Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

IN VOGELVLUCHT (2001)

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

2. Geloven

 

            1. Geloven is een GRONDhouding van den helen mens. een op aarde met lichaam en ziel betrokken zijn bij GOD, Die in den hemel is. een deelhebben én -nemen aan het geheim van de hele werkelijkheid, de werkelijkheid zó als zij IS.

            dit geheim, in feite GODS GEHEIM, is het geheim van die geloven. geheim dat en omdat het nauwelijks in ónze, dit is "aardse", woorden te articuleren is. wie zegt: "Ik geloof", zegt eigenlijk: "Ik geloof dat ik geloof", en kan aan een anderen mens alleen maar zeggen: "Ik geloof dat gij gelooft.". alleen jezus kon zeggen: "Uw geloof heeft u gered.", omdat Hij alleen weet wat geloven is.

            jezus zegde het dààr en toén met woorden van dààr en toén. Hij bevestigt het hiér en nù op de voor ons vreemde wijze van "her inneren", dit is de wijze van den Heiligen GEEST, "die ónzen geest bevestigt,", schreef sint-paulus dààr en toén. ook die bevestiging is een voorwerp van geloof: wij moeten geloven wat de GEEST in ons bevestigt. het geheim van geloven is: vertrouwen dat GRONDt in het Woord van den VADER, in het WOORD.

            uit dér aard GRONDt geloven in "wat er geschreven staat": de SCHRIFT, het eerste en tweede BOEK. dit is: in wat óns door den Heiligen GEEST in wat "de profeten" en "de leerlingen" ons "als in steen gebeiteld" te "lezen" hebben gegeven. uit dér aard GRONDt geloven in geloven in het Woord van GOD: in wat GOD ons door Zijn Heiligen GEEST te "lezen" heeft gegeven én ons door Zijn Heiligen GEEST bij het met het hart er bij zijnd lezend te "verstaan" geeft. een alternatief is er niet. geloven is een aan mensen geheime lijk wonder lijk gratuiet geschonken gave van den Heiligen GEEST. Zijn GEHEIM.

            als een mens eerlijk, wetend wetens en willend willens, met het hart er bij, zegt: "Ik geloof", is het in feite de Heilige GEEST Die dàt door hem zegt. het is een geloofsbelijdenis, een deelhebbend aan deelnemend aan getuigen van "al wat Ik u heb gezegd". in feite een uit en in het her inneren van den Heiligen GEEST met zijn hele wezen getuigen van de werkelijkheid van de hele werkelijkheid: het GEHEIM van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde", Dat het geheim van den gelovenden mens is. de VASTE GROND van zijn bestaan op aarde. met als gevolg van DIEN: dat de mens die in dien GROND grondt, in een on vaste wereld vast staat. overeind komt en blijft.

            dàt is een feit op aarde, dat niet alleen door het eerste en tweede BOEK, maar ook in het derde bevestigd werd en wordt. want het derde BOEK is dat van de leerlingen van "de profeten" en "de leerlingen", geschreven op de wijze van hun geloofsboek. de essentie erin is hun geloofsgetuigenis, en het hoeft den lezer ervan niet te verwonderen dat hij uiteindelijk altijd weer op woorden stuit die hun geloof articuleren. het derde BOEK is, als ont huling en ont vouwing van het eerste en tweede, het geloofsboek van en voor de leerlingen van "de profeten" en "de leerlingen". die het met het hart erbij leest, hoort, ziet en tast "tussen de regels" het geloven en het geloof van die het schreven, en wordt -if he cares and is lucky, eerlijk en verlangend met het hart er bij is- door dit geloven in zijn eigen geloven bevestigd.

            zó lééft het getuigenis van "de profeten" en "de leerlingen" doorheen de geschiedenis en wast het langzaam, langzaam, als GEHEIM van den Heiligen GEEST in de geschiedenis op de wijze van niet verloren, niet voorbijgaand, van eeuwig leven zijnd, VOL. geloven lééft. zij het geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, in de stilte in stilte stil. en die geloven, geloven het "op UW woord". als wonder bóven wonder.

