|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. "...werd hij...door het lot aangewezen om de
tempel binnentegaan en wierook te offeren."(9).
1.1. Er werd geloot. zó als in Jona 1/7 en Ha. 1/26. zó als overal ter wereld munt of kruis, het kortste en het langste eind, de trommel met cijferballen voorkomen.
loten wijst op een vreemd gebeuren, waaraan bijgeloof niet vreemd is. het is een kans spel, gedragen door de speling van mogelijkheden die men uit de hand geeft en aan "het toeval" overlaat. toeval: het ongekende, het onberekenbare, het de mensen overvallende en waaraan zij zich conventioneel, eventueel willens nillens eraan gehoorzamend, onderwerpen.
het lot ziet er op het eerste gezicht onschuldig uit, maar voor jona en voor gevangenen in concentratiekampen betekende het de dood. het heeft zijn scherpe kanten, die met hun levenslot geconfronteerde mensen kwetsen. dit is het lot als fatum, als onontwijkbaar gebeuren dat meedogenloos toeslaat en die mensen stoïcijns doet zeggen: "Men moet leren ermee te leven.", of hen tot -zinlozen- opstand ertegen opjaagt.
1.2. hoedanook, in het verhaal van jona klinkt iets ànders op, een vreemde suggestie, die haar betekenis krijgt tegen den achtergrond, den con text van het eerste BOEK.
het schijnbaar dodelijk lot blijkt uiteindelijk ten leven. jona moet doordat zijn "vlucht voor Jahweh" geheime lijk wonder lijk (drie dagen in zee in de maag van den vis en dan op het droge "uitgespuwd") ongedaan gemaakt wordt, niet alleen terug naar vanwaar hij komt, maar hij is ook "bekeerd" en bereid de taak te vervullen die hem door Jahweh is opgelegd. zijn "verhaal" toont dat wat hem overkomt wezen lijk geen "toeval" is, maar het leidend en begeleidend werk van JAHWEH, Die weet wat HIJ wil en het willen van mensen, in casu jona's dwaze weerspannigheid, geheime lijk wonder lijk, voor hen tegen het "kwade" in ten "goede", om buigt, ook al worden zij zich daarvan eerst later bewust. waarvan de feiten legio zijn. het lot blijkt -zó als hiér geloofsgeheimelijk te verstaan wordt gegeven- tegen elke logische, wetenschappelijke verklaring, die het optreden van den vis als een "mythe" afdoet, in, bevordering van het leven op de wijze van be kering van den mens lijken wil naar GODS WIL. in de handen van GOD, Die in den hemel is, wordt het lot door mensen, die op aarde zijn, opgelegd, om gebogen van niets naar iets, van toeval naar toe val.
1.3. jona's verhaal werpt een licht op dat van zakarias. het lot brengt hem in den tempel, de natuur lijke plaats waar het GOD lijke hem tegemoet komt. hiér is er méér. dat het lot hém toe valt, dijt uit tot de ontmoeting met den engel en -zó als dat maria te beurt viel- de door den engel aangekondigde ontvangenis en geboorte van een zoon. hiér is, niettegenstaande alle mens lijke weerbarstigheid, al wordt het gebeuren logisch, wetenschappelijk, als "mythe" geduid, het méér van het (geloofs)geheim, het wonder op UW woord. "Het is de Heer!". "de aarde" veràndert hiér en nù van gedaante tot schitterend als de zon en wit als sneeuw.
2. zakarias is "binnen"; het volk is "buiten".
"...door het lot aangewezen om de tempel
binnentegaan...En al het volk stond buiten
te bidden op het uur van het wierookoffer."(9/10).
in den context van den geest van de SCHRIFT worden de woorden "binnen" en "buiten" opgetrokken, verrijkt, vergroot, verméérd, "verdubbeld". de tempel is "de tempel des Heren", de natuur lijke plaats voor "de dienst voor God". zacharias bevindt zich "op een heilige plaats", in tegenstelling tot het volk buiten binnen het direct contact met GOD. en dààr wordt het mens lijke overschreden en gebeurt het GOD lijke.
"Daar verscheen hem een engel des Heren...".
dààr spreekt GOD tot hem op de wijze van wat de engel gabriël hem zegt. in lucas' "stijl" is dàt de dichterlijke wijze waarop hij de ontmoeting van geest en GEEST uitdrukt. zakarias is binnen het her inneren door Heiligen GEEST van "dat aan hem grote dingen zullen geschieden". een bevestiging van het "binnen" zijn op de wijze van
"Beiden waren rechtschapen in de ogen
van God en leefden onberispelijk in al
de geboden en voorschriften van de Heer."(6).
zakarias an elisabeth waren innerlijk (als rechtschapen en onberispelijk) "binnen", waarvan zakarias' verrichten van den dienst voor GOD het uiterlijk teken was. de "grote dingen" aan hen gedaan is, niettegenstaande hun mens lijk "falen", het werk van GODS hand als antwoord op hun "binnen" zijn.
