Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

LICHT in de duisternis (2001)

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

II- Joh. 1/10

                        "de wereld Hem niet erkende"

 

            1. Johannes was -als "leerling dien jezus liefhad", en omgekeerd- verbaasd, diep getroffen en geërgerd (de "donderzoon") door het on begrip van "de joden" tegenover jezus. hij moet telkens weer scherp toegeluisterd hebben: telkens weer legt hij den vinger op de wonde en tekent hij als oorzaak op: dat zij onbekwaam waren in de feiten het "teken" te zien. hij noemt trouwens jezus' wonderen tekens.

 

            2.1. de bron van het mis verstand is het niét horen, niét zien, niét tasten van het unieke van jezus' optreden: van het rijker, groter, méér zijn van zijn woord en daad.

- "Jezus gaf hun ten antwoord: Breekt deze tempel af, en in drie dagen zal Ik hem weer opbouwen. De joden zeiden: Zesenveertig jaar heeft men aan deze tempel gewerkt, en Gij zult hem in drie dagen opbouwen? Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam." (2/19-21);

- "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet aanschouwen. Nikodemus zei Hem: Hoe kan een mens geboren worden wanneer hij reeds op leeftijd is?" (3/3-4);

- "Zo gij de gave Gods verstondt en Wie het is Die u zegt: "Geef Mij te drinken.", dan zoudt gij het Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven. Zij zei Hem: Heer, Gij hebt niet eens een emmer, en de put is diep; waar haalt Gij dan het levend water vandaan?" (4/10-11);

- "Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot heden toe; zo doe Ik het ook. Nu zochten de joden nog meer Hem te doden, want Hij brak niet enkel de sabbat, maar noemde ook God Zijn eigen vader en stelde Zich dus met Hem gelijk." (5/17-18);

- "Jezus antwoordde hun en sprak: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zoekt Mij niet omdat gij tekenen hebt gezien, maar omdat gij van de broden hebt gegeten en u verzadigd hebt." (6/26);

- "Wat voor teken verricht Gij dan wel dat ons overtuigt, zodat wij in U geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten, zoals er geschreven staat: Brood uit de hemel heeft Hij hun gegeven. Nu sprak Jezus tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u geen brood gegeven dat uit de hemel kwam, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel." (6/30-31);

- "En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen. Hoe zegt Hij dan: Ik ben uit de hemel neergedaald?" (6/42);

- "En het brood dat Ik zal geven, is Mijn vlees voor het leven van de wereld. Maar de joden zeiden onder elkaar: Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven? Jezus sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Zo gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en Zijn bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u... Velen van Zijn leerlingen die het hadden gehoord, zeiden: Dit woord is hard; wie kan naar zoiets luisteren?" (6/52-54+60);

- "De joden stonden verwonderd en zeiden: Hoe is Hij zo geleerd ofschoon Hij niet onderwezen is? Jezus antwoordde hun en sprak: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem Die Mij gezonden heeft." (7/15-16);

- "Gij zult Mij zoeken en niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen. De joden zeiden tot elkander: Waar wil Hij heen, dat wij hem niet zullen vinden? Wil Hij soms naar de verstrooiing der heidenen gaan en de heidenen onderrichten?" (7/34-35);

- "Zij zeiden Hem dan: Waar is Uw Vader? Jezus antwoordde: Gij kent noch Mij, noch Mijn Vader." (8/19);

- Waar Ik heenga, kunt gij niet komen. De joden zeiden: Hij zal toch geen zelfmoord plegen, dat Hij zegt: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen?" (8/21-22);

- "Maar Ik spreek tot de wereld wat Ik heb gehoord van Hem Die Mij heeft gezonden; en Deze is waarachtig. Zij begrepen niet dat Hij over de Vader sprak." (8/26-27);

- "Abraham, uw vader, zal juichen van blijdschap Mijn dag tegemoet...Maar de joden zeiden Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar oud, en Gij hebt Abraham gezien?" (8/56-57);

- "En Jezus sprak: Tot dit vonnis ben Ik in de wereld gekomen: dat de blinden zouden zien en de zienden blind worden. Enige farizeeën die bij Hem waren, hoorden dit en zeiden Hem: Zijn ook wij soms blind?" (9/39-40);

- "Niemand neemt het (Mijn leven) af, maar Ik geef het uit Mijzelf...Velen van hen (de joden) zeiden: Hij is bezeten en krankzinnig..." (10/18+20);

- "En wanneer Ik van de aarde omhoog ben geheven, zal Ik allen tot Mij trekken. Dit zeide HIj om te kennen te geven wat voor dood Hij zou sterven. De menigte antwoordde Hem: Wij hebben uit de Wet vernomen dat de Christus in eeuwigheid blijft, en hoe zegt Gij dan dat de Mensenzoon omhoog geheven moet worden? Wie is die mensenzoon?" (12/32-34).

