|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
"Hoor, Israël! Jahweh is onze God, en Jahweh
alleen! Bemin Jahweh, uw God, met heel uw hart,
heel uw ziel, en met heel uw kracht.
Deze woorden, die Ik u heden gebied, moeten
in uw hart staan geschreven. Prent ze uw
kinderen in; herhaal ze wanneer gij in uw huis
zijt gezeten of wandelt op straat, wanneer gij
gaat slapen of opstaat; bindt ze als een merk
op uw hand en als een teken op uw voorhoofd, en
schrijf ze op de deurposten van uw huis in uw
poorten.".
1. JAHWEH is en is er. HIJ is, alleen, GOD, alleen ùw GOD, DIEN gij VOL moet beminnen.
dàt is het fundament van het leven van die op aarde zijn, de GROND van hun bestaan. het was dààr en toén in israël uniek, zó als het hiér en nù onder ons uniek is. geloofsgeheim van die dààr en toén geloofden en hiér en nù geloven in GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON VERLOSSER, GOD den Heiligen GEEST VOLTOOIER.
de relatie van GOD, Die in den hemel is, met de mensen, die op aarde zijn, heeft Hij zelf, geheime lijk wonder lijk via mozes en "de profeten" gearticuleerd in "geboden, bepalingen en voorschriften" (6/1) ten leven, in "woorden ten leven". het geheim van israël in het geschieden van de geschiedenis: het geheim van het -hoé dan ook, geheime lijk wonder lijk- lichaam en geest lijk ervaren van JAHWEH als SCHEPPER, als BEVRIJDER, als VOLTOOIER.
een alternatief is er niet omdat die woorden geen verworvenheid van tijd- en plaatsgebonden tijd lijke wijsheid van mensen zijn, maar de uitdrukking van GODS on tijd- en on plaatsgebonden eeuwige WIJSHEID: van het FEIT van schepping uit SCHEPPEN, bevrijding uit BEVRIJDEN en uiteindelijke VOLtooiing uit VOLTOOIEN. GODS WIJSHEID, gearticuleerd in "wat er geschreven staat", is de natuur lijke plaats waar mensen den VOLLEN ZIN van hun bestaan vinden: hun bestaan als SCHEPPING, hun vrijheid als BEVRIJDING, hun VOL wassen als VOLTOOIING.
2.1. de grondhouding van mensen is luisteren. uit en in luisteren gaat hun een LICHT op, komt het historisch FEIT in de duisternis in het LICHT te voorschijn. want er IS LICHT omdat JAHWEH performerend zegde: "Er weze licht.". licht waarin het SCHEPPEN, BEVRIJDEN en VOLTOOIEN van al dat leeft hoor-, zicht- en tastbaar wordt voor die luistert. dit is: wiens horen tot HOREN verrijkt, vergroot, verméérd wordt en die er naar handelt op de wijze van "Jahweh beminnen met heel het hart, heel de ziel en en heel de kracht".
2.2. luisteren is: die woorden "in het hart schrijven". dit is: heel diep, op den GROND van het hart; van die woorden houden; van die woorden "vervuld zijn"; het hart zó vol zijn van die woorden dat de mond ervan "overvloeit".
het geheim van die luisteren is een zekerheid: die in het verborgene, uit en in her innering door den Heiligen GEEST, aan welken twijfel dan ook doet twijfelen; elk aan het verstand eigen kritisch onderzoek, vragen stellen om in vraag stellen, als mens lijke "dwaasheid" onderkent en van de hand wijst; die zekerder is dan alle mens lijke zekerheden, want altijd en overal helemaal zeker; "geschreven staat" als in steen gebeiteld. want die luistert, schrijft in het hart "wat -door GODS vingers als levenswoorden op stenen platen- geschreven staat". zó dat die luistert "niet kàn niét spreken".
3. zijn hart is er vol van en zijn mond vloeit er van over.