3.1. de engel wordt naar mensen gezonden; mensen staan er verbijsterd tegenover.
"Zakarias ontstelde bij dit gezicht,
en beefde van angst."(12).
de reden is de plotse confrontatie van den bijbelsen mens (abraham, mozes, de profeten, maria, petrus) met JAHWEH GOD, de HEILIGE, hiér in de "gestalte" van den engel gabriël. confrontatie met "de heilige grond". het heilige is in de SCHRIFT geen angstdroom, geen projectie, maar de HEILIGE, "Ik ben Die bén!". uit dér aard is de grondhouding van den bijbelsen mens: "De vreze des Heren" op de wijze van op een afstand blijven, eerbied, aanbidding, "wierookoffer".
3.2. wat moet een mens, plots ("terstond") uit zijn gewone, alledaagse doen gerukt, dan doen? GOD bevragen.
"Maar Zakarias zei tot de engel:
Waaraan zal ik dat herkennen? Want ik ben oud
en ook mijn vrouw is reeds op jaren.(18).
de mens vraagt een op "aardse" wijze herkenbaar teken. zakarias aarzelt, kan wat moet "geloofd" worden, het mogelijke onmogelijke, vanuit zijn mens lijke situatie (oud, op jaren) niet "geloven". met als gevolg van dien: dat hij, als inderdaad teken, met stomheid wordt geslagen. "terstond" kan hij niet meer spreken.
"Zie, gij zult stom zijn en niet kunnen spreken
tot de dag waarop dit geschieden zal;
omdat gij mijn woorden niet hebt geloofd,
die te hunner tijd in vervulling zullen gaan."(20).
stom. zakarias zal zich moeten behelpen met "schrijven":
"Hij vroeg een schrijfbordje en schreef:
Johannes is zijn naam."(1/63).
het "schrijven" was het teken van zijn geloof, zijn erkennen en bevestigen van de werkelijkheid van den engel. en "terstond" kon hij weer spreken.
"Maar op hetzelfde ogenblik ging zijn mond
en zijn tong los; hij sprak, en zegende God.(64).
stom is mens lijke duisternis; spreken is GOD lijk licht. de werkelijkheid van deze ervaring op aarde wordt in zakarias' verhaal uitgedrukt door de drie "maars": het maar van zakarias, het maar van den engel en het maar van het volk.
3.3. "Maar Zakarias zei tot de engel:(18).
het is het bijbelse maar van den twijfel, zo niet van "ongeloof". het maar dat mens lijk is, door "het verborgene" van de genade wordt opgeroepen, maar tóch een lesje moet krijgen.
"Maar de engel sprak tot hem: Vrees niet,
Zakarias, want uw gebed is verhoord."(13).
het is het bijbelse maar van de geruststelling, het wegnemen van de vrees en de bevestiging van de genade. het ongelooflijk maar, dat uit en in de bewondering waardige uitwisseling tussen het mens lijke en het GOD lijke, het mogelijke onmogelijke als "uw gebed is verhoord" in het verschiet stelt.
"Maar toen hij buiten kwam en niet
tot hen kon spreken, begrepen zij dat hij
in de tempel een verschijning gezien had..."(22).
het maar van het volk suggereert de werkelijkheid van het volk als bijbels "Mijn volk". het "teken" ziend, begrepen zij zonder enige aarzeling de aanwezigheid van het heilige op de wijze van "dat hij in de tempel een verschijning gezien had".
4. in de verhalen van de SCHRIFT wordt de geschiedenis van de aarde getild op de hoogte van den hemel: 10 meter bóven den platten grond. het "HEMELSE" beweegt zich tussen de regels van de "aardse" woorden. met als gevolg van dien: dat voor den lezer ervan twijfel aan de "waarheid" ervan niet alleen niet uitgesloten is, maar, gezien het "vreemde" karakter ervan (de verschijning, het stom worden en dan weer kunnen spreken), gewoon (bijna) onvermijdelijk is.
uit dér aard is de SCHRIFT een reële uitdaging, een "beproeving" van alle menselijke vermogens doordat ZIJ wezen lijk die vermogens oproept boven zichzelf uittestijgen, de eigen zekerheden lostelaten en zich kinder lijk, "luisterend naar" en "gelovend in, aan het heilige toetevertrouwen. dàn wordt lezen "lezen": een gave van den Heiligen GEEST, Die niet alleen de SCHRIFT hielp "schrijven", maar HAAR ook helpt "lezen".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
