|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
"Het rijk der hemelen is gelijk aan een
schat, die in de akker is begraven.".
1. Een herdersjongen vindt, op zoek naar een verdwaalde geit, kruiken met boekrollen erin. die rollen beginnen een nieuwe, en zoals dat onder de mensen gaat, zowel geldelijk als psychologisch, religieus en zelfs politiek vreemde geschiedenis. zij worden snel voor verscheidene partijen een kostbaar bezit, een schat in een aarden kruik. waar mensen terwille van bepaalde omstandigheden zoals bijvoorbeeld overrompeling en bezetting door de vijand, hun "schatten" (op gevaar af dat ze daar "vergeten" zouden blijven liggen) in potten in hun akker begroeven, "begroeven" monniken in dit geval hun "schatten" (beschreven rollen) in de grotten van qumram. eens, laat ons zeggen "toevallig", ontdekt, zijn ze weer begraven in een de kruik nabootsend gebouw, waar (om het bederf door de "mot", of het "door dieven gestolen worden") replieken ervan ten toon gesteld worden. al gauw begon het krakeel om den eigendom ervan en het daarmee gepaard gaand commercieel gedoe; begon het krakeel rondom de "publicatie" ervan; begon het krakeel rondom de betekenis der teksten in verband met de geschiedenis van den tijd waarin zij ontstonden door de monniken opgetekend. dingen "die voorbijgaan".
maar dat die rollen een schat-in-een-kruik zijn en blijven, blijft. is de kruik het omhulsel, het "lichaam", de rollen zijn wat zij omhult: de schat. een schat niet alleen om wat zij van een "oude" cultuur en een "oude" geschiedenis onthullen, maar ook, en vooral, om het voor ons en alle tijden nog maar eens in een tijd lijk "feit" te voorschijn komend "teken" van een voor altijd geldende geest lijke betekenis: een zinvolle dingen in ons leven mede openbarende werkelijkheid, die voor who care and are lucky in staat is het leven van gedaante te verànderen. een niet te onderschatten schat.
wist jezus ervan? kende Hij die monniken en de boekrollen die zij geschreven hadden en schreven? was Hij ervan op de hoogte dat die rollen voor de vernielzucht van de romeinen in aarden kruiken in grotten verborgen waren? zeker is dat Hij het Rijk Gods "vergelijkt" met "een schat in een akker". zeker is dat het ontdekken van die rollen ons kan helpen om den dieperen zin van Zijn "gelijkenis" te ontdekken en als kostbaarheid te "bewaren" en "ten toon te stellen".
2. er is de kruik, er is de schat: de kruik als "scherm" voor de kostbare "schat". er is het "feit", er is het "teken".
in de SCHRIFT betekent dit: GOD vertrouwt de SCHAT van Zijn Woord aan en voor de mensen toe aan het broze, breekbare omhulsel, den aarden pot van het woord van mensen. voor mensen een geloofsgeheim, waarin en waaruit het geheim van GODS GEHEIM "schitterend als de zon en wit als sneeuw" straalt.
- het geheim dàt en hoé GOD "spreekt", door de "schrijvers" uitgedrukt als "Godsspraak van Jahweh", "En het Woord is vlees geworden". GOD heeft iets te zeggen, en "zegt" het op de wijze van Zich aan de mensen "openbaren" zó dat zij niet alleen een blik op Zijn bestaan, maar ook een blik op hun eigen bestaan krijgen.
het geheim van Zijn woord is dat het "schept", tot bestaan brengt wat het betekent. het is uit dér aard altijd en overal wezen lijk existentieel: on verpoosd on verdroten bestaan voortbrengend en verklarend. een "teken" van GODS beminnelijke menslievendheid; concretisering van Zijn naam: "Ik ben Die bén, én Die er ben voor u.". Zijn woord bevestigt Zijn bestaan en dat van de mensen, én bevordert (als leven wekkend en bewarend) hun bestaan.
- het geheim van GODS de mensen aan- en toespreken is het geheim van "communicatie". Zijn woord schept een relatie-VOL-verlangen, die gericht is op één wording, één zijn en één blijven. mensen zijn nooit alleen op de wereld omdat GOD uit en in Zijn eigen initiatief, eerstig, hen niet -als "aan hun lot overgelaten"- alleen laat. er is geen "lot"; er is geen "toeval". er is alleen -zij het geheime lijk wonder lijk, voor mensen "in het verborgene" geborgen- een hen door GOD bewust en gewild "ter wereld brengen". een blijvende relatie, van Zijnentwege VOL verlangen naar (de mensen), en waarvan Hij GRONDig verwacht dat zij in mensen even eens een relatie VOL verlangen naar (HEM) zal worden, zijn en blijven.
