgene, daar waar de geheimen plaats hebben tussen GOD en de ziel, waar de GEEST de ziel op aarde, uit en in het "aardse", optrekt tot "den HEMEL", ophemelt.
het is een geheim, GODS geheimenis. en tóch onthult het zich naar ónze wijze op ónze wijze voor onze wijze in tekens van den tijd. door de spleten in het "aardse", het lichaam, straalt "de HEMEL", de GEEST. de nimbus van de heiligen is geen "vrome leugen", geen naieve wereldvreemdheid, maar het "in gelijkenissen", in symbolische taal vertelde teken van den GEEST in ze door die in ze geloven naar onze wijze op onze wijze voor onze wijze hoor-, zicht- en tastbaar gemaakt. al wordt het in dit tijdje door wijzen en verstandigen belachelijk gemaakt en weggehoond, het blijft, als woorden die niét voorbijgaan, on uitwisbaar. niet the saint houdt het overeind, maar de GEEST, Die -mensvriendelijk- "spreekt in gelijkenissen".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