 

            2.1.1. geloven is ZIEN. méér dan zien. een vreemde wijze van zien, van kennen. wie zal begrijpen, en uit der aard verklaren, wat de woorden van een mens: "Ik geloof in God." uiteindelijk inhouden en zeggen? die woorden geven niet alleen te denken over dat "ik", maar op de eerste plaats over "God". zij gaan die ze zeggen én die ze horen te boven. zij verwijzen naar "een dodelijken sprong" die "goed" afloopt. een mens lijk on mogelijke overgave, een vertrouwen waarvan die mens op de wijze van een on mens lijk "weten" weet dat ze/het niet beschaamd wordt. geloven is geen acrobatie, maar "een zich laten vallen" wetend dat het vangnet er is. in GOD geloven is op GROND van dat vreemde ZIEN, dat gekregen kennen (Godsspraak van Jahweh, "al wat Ik u heb gezegd"), dat "LICHT van het geloof", "weten" dàt HIJ er is ("Ik zal er zijn voor u.") en opvangt ("...opdat gij uw voet aan geen steen zoudt stoten").

            die de BOEKEN gelovend "lezen", komen er toe de grondeloze diepte, de ontstellende "openbaring" te horen, te zien en te tasten van GODS woord, van de WAARHEID Die hen overweldigt. dàt is waar! het kàn niet anders dan waar zijn! én te zelfder tijd "goed" en schoon. het beste en schoonste dat mensen te horen, te zien en te tasten kunnen krijgen. zij ervaren het diep, op den grond van hun hart, hun verstand, hun verbeelding. een ervaren, dat niet liegt, noch bedriegt. geen "spook", geen schim, maar werkelijkheid. een werkelijkheid waartegen zij, ze door de zogenaamde werkelijkheid aangevochten soms anders voelend, anders denkend, anders fantaserend, niet opkunnen. zij komen telkens weer met beide voeten op dien GROND terecht. want zijn de hun door de omstandigheden opgedrongen twijfels mens lijk, het hun niet aflatend gegeven en hen zeker hen niet in de steek latend geloofsinzicht is GOD lijk. het breek punt, waarop de enen overeind komen en de anderen breken. en het waarom ervan is het GEHEIM GOD, Dat groter is dan het geheim mens.

            zó als GOD àlles in allen is, zó is dit ZIEN àlles in den mens: de wijze van zien die "God is àlles in allen." doet ZIEN. wat johannes op "schitterende" wijze uit ZIEN, diep innerlijk ervaren getuigend heeft geschreven. het uur van jezus, uitdeinend in het uur van den Heiligen GEEST, is het uur van vervuld en verVOLd geloof. het uur van den leerling van "den leerling". van "de openbaring".

            2.1.2. het geloof is een leer. vandaar het woord geloofsleer (depositum fidei). die leer "staat geschreven", wordt door den Heiligen GEEST, "Die u alles wat Ik u heb gezegd zal leren en in herinnering brengen", geleerd, en leert. uit der aard is die gelooft een leerling van Die een leer "leert en in herinnering brengt".

            de leer is wat aan die geloven te ZIEN gegeven en door hen GEZIEN wordt. zij is toevertrouwd aan "de profeten" en "de leerlingen", en wordt in den loop der geschiedenis door hun leerlingen, de kerk, ont huld en ont vouwd. zó dat de kerk de natuur lijke plaats van den (geloofs)leerling is. in feite zijn en blijven de leerlingen doordat de leer als "een levend wezen" gewoon natuur lijk verder ont huld en ont vouwd wordt, geloofsleerlingen. dit is: hun ZIEN groeit, klaart op, wordt verdiept op de wijze van "leren en in herinnering brengen" door den Heiligen GEEST in de kerk, de daartoe bevoegde instantie ("Gij zult Mijn getuigen zijn tot het einde der aarde."). de leer is het getuigenis van de kerk hiér en nù en door de tijden heen...op GROND van al wat Ik u -in het eerste en tweede BOEK- heb gezegd.