- het geheim van Zijn woord is te zelfder tijd de bevestiging van de kracht die er van uitgaat. het licht niet alleen (op de wijze van informatie-van-boven) in, maar geeft ook aan die er naar luisteren (op de wijze van de ene genade na de andere) de kracht om het te be leven. geloofsgeheim, dat in die geloven den concreten vorm aanneemt van "doen wat Hij u zal zeggen". GOD helpt de mensen hen aan- en toesprekend, hen beADEMend, "een levend wezen" te worden, te zijn en te blijven. wat die geloven er toe aanzet Zijn woord ("wat er geschreven staat") te lezen, er naar te luisteren, erin te geloven en het te volgen.
3.1. "wat er geschreven staat" komt op de eerste plaats naar en op ons toe als "letter". dit is "materieel" (als "aarden pot", "stof van de aarde genomen"), en uit der aard zó als alle "stof" kwetsbaar, en gekwetst.
- vel (of papier) en inkt zijn aan "de tand des tijds" blootgesteld. met als gevolg van dien "bederf": plaatsen die weggevallen zijn of onleesbaar geworden.
- de taal zelf: hebreeuws en grieks. twee talen in een wereld van zoveel talen. zij moeten dus om toegankelijk te zijn "vertaald" worden. wat in den loop van de geschiedenis terwille van "veranderingen" eigen aan het geschieden, niet zonder "verraad" kan gebeuren.
- het kopiëren. doorheen den tijd zijn de "originele" teksten verdwenen en bleven alleen kopieën bewaard. kunnen er in originele teksten zelf "fouten" (lapsus calami) door den schrijver zelf gemaakt, voorkomen, kopiëren, hebben de feiten ons geleerd, brengt onvermijdelijk on schuldige vergissingen, zo niet moedwillige wijzigingen, met zich mee.
en tóch heeft GOD Zijn Woord aan "het stof van de aarde" toevertrouwd. het kwetsbaar gemaakt en laten kwetsen. het is Zijn geheim. het geheim van den "overvloed", die "genoeg" garandeert. er is voor de mensen genoeg Woord om er genoeg, meer dan genoeg aan te hebben en er genoeg genoegen aan te beleven. het is met het Woord zó als met de zaden en zaadjes, eieren en eitjes, eicellen en zaad: zij zijn er over vloedig, meer dan genoeg om het voortbestaan te verzekeren. wat op de SCHEPPING toepasselijk is, is toepasselijk op het Woord: zij gehoorzamen "stof" lijk aan de wetten van "de aarde" en "geest" lijk aan die van "den HEMEL", den GEEST. zó dat die op aarde zijn zich terwille van de aanwezigheid van den GEEST daarover geen zorgen hoeven te maken, laat staan die "onvolmaaktheid" als alibi voor hun "misprijzen" ervoor of onverschilligheid ertegenover te gebruiken.
3.2. het is een opdracht voor de mensen de hun aangeboden teksten door intensen toeleg op (bijbelonderzoek) te "zuiveren". het is het "materieel" werk van door studie in het lezen ervan bekwaam, onderlegd en vaardig te worden in het vinden van "bederf" én in de kopieën van de originelen zelf, én in de vertalingen ervan.
het spreekt vanzelf dat wie het Woord van GOD verlangt te lezen, verlangt een den oorspronkelijken tekst het dichtst benaderenden tekst vóór zich te hebben. genoeg in de betekenis van zoveel mogelijk. uit der aard is dit zuiveringswerk niet alleen op zichzelf heel belangrijk, maar ook in dienst van de mensen. deze "filologie" is te zelfder tijd een beminnelijk menslievend werk. en wij stellen vast dat het met den tijd is gegroeid en ons al een -zij het niet volmaakte, toch- geruststellende zekerheid heeft gegeven. bijbelonderzoek lééft uit en in zijn eigen dynamiek, doet het goed en vordert met den dag. zó dat het hogervermeld alibi feitelijk geen grond onder de voeten heeft en als teken van "bozen" geest bestempeld moet worden.