            2.2  het optekenen door johannes van die "tweespalt" tussen wat jezus zegt en hoe de joden het verstaan (dit is: mis verstaan) komt té herhaaldelijk voor, dat johannes  ze niet als essentieel voor het begrijpen van jezus zou hebben verstaan en hebben willen accentueren. inderdaad: het gaat hier om de essentië van jezus als de ZOON van den VADER, waarvan Zijn menswording, Zijn -als levend water, vlees en bloed om te eten en te drinken om in Hem te blijven zijn- wezen lijk GRONDIG ànders zijn, Zijn zending in de wereld, zijn wezen lijke on kwets- en on doodbaarheid, sterven en tóch, verrezen, leven, zijn méér zijn dan abraham, mozes, of welke profeet dan ook, de in de feiten verborgen "tekens" zijn. tekens, die niet gehoord, gezien, getast, gevoeld, gedacht, verbeeld, maar geloofd moeten worden.

            het mis verstaan en het ongeloof gaan bij de joden hand in hand. zij zijn te zeer "aards" om het "HEMELSE" in jezus te verstaan en in Hem te geloven. hoezeer zij ook de SCHRIFT (zelfs uit het hoofd) kennen, zij zijn te zeer bij de letter blijven staan en hebben uit dér aard den geest gemist om de betekenis van de "gelijkenissen-uit-gelijkenis" te ZIEN en te geloven. jezus schudde hun leven door elkaar, werd voor hen een dodelijk gevaar dat vermeden en uitgeschakeld moest worden. waren ook zij soms blind? waren ook zij maar blind, want dan was er kans op genezing. een kans, die zij (sommigen on-, anderen onder-, volgens johannes "velen" bewust) gemist hebben.

 

            3. die in Hem, als "leerlingen" van den MEESTER, geloofden, werden gered. dit geloven liep niet van een leien dakje. zij moesten, in angst en twijfel, "wachten" tot "de nederdaling van de Heilige GEEST".

                        ("Niet aanstonds begrepen Zijn leerlingen dit;

                        maar toen Jezus verheerlijkt was,

                        herinnerden zij zich dat dit van Hem

                        geschreven stond en dat men dit aan

                        Hem had vervuld.") (12/16);

                        "Jezus antwoordde hem: Wat Ik doe,

                        begrijpt gij nu nog niet; maar later

                        zult gij het inzien." (13/7);

                        "Nu sprak de leerling die Jezus liefhad:

                        Het is de Heer!"(21/7).

            jezus "blies over hen" en "zij ontvingen de -hun beloofde- Heilige GEEST", Die "hen leerde en in hen herinnerde al wat Ik u heb gezegd". hun geloof was -zó als er in de Handelingen geschreven staat- een gave van het LICHT en de KRACHT van den Heiligen GEEST. Hij leerde hen, nadat zij lang hadden gewacht en niettegenstaande Zijn dood aan het kruis bij jezus waren gebleven, de "gelijkenissen-uit-gelijkenis" verstaan. met als gevolg van dien:

                        "Zij volgden Hem, als zijn dienaars, na,

                        waren waar Hij was en werden door

                        de Vader geëerd" (12/26).

           

            4. het geheim van de feiten is het "teken" erin. "tekens" van JAHWEH lopen als een gouden draad doorheen het eerste BOEK. de israëlieten verlangden "tekens". en het hoeft ons niet te verwonderen dat de tijdgenootse joden aan jezus "tekens" vroegen. Hij gaf ze hun on verpoosd on verdroten, maar zij zagen ze niet, of weigerden ze te zien. ook niet het grote "teken van Jonas": het WONDER bóven wonder.

            het zien van de tekens in de feiten is een geheime lijk wonder lijk gebeuren in een mens, dat plaats heeft op UW woord. in de dichterlijken. wat johannes ons in zijn optekeningen als door den Heiligen GEEST gedreven "toont", is op grond van de SCHEPPING een gebeuren van alle tijden, maar werd in en door jezus CHRISTUS op volmaakte wijze beLICHT. het gaat een mens niet zozeer om het vragen van tekens, want die zijn er, maar wel om de gave van het zien der tekens. dit is: de gave van geloof...uit en in die vreemde welwillendheid tegenover en tedere toegankelijkheid voor den persoon van jezus CHRISTUS, GOD den ZOON, Die beminnelijk menslievend Zijn tent onder ons heeft opgeslagen. het geloof van johannes is een ons verbijsterend, verbazend, wonder lijk boeiend voor- en toonbeeld waar hij ons in zijn optekeningen waarschuwt voor de weerbarstigheid en den weerstand van "de joden". zij komen er, in hun confrontatie met jezus en hun daarbij behorende reacties, maar povertjes bijtestaan.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005