Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

Op aarde zó als in den hemel (2000)

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

Pastoraal

 

            1.1. De herder is een verschijnsel dat uit het landschap van de moderne beschaving verdwenen is. hij bevestigde in het landschap de aanwezigheid van het veld, met al wat het aan "natuur" inhoudt: de openlucht, het weer, de aarde die vanzelf haar vruchten geeft, de zelfstandigheid van een door de omstandigheden bepaald gebruik van den tijd met de vrijheid van dien, de langzaamheid van leven (slenteren van hier naar daar) met de daaraan verbonden rust, de verbondenheid met den grond op de wijze van om de dieren bezorgd voor de dieren zorgen, een sober leven, geduld, aanvaarding van wat komt, en, voor de dieperen het schouwen in de diepten van den hemel.

            noem het romantiek: de charme van het bucolische leven. men kan er meewarig, zelfs smalend over doen als helemaal niet langer van onzen tijd en uit der aard overbodig. maar een teken van wijsheid is een dergelijke houding in geen geval. het ziet er naar uit dat deze onze technologische wereld, waarin de werkelijke verworvenheden overspoeld worden door de gekste fantasieën, die inderdaad de werkelijkheid waarin wij leven ongestoord vervalsen en de beperkingen van de technologie verbloemen, het werkelijk leven van de mensen in een steeds stijgende mate verarmt. zij heeft de geestelijke waarden, waarvan het poëtische een kostbaar onderdeel is, een ernstigen deuk gegeven en de zo al felle drang naar materialisme nog verstevigd.

            de herder is, als symbool van een, nauw met de natuur verstrengelden, gewoon natuur lijk levenden mens, een les in wijsheid. hij be leeft het feit dat de aarde vanzelf haar vruchten geeft, met het in het verborgene, geheime lijk wonder lijk daarmee verbonden geluk. zijn eenvoud, zijn luisterbereidheid naar wat de dingen ons gratuiet en zonder bijbedoelingen te vertellen hebben, zijn bewondering waardige zorg voor "de minsten der Mijnen", zijn geestesgesteldheid van genoeg met genoeg en het aan dit genoeg verbonden genoegen, zijn scherpe verwijzingen naar de dwaasheid van de ongebreidelde nieuwsgierig- en begeerlijkheid die momenteel onze wereld teisteren.

            uit dér aard is hij het tegendeel van den huurling: van die het werk niet om de zorg voor de kudde, maar om de "verdiensten" die aan zijn optreden verbonden zijn, doet. niet de kudde interesseert hem, maar de "solde", de bezoldiging. met als gevolg van dien dat hij er helemaal niets voor voelt "zijn leven te geven voor de kudde" als die in gevaar komt. als de wolf zich meldt, zet hij het op een lopen en laat de kudde aan haar allesbehalve benijdenswaardig lot over. wat op schitterende wijze de dwaasheid van "rent a priest" aan de kaak stelt. rent, dat is "huur", en uit dér aard is die priester dan een "huurling".

            het hoeft ons niet te verwonderen dat GODS Woord in de SCHRIFT op pregnante wijze het beeld van den herder (én den huurling) te berde brengt. zó doende bevestigt GOD Zelf via de ervaringen van "de profeten" en "Zijn eigen ZOON" de kostbare waarde van den herder (tegenover de on waarde van den huurling) in de geschiedenis der mensen.

            1.2. de kudde. geen herder zonder kudde, geen kudde zonder herder. zij zijn on verdeeld één en bevestigen hoor-, zicht- en tastbaar de fundamentele innerlijke on verdeeldheid van de schepping. dit is: zó als de SCHEPPER de schepping heeft gewild.

            de kudde ademt vertrouwen uit.