            de leer is de WAARHEID van/over de Werkelijkheid van het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde". zij is in wezen "openbaring", een ons te ZIEN gegeven VISIOEN, Dat thuishoort op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond en uit dér aard het horen, zien en tasten, voelen, denken en fantaseren van de mensen, die op aarde zijn, te bóven gaat. de leer kàn niet in eerste instantie bestudeerd, bevraagd (laat staan in vraag gesteld), geleerd, maar moet -zij het door middel van het mens lijk bestuderen, bevragen en leren- uit en in "openbaring van GOD geloofd worden. zij is en blijft GODS GEHEIM, Dat Zich niet op aarde maar in den hemel ten VOLLE prijsgeeft, zal ontsluieren. deze "beperking" is geen willekeur, laat staan "sadisme" van GOD, maar een "beproeving" van de vrijheid van den mens tegenover Zijn SCHEPPER, VERLOSSER en VOLTOOIER. zij roept hem op tot het kiezen van het leven, of den dood. de "beproeving" is het breekpunt: de natuur lijke plaats van zijn overeind blijven en leven, of van zijn breken en sterven.

 

            2.2.1. dit (innerlijk) ZIEN treedt naar buiten in (uiterlijk) DOEN. het kennen wordt vervuld in kunnen. geloof moet be leefd worden; geloven is wat men ZIET, DOEN, ernaar leven. dit is: wat innerlijk als waarheid uit de WAARHEID "verschijnt", in waar, dit is "goed" DOEN omzetten.

            2.2.2. kennen is niet alleen de vaste grond van kunnen, maar vordert het ook op. doordat een mens kent, reikhalst hij ook naar kunnen, naar productie op de wijze van zijn kennis in afgewerkte producten te kunnen omzetten. dit is: de aarde niet alleen ze kennend, maar ook ze doend bewoonbaar te maken en te bewonen...in dienst van de mensen.

            kennen en kunnen zijn innig, on verdeeld, met elkaar verbonden. verzameld. in doen worden kennen en kunnen samengeworpen tot een vruchtbare samenwerking, die resulteert in dingen voor het "gebruik", het "genieten van" de aarde. in vooruitgang van de geschiedenis in tijd en ruimte.

            zó als kennen een gave is, is kunnen een gave. elke mens wordt opgeroepen aan dien vooruitgang meetewerken door vrij en vrolijk te vreden ermee intestemmen en de hem daartoe ((één-, twee- of vijfvoudig) gegeven middelen/vermogens (30-, 60-, 1OO-voudig vruchtdragend) te gebruiken. de gave is een opdracht, en uit der aard on vrijblijvend. een opdracht er te zijn op de wijze van wie men naar zijn wijze op zijn wijze is. die opdracht vervullen staat in een mens gelijk met wijs zijn.

            de mens die zijn kunnen doet, is een wijze mens. zijn wijsheid eist hem op tot inzet, care. een bezorgdheid om de dingen de dingen in hun eigenheid bewarend, met zorg te bewerken in dienst van zichzelf en de mensen. dit is: in den geest van de hem ter beschikking gestelde, hem vóór de voeten aan de voeten gelegde en in handen gegeven aarde. het is de wijsheid van den zich van zijn zijn zó als hij is bewusten er zijnden mens. "Plus est en vous.". ingeschapen.

            2.2.3. het "Plus est en vous." betekent óók dat dit plus niet alleen van den mens komt, maar ook van GOD. het verlangen naar en het vermogen van te kennen en kunnen zijn den mens ingeschapen. het kunnen is uit zijn aard van gave te zelfder tijd een opdracht. elke mens moét naar zijn wijze op zijn wijze kunnen. dit is: doen op de wijze van DOEN. de gekregen gave maakt het mogelijk dat het "aardse" doen "HEMELS" tot DOEN opgehemeld wordt, sub specie aeternitatis verrijkt, vergroot, verméérd. geloofsgeheim, dat zijn kracht "toont" op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond.

            het is een opdracht van elken mens zijn doen-op-aarde te verrijken tot een DOEN-zó-als-in-den-hemel. wat inhoudt dat het doen in dienst van de mensen geheime lijk wonder lijk, op UW woord, de mensen ten VOLLE dient: den mens in zijn geheel, in zijn VOLheid. den "op Ons gelijkenden" mens, den mens zó als hij OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk IS.

            dit DOEN is wezenlijk het leven van al dat leeft bevorderen door het te "helen", te "genezen", tot de vrijheid van de kinderen GODS te "verlossen". wat in het LICHT van het KENNEN helder oplicht. in feite is dit KUNNEN een met den SCHEPPER, VERLOSSER en VOLTOOIER van de mensen mee scheppen, verlossen en VOLtooien; zijn de gave en het vervullen van de opdracht voor die geloven in wezen een gedragen bijdrage tot den echten vooruitgang van de geschiedenis.