- hij "prent ze -GODS WIJSHEID- zijn kinderen in". dààr en toén was de tijd dat vader en moeder gezag hadden en het uitoefenden, en de kinderen ernaar luisterden. gezag uitoefenen werd ervaren als een "gebod" van JAHWEH. het had, "als vanzelf", uit en in de schepping, zijn natuur lijke plaats in het geschieden van de geschiedenis der mensen. zó als ook het luisteren van de kinderen, dat even "als vanzelf", uit en in de schepping, een "gebod" van JAHWEH was: "Vader en moeder zult gij eren.". geloofsoverdracht van ouders op kinderen was een levenswoord, het fundament van het VOL wassen van "Jahweh beminnen met heel het hart, heel de ziel en
heel de kracht".
in dit tijdje van emancipatie, van zich bevrijden van het "als vanzelf", tijdje van het zélf zien, oordelen en handelen, is deze fundamentele levensvisie niet alleen op den achtergrond geraakt, maar ook als mens onderdrukkend en uit der aard mens onwaardig en uit den boze bestempeld. vader en moeder moeten "zwijgen" en de levensontplooiing van de kinderen niet in den weg staan. met alle gevolgen van dien.
- hij "herhaalt ze in zijn huis gezeten of wandelend langs de straat..., wanneer hij gaat slapen of opstaat". dit is: altijd en overal, naar binnen én naar buiten.
in dit tijdje mag hij nog spreken naar binnen, "privé". maar naar buiten, op straat, moet hij -uit verdraagzaamheid, uit respect voor alle "culturen", ook die van den dood- den mond houden. zijn geloof en zijn geloven zijn privézaak. dit is: hij moet zijn medemensen uit medemenselijkheid "met rust laten", zich "pretentieus" niet beter voordoen dan de anderen en hen uit der aard met "schuldgevoelens" opzadelen. want er is geen objectieve waarheid; er is alleen "elk zijn waarheid".
- hij "bindt ze als een merk op de hand, als een teken op het voorhoofd, en schrijft ze op de deurposten van zijn huis en in de poorten". dààr en toén was er een gemeenschap, een "volk": het volk van JAHWEH, Mijn volk, het volk van jakob, israël. een gemeenschap die de tekens van gemeenschap hoor-, zicht- en tastbaar "publiceerde".
hiér en nù is die gemeenschap uiteengeworpen, uiteengevallen, en moeten de tekens naar buiten op grond van een in alle talen vertaalde neutraliteit (ne uter, on verschilligheid) binnen opgeborgen worden. er is geen VERSCHIL, en uit der aard geen verschil. alles is gelijk, één tonig egaal: niets is nog verbijsterend, verbazend, wonder lijk boeiend; niets nog geheim, niets nog wonder ("een land met grote steden die gij niet hebt gebouwd, met huizen vol kostbare zaken waarmee gij ze niet hebt gevuld, met regenbakken die gij niet hebt gehouwen, met wijngaarden en olijfbomen die gij niet hebt geplant"); niets den mens overtreffend en uit der aard in staat hem uit zichzelf te halen en te beGEESTen. er is alleen nog oververzadiging van het déja vu, met een onvermijdelijke dodelijke "verveling", platte leegte en ondraaglijke eenzaamheid als natuur lijk gevolg.
4. een "volk" dat "vergeet" te luisteren en uit dér aard zijn VISIOEN verliest, laat staan voor een bord linzensoep verkwanselt, gaat ten gronde. de waarschuwing van de gelijkenis-uit-gelijkenis van den "verloren zoon" dààr en toén, de "lost generation" hiér en nù, is er een voor altijd en overal. het in de schepping ingeschreven "als vanzelf", de naar de gelijkenis van den graankorrel het geschieden van de geschiedenis fuderende natuur lijke groei, zijn zó welsprekend, dat zij niet straffeloos genegeerd kunnen worden. als voor- en toonbeelden aan de mensen gegeven, ont hullen zij het VERSCHIL, Dat those who care and are lucky uit en in luisteren verbijstert, verbaast, wonder lijk boeit en voor een diep in het hart ontvangen, geboren en getogen on onverschilligheid ten leven wekt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