                        "Ik ken mijn schapen en Mijn schapen kennen Mij.".

dit vertrouwen is een conditio sine qua non voor leven. er is geen kudde zonder vertrouwen, zonder geloof in de zorg-uit-liefde van den herder. dit vertrouwen is geen theorie, geen "filosofie", is niet gegrond op demagogie of dictatuur vanwege den herder en uit der aard getekend door angst. het is gerust rustig, levendig levenslustig er zijn achter den herder aan, aan zijn stem en zijn bewegen zonder "morren", zonder kritiek gehoorzamend omdat hij, en uit der aard het "goed" is. ook "goed" is in gezelschap der andere schapen.

            een kudde is gemeenschap. haar wezen is: samen. samen uit; samen terug; samen in den schaapstal. er gaat van dit samen niet alleen een zekerheid (waar de anderen zijn is het goed te zijn, ben ik op mijn plaats, ben ik geborgen), maar ook een warmte uit, een zekere gezelligheid uit en in het spontaan bewustzijn van saamhorigheid (ieder verstaat allen; allen verstaan ieder). er zijn geen dwarsliggers, geen vitters, geen eigenzinnigen die het beter weten dan de herder en geruisloos hun eigen weg gaan. verloren lopen is een accident, dat ongerust maakt en op zoek doet gaan naar waar de anderen zijn.

            een kudde volgt. want zij weet uit ervaring dat de herder "haar leidt naar welige, groene weiden". volgen is meer dan het ingaan op een instinct. er is een bewustzijn in dat het "goed" is en dat op het instinct ingaan naar verloren lopen, isolatie kan leiden, wat betekent in gevaar zijn. volgen is het gevaar vermijden, want de wolf valt, omdat dààr de herder is, geen kudde aan, maar enkelingen die hij eerst van den herder en de kudde geïsoleerd heeft. volgen is de wijsheid van de kudde uit en in het feit dat zij -in tegenstelling tot die van den huurling en den wolf- de stem van den herder kent en zo met zijn gestalte is vertrouwd dat er geen twijfel mogelijk is.

            is zij een "kudde" van "onnozele schapen" in wie geen enkele drang naar zelfstandigheid en zelfontplooiing is, die niet van hun tijd zijn en uit der aard niet met hun tijd meegaan als de herder rustig bij zijn tijd blijft? die niet van de wereld zijn, niets van de wereld weten en er een beetje sullig bijlopen? de grootheid van de kudde is haar standvastigheid, haar blijven waar anderen van den herder en de kudde weggaan en menen zelf te kunnen bepalen wat voor hen "goed" is. zij zijn geen "meelopers", maar "volgelingen". rijk aan de wijsheid die ten deel valt aan die -hoe dan ook bewust van de wijsheid van die plaats- op hun plaats blijven. "volgen" is haar genoeg uit de ervaring dat op zijn plaats blijven vervullen is van wie men is, van eigen grootheid. een toeschouwer -indien recht geaard- laat de kudde met rust en kijkt vol bewondering naar dit gewoon natuur lijk gebeuren dat een herder en zijn kudde is. naar die rust, die zekerheid, dat langzaam, ongehaast vanzelfsprekend naar de glooiingen der aarde over de glooiingen der aarde bewegen uit en in een in het verborgene verborgen aanwezige verbondenheid met de aarde. die, nota bene, "vanzelf haar vruchten geeft". er is bij herder en kudde geen manipulatie, geen zucht naar "het veroveren der aarde", omdat de hele aarde, bezorgd, zich zonder "omheiningen" voor hen opent en naar hen te wachten ligt.

            1.3. ha, care!. het wonder der bezorgdheid. het ligt al ten toon gesteld in de aarde zelf. want zij is gegeven. zij is om al wat en wie op aarde leeft bezorgd omdat zij aan al dat leeft gegeven is. de aarde kent haar vak, de kneepjes ervan. zij ziet in, ziet om, ziet om zich heen, ziet uit, als door een vreemd, geheimelijk wonder lijk verlangen te dienen, "er te zijn voor u", gedreven. zij houdt van het leven, waarop zij zó lang heeft moeten wachten om te tonen waartoe zij in staat is: àlle leven als moeder aarde moeder lijk geboren te laten worden, te bevorderen en te VOLtooien. on zelfzuchtig, on baatzuchtig, gratuiet, met het hart er bij care, zorgen voor, is de "ziel" van haar wezen. er is geen enkele reden om haar "te willen veroveren", want zij geeft zichzelf "vanzelf". zij laat zich, als uit en in een vreemde haar ingeschapen intuïtie, "bewarend bewerken", maar slaat -uit en in haar "goed" en dus afkerig van het "kwaad" zijn- terug naar die haar willen "verkrachten".