 

            3.1. de natuur lijke plaats van dit door de "pedagogie" van den Heiligen GEEST in een mens OP getrokken kennen als GROND van zijn kunnen is de leer, "al wat Ik u heb gezegd". geloven geschiedt leer lijk. dit is: door kennis te nemen van de leer.

            jezus CHRISTUS is de leraar (rabbi). Hij is er op de wijze van "gaan zitten en onderrichten". Hij heeft aan de mensen iets te vertellen, en wel op een wijze die "verbazing" wekt, "verbijstert" en "boeit". zijn (geloofs)leer en -onderricht is een uitdaging, in wezen een "beproeving" én voor de "leerlingen" (die "bij Hem blijven") én voor de wereld ("die Hem niet kent"). en uit dér aard "een steen des aanstoots" is. enerzijds trekt de leer van jezus aan en bevordert zij een vreemde welwillendheid tegenover en een tedere toegankelijkheid voor ze; anderzijds stoot zij af, veroorzaakt zij "morren" en "weg gaan". het gebeurde dààr en toén; het gebeurt hiér en nù; het zal blijven gebeuren "tot het einde der aarde", omdat het op aarde gebeurt. dit is: in mensen die "in de wereld, maar niet ervan zijn"; in mensen die "in de wereld ervan zijn". het breekpunt is: niét, of wél ervan. d.w.z.: met "den HEMEL" verbonden, of los ER van, "naar Hem luisterend", of "tegen Hem morrend".

            het is de GEEST Die de leer in mensen die voor Zijn her inneren open staan, in Zijn "leerlingen" "levend maakt".

            3.2. de "leerling" groeit in een VOL wassend geloven; groeiend gelovend wordt hij een trouwer "leerling". leren "vermeerdert" het geloof;  geloven bevordert het leren, verrijkt, vergroot, verméért het inzicht in de WAARHEID van de leer en verhoogt de "aantrekkelijkheid" ervan.

            in den "leerling" wordt geleid lijk geleidelijk den gevoelsmatigen, intellectuelen, gefantaseerden weerstand ("morren") "uitgedreven" en worden de welwillendheid en toegankelijkheid "ingevoerd" en vermeerderd. dit proces gebeurt in het verborgene, geheime lijk wonder lijk, maar, en tóch, en zie: reëel. het verstevigt het "bij Hem blijven", ook als de wijzen waarop Hij dit hiér en nù bedoeld heeft en wil, dit is de wijzen waarop de GEEST in het "lichaam" verborgen geborgen is, aan alle kanten aangevochten en aangevallen worden.

            het geheim van den "leerling" is dat zijn trouw aan de leer. meer dan door zijn gevoel, zijn verstand, zijn fantasie, gedragen is door het her inneren van den Heiligen GEEST en zijn intens aandachtig luisteren ernaar. wat "de leerlingen" uitdrukten in hun gebed: "Vermeerder ons geloof.". het leren van den "leerling" is gericht op en resulteert in het vermeerderen van zijn geloof op de wijze van zijn on verpoosd on verdroten "om keren" bij elk breekpunt.

            geloven is op aarde zich niet aflatend "om keren", een on verpoosd on verdroten zich bekeren, zich tot jezus CHRISTUS, Die in den hemel is én in Zijn beGEEST "lichaam" op aarde, keren. hiér en nù gebeurt geloven op de wijze van "naar de kerk luisteren", "in de kerk geloven", "de kerk volgen". "het huis van de Heer" binnen treden en er blijven. een alternatief is er niet.

            geloven is, hoé dan ook hoedanook, op een vreemde wijze weten: dàt er een aarde én dat er een "HEMEL" is; dat men als mens op aarde deel uitmaakt van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde"; dat men als een mens op aarde enerzijds "aards" levend, anderzijds tóch met "den HEMEL" op de wijze van opgehemeld verbonden is.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005