|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Een zuil is een "grondvest", als drempel (w.-vl. zulle, duits Schwelle?) horizontaal eerst voor de deur, en als zuil verticaal voor het dak. de zuil draagt deur en dak, grondvest ze, geeft ze vastheid.
2.1. de omvang van het dak maakte het noodzakelijk meerdere zuilen te plaatsen, en dit toont zich nog duidelijker wanneer het -in warme landen terwille van de schaduw- een (zuilen)gang betreft. het is voor den bouwer én zijn publiek goed er op te letten dat die zuilen -niet elkaar tegenwerken, maar- samenwerken om de vastheid van dak of gang te verzekeren. de dingen verzetten zich -en soms op dramatische wijze- ertegen dat men hun door niet aan hun "wetten" te gehoorzamen geweld aan doet. zij laten zich niet doen en geven op die wijze aan de mensen wijze lessen. o.a. wat evenwicht betreft. de weldaad van hun "beschermen" of "overschaduwen" en de schoonheid van hun vorm en opstelling laten zij wijs aan de mensen over. zuilen zijn "bezield" op de wijze waarop zij het nuttige en het aangename paren. zij zijn meer dan "stof". zij stellen zich door het materiaal te leveren de mensen ten dienste en bewijzen daardoor dat het niet toevallig is dat de materie der aarde aan het verschijnen van mensen op aarde vooraf en vóór gaat. wat ons, mensen, te denken geeft.
2.2. maar, en tóch, en zie: tóch kunnen de mensen het niet laten de dingen te verdelen, tegen elkaar uittespelen door een zuil hier en een zuil daar en nog een zuil ginder te plaatsen en uit der aard het gebouw van hun maatschappij (samenleving noemen zij die) op dikke en dunne, smalle en brede, korte en lange te "grondvesten". een zuil die niet bij hùn zuil past, wordt dan met het odium van "verzuiling" beladen. een typisch, sterk in de verf gezet voorbeeld is dan: de christenen zijn en uit der aard al wat zij doen en zeggen en schrijven is verzuild. en men laat niet na er hooghartig smalend over te doen, te zeggen en te schrijven. wat gewoon al uit intellectuele eerlijkheid niet anders dan als een uitwendig teken van innerlijk misverstand, zo niet on begrip, zo niet kwaadaardigheid, kan geduid worden.
2.3. de verdeeldheid toont zich op de wijze van samen tégen samen, van een partij "partijen", samen met tégen samen. met de bedoeling uiteindelijk tot één partij te komen. die krijgt dan voorlopig al een naam: multicultuur. een partij culturen, van wie verwacht wordt dat zij zich uit verdraagzaamheid, respect voor verscheidenheid, openheid naar alle kanten, humanisme, liberté, fraternité en égalité op grond van elk zijn waarheid, in de anonieme multicultuur op de wijze van zich laten ont zuilen "verliezen".
het wezen van den zuilengang is: dat de zuilen zelf standig en toch op elkaar gelijkend, samen het éne dak dragen. hoe schoon in vorm en opstelling ook, zonder dak zijn zij -gelijkend op de nog resterende zuilen op het parthenon of de agora- zinloos, een teken van "verval", van de dramatiek van de door "aardschokken of -bevingen" uiteengeworpen aarde. elke zuil is slechts zichzelf als zij, zij het samen met de andere, het éne dak schraagt. het éne dak maakt ze één.
3.1. is de aarde, in al haar kwetsbaarheid, verdeeld, "de HEMEL" is, on kwetsbaar, één. een schitterend gebouw van samenvloeiende, -staande en -werkende zuilen als grondvesten van het éne dak. het dak van de WAARHEID, het LEVEN, den WEG, op aarde "verschenen" in de gestalte van den altijd te verzamelen en samen te houden proberenden CHRISTUS. Hij is de ZUIL waarin alle zuilen opgenomen zijn, waaruit zij hun grondvestende kracht putten en met WIEN zij samen het DAK van den hemel dragen.
3.2. het geheim van CHRISTUS is Zijn -zij het in het verborgene, als her innering van Zijn Heiligen GEEST werkend- vermogen éénheid-in-verscheidenheid te bewerken. Hij bevestigt de verscheidenheid uit en in Zijn respect voor de verscheidenheid-uit-éénheid, uit BEGIN en UITEINDE lijke fundamentele verbondenheid tussen zuilen en dak. het is de GEEST in alle zuilen Die ze samenbrengt en -houdt om samen GROND vast het dak te dragen.
3.3. met als gevolg van Dien: dat elke cultuur alleen een authentieke cultuur is als zij, door den "goeden" geest, die -niet van de mensen, laat staan van den "bozen" geest, maar- van den Heiligen GEEST is. uit der aard is van verzuiling spreken on zin, een teken van "niet weten wat zij zeggen".
de christenen, dit is diegenen die gekerstend, van CHRISTUS doordrenkt zijn, en uit der aard hun cultuur, zijn opgenomen in de ZUIL-die-de-ziel-van-alle-zuilen-is. uit der aard is hun cultuur niet alleen verbonden met de "cultuur" van CHRISTUS, cultuur van "den HEMEL" op aarde, maar ook met alle culturen-die-met-den-GEEST-verbonden-zijn en uit dér aard den "goeden" geest van den Heiligen GEEST uitstralen. zichzelf zijn is een teken van trouw aan uit vreemde welwillendheid tegenover en tedere toegankelijkheid voor zijn BEGIN en UITEINDE.
op aarde betekent dit voor de christenen een cultuur op- en uitbouwen op GROND van de ziel van de "cultuur" van CHRISTUS, met, zó als Hij, alle respect voor de andere op "goeden" geest gegronde culturen. Hij is niet op aarde gekomen om af te breken, maar om op en uit te bouwen, om samentewerpen, te verzamelen. en zó de christenen. uit en in den Heiligen GEEST van CHRISTUS is hun cultuur een cultuur van zó als CHRISTUS samenwerpen, verzamelen. dit is: omnia restaurare in Christo. wat, als verZUILing, helemaal iets anders is dan verzuiling. voor het cultiveren van die cultuur hebben zij allen CHRISTUS, geen "partij" nodig.
en uit dér aard "doen zij -tegen het geschreeuw van de geest van de wereld in- gewoon voort".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