            dié care heeft de herder als een "goed" geboren en getogen kind van haar. zijn zorg voor zijn kudde is gehoorzaamheid aan de zorg van de moeder voor haar. want zijn kudde is ook haar kudde. de zorg van den herder is in wezen respect voor moeder aarde uit en in respect met de verbondenheid met haar. in het midden van het open veld schouwt hij in de diepten van den hemel, waar hij de zorg van den hemel voor de aarde ZIET en zich over de éénheid van hemel en moeder aarde en hij en zijn kudde innig verheugt. want precies die éénheid, dat on verdeeld samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken, is de bron van echte vreugde.

            de zorg van den herder straalt vreugde uit. er is geen ongenoegen over dit "werken", ook als het in kwade dagen in het zweet van het aanschijn moet gebeuren; er is geen "morren" om de zogezegde hardheid van het bestaan; er is geen opstand tegen de condition humaine. er is alleen, onder het schitterend schouwspel van den verbijsterenden sterrenhemel, het wetend wetens en willend willens beamen van het geluk onder den hemel op aarde te zijn.

            de zorg van den herder voor zijn kudde is een "schitterend" beeld van de zorg van den SCHEPPER voor zijn schepping.

 

            2.         "Ik ben de Goede Herder.".

het "beeld" van den VADER, Die in de hemel is, stelt door Zijn blijde boodschap en Zijn al goed doend rondgaan de bezorgdheid van GOD den VADER SCHEPPER voor Zijn schepping ten toon. DIE al dat leeft deed leven, laat het niet alleen leven, maar bevordert het ook

                        "opdat het het leven zou hebben,

                        en wel in overvloed.".

            al dat leeft is Zijn kudde, en Hij zorgt voor ze als "een Goede Herder". Hij is bij ze, blijft bij ze, leidt ze naar groene weiden, gaat op zoek naar het verloren schaap en brengt het, het  vader/moeder lijk op de schouders dragend, veilig naar de kudde terug.

            dit is: "de HEMEL" is, zij het in het verborgene, geheime lijk wonder lijk, ver van ver af te zijn, heel dicht bij, op aarde. geloofsgeheim.

            uit dér aard is "de HEMEL" voor de mensen op aarde het toonbeeld van herder lijke bezorgdheid, care. alle bezorgdheid van mensen voor mensen is eigenlijk wezen lijk een afglans van de "HEMELSE" care; is eigenlijk wezen lijk pastoraal. dit is: laat al dat leeft leven én bevordert het "opdat het leven zou hebben, en wel in overvloed". zó is jezus CHRISTUS, de Goede Herder, het voor- en toonbeeld van alle -herder lijke- zorg van mensen voor mensen op aarde; hemelt Hij die zorg in het verborgene, in de stilte in stilte stil, geheime lijk wonder lijk "op Uw woord", op.

 

            3.1. pastoraal is een wijze van zorg voor de mensen, die ingebed is in de religies, speciaal in de christelijke kerken. zij wordt gezien als een opdracht van den Goeden Herder op de wijze van den Goeden Herder.

            uit dér aard is zij van een andere orde dan alle andere wijzen van zorg voor de mensen: is zij getild op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond. zij is gericht op den gehelen mens, den mens zó als hij OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk is. dit is: zij bevordert, on verdeeld, niet alleen het -in wezen voorbijgaand, "sterfelijk"- "aardse" leven, maar, en in rangorde eerst, het -niét voorbij- niét verloren gaand, eeuwig- "HEMELSE".

            uit dér aard is pastoraal VOLheid van care. een VOLheid uit en in Zijn VOLHEID op GROND van her innering door den Heiligen GEEST van "al wat Ik u heb gezegd".

            3.2. pastoraal ressorteert onder de werking van de kerk, het huis van den HEER.

