|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. In feite is er voor de gekerstenden maar één vraag: "Wie is jezus CHRISTUS?". het hele tweede BOEK is hetantwoord, dat jezus zelf geeft en door "de leerlingen" liet optekenen, "schrijven". wat marcus deed in 8/27-39.
jezus blijkt te willen dat de mensen Hem verstaan, Hem leren kennen uit Zijn onderricht en Zijn handelingen. en Hij hoopt dat zij Zijn leerlingen en volgelingen zullen worden, te beginnen met de twaalf die Hij uitkoos, met Zich meenam opdat zij die kennis en kunde uit de eerste hand zouden ontvangen opdat zij ze, als fundament, na Zijn dood, verrijzenis en hemelvaart on verpoosd on verdroten aan hůn leerlingen zouden kunnen verder reiken.
2. het merkwaardige van dit gebeuren is enerzijds het feit dat jezus een antwoord wil waaruit "de stand van zaken" zou blijken, en anderzijds de volgorde: de mensen, gij, en jezus zelf. Hij is Zich bewust van het (belangrijk) onderscheid tussen de "opvatting" van "de mensen" en "de leerlingen", getoetst aan Zijn kijk op Wie Hij is. dit is: IS. een onderscheid, dat uit de antwoorden der mensen (zó als de leerlingen die van de mensen hadden gehoord) en hun eigen antwoord al blijkt en dat door jezus zélf nog scherper wordt geduid.
- de mensen zeggen:
"Johannes de Doper;
anderen: Elias;
anderen weer: een der profeten."(28).
wat, in tegenstelling met andere opvattingen, die de apostelen niet vermelden, een vleiend beeld geeft, vermits wat er gezegd werd volkomen past in de profetische religieuze traditie van het eerste BOEK. marcus noteert het met "de leerlingen" en jezus zélf, zonder het re evalueren. in feite gaat hij er gewoon aan voorbij omdat het in zijn ogen niet met de waarheid strookt. de mensen, (het volk) zijn -hoe mooi en geod bedoeld hun antwoorden ook mogen zijn- er niet toe gekomen jezus te zien zó als Hij IS. en in feite blijft dit zo doorheen het hele verhaal. wat er op wijst hoe moeilijk het voor mensen was, en tot vandaag toe is, een juisten kijk op jezus CHRISTUS te krijgen. en dit terwille van Zijn GEHEIM, Dat in wezen een geloofsgeheim is, dat alleen met medewerking van den Heiligen GEEST, Zijn her inneren, gezien kan worden. en dat blijkt uit het antwoord dat petrus in naam van "de leerlingen" geeft.
- "Gij zijt de Christus.".
dit is de nagel op den kop. de vraag is waar "de leerlingen" dat, in tegenstelling tot "de mensen", gehaald hebben. marcus gaat daar niet op in, maar mattheüs vult petrus' uitspraak aan met
"...de Zoon van de levende God."(16/16).
en heeft een verklaring ervoor, die hij jezus zélf in de mond legt.
"Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona;
want niet vlees en bloed hebben
u dit geopenbaard, maar Mijn Vader,
Die in de hemel is."(17).
dit is de GROND voor jezus' bevestiging van petrus ("de leerlingen") als "de Rots, waarop Ik Mijn kerk zal bouwen", hoewel zij voorlopig aan niemand mogen zeggen wat niet vlees en bloeed (de mensen), maar de VADER, Die in den hemel is, hun had geopenbaard:"dat Hij de Christus was".
dit gebeuren is in overeenstemming met de "openbaring" van de hele SCHRIFT. dit is: de WAARHEID, GOD en mens WAARDIGHEID en WAARDE van de WERKELIJKHEID wordt aan de mensen te horen zien en tasten gegeven door GOD de VADER, Die in den hemel is, en nier door mensen. ZIJ is het GEHEIM van GOD, Dat in Zich het GEHEIM van jezus CHRISTUS bevat. dit historisch FEIT vernedert de mensen niet, sluit hun bijdrage niet uit, maar heft ze met hun bijdrage op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond. wat in houdt: dat GOD met de mensen en hun werken aan den tuin wil samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken om er iets degelijks van te maken. want alleen zijn de mensen zwak, maar samen met GOD zijn zij sterk. ook hun geheim is in het GEHEIM van GOD vervat; ook het gehe"im van hun woord.
