Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

IN VOGELVLUCHT (2001)

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

3. De aarde

 

            1. Als mensen moeten wij ons bestaan als mensen zien, van onze mens lijke situatie uit. Mensen bestaan in een bestaan dat het GEHEEL is van "HEMEL" en "aarde". daarin behoren wij tot "de aarde", en specifiek: op de aarde, die een onderdeel van "de aarde" is. uit dér aard hebben mensen, hebben wij, "aards" plaats op aarde. op den grond, den platten grond; verbonden met al wat van de aarde is op de wijze van: erdoor omgeven, er uit voortkomend, er van en er mee levend, ermee komend en ermee gaand.

            deze concrete situatie geeft mensen, die uit hun aard kunnen denken, over die situatie te denken. wat inhoudt: zin loze verdeeldheid, versnippering, uiteenvallen vermijden en tot een zin volle éénheid, synthese komen. dat mensen kunnen denken op de wijze van na denken, denken over, helpt hen, en wel op een dwingende wijze, den zin van hun bestaan te achterhalen én zich levend door dien zin te laten leiden. on verdeeld zin vol te leven.

 

            2.1. de mensen (een mens. ik, gij, wij) zijn er. zij ontmoeten zichzelf, zij ontmoeten, hetzij lijf lijk, hetzij op een afstand, anderen. zij kunnen dit feit niet wegcijferen, worden ermee geconfronteerd. zó veelvuldig dagelijks, uur na uur lijk, dat het bewust zijn ervan even veelvuldig in on bewust zijn ervan om slaat. dat zij "vergeten" wat het inhoudt een mens te zijn.

            en tóch. wie zijn een mens zijn en dat van anderen nadert en scherper toekijkt (zich erover bezint), moét er toe komen zich erover te verwonderen. te ontdekken dat een mens een wonder is. een wonder onder alle andere wonderen van "de aarde" en de aarde. een wonder, dat zich, if he cares and is lucky, onder alle andere wonderen van dit een wonder zijn bewust wordt. het weet. en het wetend gedwongen wordt het te bewonderen.

            een mens is uit zijn aard een wonder dat weet dat hij een wonder is. een wonder dat hem als hij de oren laat luisteren naar, de ogen eens laat kijken hoe, den vinger erin steekt, verwonderd doet opkijken en als wonder bóven wonder er te zijn bewonderen.

            er te zijn. gewoon er te zijn. er onder de sterren, de zon en de maan, die in den hemel "staan", op aarde te zijn. te duizelen bij het weten er te zijn; te duizelen bij het bedenken dat het had kunnen er niét te zijn. een bedenken trouwens dat geen vasten grond onder de voeten heeft omdat het feit dat men er is het bedenken dat men er niét had kunnen zijn en het daarover duizelen elken zin ontneemt. alleen het er zijn doet -on vermijdelijk en on verbiddelijk- duizelen. het duizelen is den mens inherent terwille van het wonder.

            uit der aard moét elke mens met het wonder en het daaraan inherent duizelen leren leven. te meer daar het wonder én het duizelen leven bevorderen. het wonder doet wonderen in een mens. een bewonderende mens leeft "gemakkelijker", "als vanzelf", want het wonder voedt hem op, trekt hem op de wijze van "hem uit zichzelf en in het leven binnenleiden" OP, bevordert zijn -van binnen uit- leven.

            mensen leven écht, VOL. dit is: met het hart bij de dingen, over ze denkend, ze ver beeldend, ze doend en ze dichtend, van binnen uit naar buiten. een mens is op zichzelf en op andere mensen nooit uitgekeken. er is altijd weer iets dat een "nieuw" voelen, denken over, ver beelden, doen en dichten aan het "oude" toevoegt. het wonder is wonder lijk, geheime lijk wonder lijk, onuitputtelijk. een mens is een geheim: het geheim mens. een steeds meer verbijsterend, meer verbazend, meer boeiend en uit der aard verder lokkend geheim. in feite geen "blind" en uit der aard verblindend, maar een geheim-met-uitzicht-op.

            uitzicht is het geheim van de grootheid van den mens. het houdt hem wakker, onderweg, op weg. het is de "kiem" waarin het opschieten en wortelen, eerst groene halm, daarna aar, en daarna aar vol rijp graan worden, dit is het levenslustig levendig VOL wassen, verborgen geborgen liggen en waaruit zij te voorschijn komen. het geheim van den "in goeden grond" wordenden, zijnden en blijvenden graankorrel is het de mensen gegeven hoor-, zicht- en tastbaar "teken" van hùn geheim: hun uitzicht-op.

            er zijn wordt in zijn zinvolheid bevestigd door het uitzicht-op. die er zijn gaan niet verloren, niet voorbij, eindigen niet. een mens reikhalst naar het uitzicht: naar de VOLTOOIING van zijn bestaan. de grootheid van die er zijn is het uitzicht achter hun VOLtooiing: hun VOLTOOIING; hun LEVEN nà dit leven; de ZIN van hun bewust zijn. het op aarde langzaam VOL wassen van het bewust zijn van den zin van het leven mondt uit in het BEWUST ZIJN van den ZIN. dit is: dàt en hoé en waarom het wonder WONDER, het geheim GEHEIM wordt; dàt en hoé en waarom "de aarde" en de aarde BEGIN en UITEINDE lijk rijker, groter, méér zijn dan hoe zij zich aan de mensen op het eerste gezicht voordoen.

