|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Spreken en schrijven dragen, langzaam VOL wassend, zich langzaam VOLtooiend, uit en in de werking van den GEEST in ze hun VOLTOOIING in zich. VOLTOOIEN doet de GEEST.
dat betekent vooreerst dat er in ons spreken en schrijven hierennu nù hiér al méér is dan wij er naar onze wijze op onze (uit haar aard beperkte) wijze in leggen. een méér dat ons spreken en schrijven in tijd doorheen de tijden en in ruimte naar overal toe on beperkt open houdt. dit is de reële onvergankelijkheid van reële poëzie: zij gaat niét voorbij, is altijd nieuw, heeft altijd weer uit en in dit méér dat van den GEEST is iets nieuws te vertellen. ons woord is, door den GEEST verrijkt en vergroot, wezen lijk innerlijk méér dan, uit en in zijn VOLheid uit Zijn VOLHEID on uitputtelijk. VOL voor altijd, voor al den tijd. de GEEST vervult en verVOLt het doorheen de geschiedenis. d.w.z. HIJ VOLTOOIT het altijd en overal in allen door allen die het "lezen": het zich bukkend oprapen en als gerst van het land zelf voor dagelijks brood verzamelen. ons woord in den "lezer" VOLTOOIEND, dit is tot "een levend wezen" beADEMend, VOLTOOIT de GEEST den lezer door uit en in het invloeien van ons woord in hem zijn woord uit en in een wonder lijke uitwisseling te vervullen en verVOLLEN.
het uit- en invloeien, die wonder lijke uitwisseling, is het VOLTOOIINGSWERK van den GEEST: Zijn HEIL, één- en heelheid bewerkend geschieden in de geschiedenis. een gebeuren dat die gelooft niét ziet en tóch gelooft.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