3. óns woord is BEGIN en UITEINDE lijk een met den GEEST van GOD verrijkt, vergroot, verméérd woord. in feite leert GOD de mensen spreken, dit is: de WAARHEID, GOD en mens WAARDIGHEID en WAARDE van de WERKELIJKHEID naar hůn wijze op hůn wijze articuleren, ee, adekwaten vorm geven in functie van communiceren, niet tégen maar mét elkaar spreken. spreken is overdracht, in haar VOLheid mededeling van het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL" ten leven.
uit der aard is wat mensen uit en in dien ("goeden") geest zeggen, de vrucht van samenwerking met "Mijn Vader, Die in den hemel is, en op aarde spreekt op de wijze van Zijn ZOON en Hun Heiligen GEEST.
"Want in Zijn hand zijn wij,
evenals onze woorden, evenals alle
inzicht, bekwaamheid en kunnen."(Wijsh. 7/16).
het geheim van ons woord is -geheime lijk wonder lijk, in het verborgene- een geloofsgeheim. het ligt als her innering, gave van den Heiligen GEEST, in de woorden en tussen de regels verborgen. met als gevolg van DIEN: dat die zó "spreekt", zó "schrijft", onderhuids méér zegt dan wat hij denkt te zeggen en uit der aard veelal "achteraf" verbaasd staat over wat "vooraf" in zijn woord te "lezen" is.
zó als de dingen van GOD, "déze dingen", uit hun aard van geheim zijn onuitputtelijk, altijd oud en altijd nieuw zijn, zó is ons woord uit zijn aard van vorm geving aan het geheim onuitputtelijk, altijd oud en altijd nieuw. oud uit en in zijn OORSPRONG; nieuw uit en in zijn UITZICHT op de VOLTOOIING.
"schrijven" is een boeiende bezigheid. een uit geving op grond van een in geving. een mede deling van wat men gekregen heeft; het samenwerpen van "aarde" en "HEMEL"; een VOLheid uit en in Zijn VOLHEID. en uit dér aard waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol. het hoeft niet te verwonderen dat in het derde BOEK het eerste en tweede weerklinkt op de wijze van "het roepen van de ene afgrond tot de andere". in feite zijn de drie BOEKEN als hiér en nů van den OORSPRONG tot het UITEINDE samengeworpen, één en het zélfde woord op UW woord: 153 grote vissen; bron van genezing en op wekking uit den dood; een kostbaar geschenk van GOD om als geschenkboek door mensen aan mensen gegeven te worden.
óns woord "doet gewoon voort" zolang de Heilige GEEST voort doet; con spireert zolang de Heilige GEEST -boeiend, aantrekkend, begeesterend, on verpoosd on verdroten in spireert. het laat den GEEST niet onverrichterzake voorbij gaan, maar opent de deur -niet op een kier, maar wagenwijd- bij het minste teken. niet dat er aan beginnen gemakkelijk is, want het eist den "goeden" wil om de pen ter hand te nemen en zich aan het "schrijven" te zetten. maar eens het eerste woord "geplaatst" en het schrijfproces in gang gezet, vlot het "vanzelf". wat geen fabel, maar een steeds werkerende "leuke" ervaring is.
4. ons woord zegt tegen elken druk van het "milieu" in steeds op nieuw "Wie Ik ben". zalig, want uit en in "openbaring" van Mijn Vader, Die in den hemel is, op de wijze van de SCHRIFT. in die in dien VASTEN GROND geworteld is, die aan het geheim deelhebbend vrij en vrolijk en te vreden aan het geheim deelneemt, kan er geen twijfel zijn. hij drijft als de ark van noë, de ark van "het -op UW woord bevrijd- vrije woord", op de huizenhoge golven van den woordvloed van dit tijdje, "volhardt in het geloof" en blijft bewaard. en met hem zijn woord.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