- zij is de opdracht van de door CHRISTUS Zelf op de wijze van handoplegging ("wijding", machtsoverdracht) als herder der kudde aangestelde bisschoppen en de door hen afgevaardigde priesters en diakens. ten teken daarvan draagt de bisschop den (herders)staf. dit is geen uitvinding van mensen, maar het teken dat CHRISTUS Zelf hun in de handen heeft gegeven als symbool van hun herders "macht" "tot het uiteinde der aarde". de staf moet den bisschop er on onderbroken on verpoosd aan herinneren dat die macht geen eigen verdienste is, niet dient om te heersen, maar een gave van CHRISTUS is om te dienen. de goede herder herkent men aan zijn dienen, zijn de kudde ten dienste staan opdat zij, zij het op de wijze van hem volgen, in feite niet hém zou volgen, maar CHRISTUS. want het mens lijke wordt door GODS Heiligen GEEST opgeHEMELd.

            dit is ook de betekenis van -zoals het woord het zelf zegt- het feit dat in de kerk de priester pastoor wordt genoemd. hij is door zijn wijding, de handoplegging door zijn bisschop, de herder van de kudde van de plaatselijk kerk, de parochie. en uit der aard geroepen en gezonden om een "goede" herder te zijn. geloofsgeheim, dat in de door en door gesaeculariseerde westerse wereld waarin de kerk moet leven en waarvan zij onvermijdelijk den zicht- of onzichtbaren invloed ondergaat, sterk onder druk staat. maar, en tóch, en zie: de sterkte van het statuut van den priester is: dat hij -of men dat gelooft of niet- inderdaad niet grondt op wat mensen denken, willen en doen, maar op het WOORD van GOD. AMEN. amen, en daarmee uit.

- uit en in wat in het tweede BOEK het algemeen priesterschap genoemd wordt, zijn ook de niet-gewijde leden van het huis van CHRISTUS geroepen en gezonden, zij het in opdracht van den bisschop en wezen lijk innerlijk, zo niet innig, met hem verbonden, als pastoraal werkers of werksters of gewoon als leden van de kerk, "herders" te zijn.

            dit betekent: dat hun care, hun zorg voor de mensen, gericht moet zijn op VOLheid uit Zijn VOLHEID; op aarde zó als in den hemel moet geschieden. het kàn, want zij zijn niet alleen. zij zijn gedragen door "de Goede Herder" én door de goede herders die Hij als hulp voor ze gekozen heeft. in feite "kiezen" zij zó als de gewijden en hun helpers/sters niet zichzelf, maar worden zij door CHRISTUS gekozen. wat hun "opdracht" met het LICHT en de KRACHT van den Heiligen GEEST verrijkt, vergroot, verméért.

 

            4.1. pastoraal heeft plaats op de wijze van -het juiste- antwoord geven op een -juiste, eventueel on juiste- vraag. de kudde is in wezen een vragende; de herder is in wezen diegene die het antwoord heeft en geeft. de conditio sine qua non voor een vruchtbaar gesprek is de wederzijdse "goede" geestesgesteldheid, zó dat luisteren en spreken, spreken en luisteren harmonisch op elkaar inspelen en als een goede boom goede vruchten voortbrengen. zoniet ontaarden zij in een onvruchtbare en uit der aard nutteloze woorden wisseling, een op wat de farizeeën en schriftgeleerden telkens weer met jezus wilden doen gelijkende lege discussie (woordenwisseling).

            4.2. van den herder wordt verwacht dat hij -zó als jezus, Die zich de WEG noemt- den weg weet en dien de kudde kan wijzen; dat hij -zó als bij jezus in zijn antwoorden aan de farizeeën en schriftgeleerden blijkt- vast in de schoenen staat, en uit dér aard de kudde kan bevestigen.

            de herder hoeft niet bang te zijn als "pretentieus" bestempeld te worden, als "alweter, die het allemaal beter weet". hij moet natuur lijk zijn "beroep" goed kennen en de middelen daartoe gebruiken: de SCHRIFT "lezen", van de sacramenten leven, luisterend naar het her inneren van den Heiligen GEEST bidden, luisterend naar den omgang met mensen wijze ervaringen opdoen om niet alleen met GOD, maar ook met de mensen te kunnen spreken. alleen een in de dingen van GOD en de dingen van de mensen vast staande herder kan de in hem gelovende en zich aan hem toevertrouwende kudde bevestigen.