            2.2. op aarde. beneden. de natuur lijke plaats van hun als "stof van de aarde genomen" hiér en nù bestaan. het "veld" onder den sterrenhemel, de om bewoonbaar te maken en te bewonen bewarend te bewerken gegeven "tuin".

            de mensen beschikken blijkbaar over unieke vermogens om de aarde te bewerken. ze hebben dat "cultureel", "beschavend", doorheen hun geschiedenis gedaan en blijven dat doen. met "succes", gezien den opvallenden en merkwaardigen "vooruitgang" erin op grond van een steeds grondiger kennen en handiger kunnen. zij steken den kop in de diepten der dingen en de handen uit de mouwen...in een hiér en nù bereikte duizeling wekkende vaart. een duizeling, die beroest, zó dat het bewerken op de wijze van het ene probleem na het andere te "scheppen" uit de hand dreigt te lopen.

            hiér verschijnt de "aardse" kant van de mensen in zijn "naaktheid". doordat zij de aarde kost wat kost willen veroveren, slaat de aarde terug, wordt zij hun meester. hun zien-van-onder-uit, dit eerste zien, versluiert den blik op de ziel der dingen, op de wezen lijke innerlijke verbondenheid tussen mensen en dingen, de wederzijdse dienstbaarheid, en breekt het "ecologisch" evenwicht, dat grotendeels door de dichterlijkheid der dingen en de dichterlijkheid der mensen wordt gevonden en bewaard.

            is het-zien-van-onder-uit gezien de "aardsheid" der aarde een fundamenteel gegeven, gezien de dichterlijkheid der aarde betekent het afwijken van dien blik op de wijze van zich van de dingen der aarde meester te maken een ramp voor de mensen. die afwijken zien in hun kortzichtigheid, bekrompenheid, waan zin niet dat en hoe de dingen terugslaan, zich wreken, hardhandig tonen dat het voor de mensen -om de een of andere reden- niet "goed" is dat de mensen met de dingen doen wat zij willen. de dingen "tonen" -op korten of langen termijn- zelf dat het "goed" zou zijn dat de mensen dit niét "goed" zijn van hun met de dingen te doen wat zij willen niet alleen als "kwaad" zouden zien, maar ook niét doen. de dingen zijn wezen lijk zó mens lievend dat zij waar de nood dwingt de mensen lessen leren opdat zij de "wetten" der aarde zouden leren kennen, bewonderen en respecteren. het "ecologisch" evenwicht is een mensen en dingen ten leven bewarend de mensen vóór- en voorgaand en uit dér aard overstijgend gegeven, dat den blik-van-onder-uit door den blik-van-bóven-af verheldert en doet respecteren.

            de aarde is voor die er op aarde zijn en op aarde moeten leven, een "uit den hemel neergedaald" geschenk ten leven. en dàt historisch feit kan de blik-van-onder-uit alleen zien als hij door den blik-van-bóven-af verhelderd, verrijkt, vergroot, verméérd wordt.

 

            3. de mens is, onder de dingen der aarde, overeind gekomen. wat inhoudt dat zijn hoofd tussen beneden en boven staat. uit dér aard kunnen zijn ogen niet alleen naar beneden, maar ook naar boven kijken en den blik-naar-beneden naar boven OP trekken. naar boven gericht, ontdekt de mens wat bóven dit boven is, en leert hij kijken-van-bóven-af. met als gevolg van Dien: bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk en bevredigd te vreden leven uit en in het evenwicht tussen beneden en bóven.

            dit evenwicht is het geheim van den mens. den mens op aarde onder den sterrenhemel; den mens op een stukje uitgedoofde ster door een vuurzee van sterren omgeven, "brandend, en tóch niet opbrandend". een op het eerste gezicht het oor verdovend, het oog verblindend en de vingers verlammend geheim, dat geheime lijk wonder lijk de oren doet luisteren naar, de ogen eens doet kijken hoe, en de vingers doet steken in...het wonder van "de aarde" en de aarde met al wat en wie er op is. het wonder van het evenwicht tussen wat beneden en wat bóven is; van het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde", waarin de aarde als opgehemeld haar natuur lijke plaats heeft.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005