            van de kudde wordt verwacht dat zij, zó als "de leerlingen" tegenover jezus, den rabbi, den wonderen doener, on verdeeld met hem één en verbonden, kan luisteren en, niet weggaat, maar bij hem blijft en hem volgt. want wat er tussen herder en kudde gebeurt, heeft geheime lijk wonder lijk in het verborgen plaats, op de hoogte (den berg) van 10 meter bóven den platten grond.

            dat betekent dat de geestes/ziels gesteltenis van de kudde gedragen is door een vreemde welwillendheid tegenover en een tedere toegankelijkheid voor den herder. zó dat er tussen herder en kudde, kudde en herder, wezen lijk die "uitwisseling van liefde" plaats heeft, die een afglans is van de uitwisseling van LIEFDE tussen den VADER, den ZOON en den Heiligen GEEST. dit is: op de wijze van "op aarde zó als in den hemel". de relatie tussen herder en kudde is er een VOL verlangen; herder en kudde worden wezen lijk opgeHEMELd, op aarde "ten hemel opgenomen".

            4.3. op aarde, want zij aijn "aarde". dit is: kwetsbaar; altijd gespannen door een spanning tussen den "goeden" en den "kwaden" geest. uit der aard is pastoraal een delicate zaak.

- de herder kan falen, vooral door het resultaat van den dialoog naar zich toe te trekken, voor zich op te eisen, en uit der aard het "werken" van den Heiligen GEEST (der Dritte im Bund) buiten spel te zetten. want pastoraal is en blijft, hoezeer ook door mensen bedreven, uiteindelijk het "werk" van GODS Heiligen GEEST. de "goede" geest in den herder weet dat, maar de "kwade" geest in hem kan eventueel dat "werk" doen mislukken en een omgekeerd resultaat veroorzaken.

- de kudde is op eten uit, en liefst het beste. zij kan er zo haar eigen ideetjes over wat het beste voor haar is op nahouden. zij kan gaan dwarsliggen. in feite is dan haar vraag geen echte vraag, geen echt open staan voor den weg dien de herder toont, maar een vraag om zelfbevestiging, om instemmen met wat zij als "goed" voor haar ziet. in dat geval wordt de herder gebruikt om haar gelijk te geven, en wordt zijn "gezag" in feite dus misbruikt. deze geestesgesteldheid kan moeilijk als van den "goeden" geest, die van den Heiligen GEEST is, bestempeld worden, omdat het gesprek, de onderrichting, dàn, doordat het mens lijke, de aarde, op het GOD lijke, den hemel, gaat primeren, den verkeerden kant opgaat.

            hoezeer ook het zó als in den hemel "het beste deel" is, toch is het niet "goed" mensen, die er op aarde zijn, te kwetsen. het evenwicht is: niet het verkeerde bevestigen en niet kwetsen. en hiér "toont" zich precies het delicate van de pastoraal. de wijsheid van den herder houdt het evenwicht overeind op de wijze van geduldig het juiste moment aftewachten: het moment der overgave. hij kan dit niet forceren; hij kan dàn, zonder zich om de frusterende "ideeën" van deze gesaeculariseerde wereld over het bidden te bekommeren, "op den berg alleen", alleen voor de kudde bidden.

 

            5. pastoraal is en blijft voor den bisschop, den priester, den diaken, den pastoraal werker, de pastoraal werkster en alle leden van het huis van den HEER, een door den Heiligen GEEST geïnspireerd "werken" opdat Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede...op aarde zó als in den hemel:

                        "Opdat de kudde het leven moge hebben,

                        en wel in overvloed.".

            de herder is een geschenk van GOD, Die in den hemel is, aan de mensen, die op aarde zijn. het teken van de beminnelijke mens lievendheid van GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON VERLOSSER en GOD den Heiligen GEEST VOLTOOIER van de mensen op aarde. Zijn kudde. geloofsgeheim, dat GRONDt in GODS GEHEIM.

AMEN. amen, en daarmee uit.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005