3.3. een andere discipline is de exegese. dit is de "vertaling" van "wat er geschreven staat". het is een opdracht van de mensen te zoeken naar wat er "eigenlijk" staat. dit is: niet alleen wat de "schrijvers" hebben wil zeggen, maar ook en vooral wat GOD óns via hen wil zeggen.
het zoeken naar de reële betekenis van de SCHRIFT, de exegese ervan, is een vreemd fenomeen. een "geest" lijk werk, dat er in bestaat tot den in de "letter" verborgen "geest" doortestoten. is exegese van "profane" teksten al een hele klus omdat men met ze alle kanten uitkan, er altijd tóch nog iets anders te vinden is dan men al gevonden had, wat dan te zeggen over GODS Woord, het door den Heiligen GEEST ge inspireerd ("beADEMd") "werk van Zijn handen"?
exegese veronderstelt niet alleen den vollen inzet van alle mens lijke vermogens, zij veronderstelt ook die vreemde welwillendheid tegenover en tedere toegankelijkheid voor het in spireren ("beADEMen") van den Heiligen GEEST. wat Hij begonnen is, moet Hij ook VOLtooien. dààr van is er in de Handelingen van de apostelen" een "schitterend" voorbeeld: de neder daling van den Heiligen GEEST.
het is een wonder verhaal van een WONDER-bóven-wonder. van een geheime lijk wonder lijk "ver talen". wat "de leerlingen" (galileërs) zeggen (lees "wat zij geschreven hebben") wordt door alle, uit vele streken afkomstige en uit der aard andere talen sprekende, aanwezigen in eigen moedertaal verstaan.
"En hoe horen wij allen ze dan in onze
eigen moedertaal spreken?" (Ha. 2/8).
het feit deed sommigen vermoeden dat "die mannen dronken waren":
"Maar anderen zeiden spottend: Zij zijn
dronken van zoeten wijn." (13).
hiér articuleert lucas op de hem eigen wijze van enerzijds met mens lijke scherpzinnigheid en anderzijds ge inspireerd de kern van het geheim van de exegese.
- er is de taal van de galileërs; er is de taal van de "Parten, Meden en Elamieten enz.". het feit van het elkaar -althans woord lijk- niet verstaan. en een feit is een feit.
- er is het WONDER: die andere talen sprekenden verstaan de taal van de galileërs. wat horen en verstaan zij?
"Wij horen hen in onze eigen taal
Gods grote werken verkondigen.".
zij hoorden onder den in slag van den Heiligen GEEST GODS Woord in het woord van "de leerlingen". en een wonder is een wonder.
het geheim van de exegese is: onder den in slag van den Heiligen GEEST GODS grote werken horen in de taal van "de profeten" en "de leerlingen". spelen het gemoed, het verstand en de verbeelding bij het "lezen" van de SCHRIFT een grote rol, speelt, terwille van een groeiende vertrouwdheid met, het herhaalde lezen ervan een grote rol, de hoofdrol speelt de tot con spireren aanvurende in spirerende Heilige GEEST. wat Hij in "de profeten" en "de leerlingen" begon, VOLtooit Hij in alle tijden erna in den met Hem con spirerenden, dit is "naar Hem luisterenden" lezer. met als gevolg van dien: dat "de HEMEL" (GODS grote werken) in de "aardse" woorden voor die op aarde zijn, open gaat.
dit is geen kwestie van "veel woorden", maar van het "goed-in-elk-woord". in élk woord, zij het voor den enen of den anderen lezer naar zijn wijze op zijn wijze in het ene meer dan in het andere. in elk woord voor den enen of voor den anderen naar zijn wijze op zijn wijze genoeg. de SCHAT ligt daar open en bloot als de pot "breekt". als de lezer zich bij al zijn inspanning (care) aan den Heiligen GEEST toevertrouwt (and is lucky).
4.1. GOD en Zijn SCHEPPING zijn wezen lijk dichterlijk. GOD is het binnen in Zich én naar buiten in de dingen der schepping. die zijn het op de wijze van begeeste letter, dit is: het feit in ze is VOL "teken", zó dat zij uit gelijkenis beeld zijn en mensen aansporen "in gelijkenissen-uit-gelijkenis te spreken", te dichten. dichten is: het "teken" in de feiten laten oplichten; ons bestaan geheime lijk wonder lijk met het LICHT in de schepping be lichten.
de schrijvers van "wat -in het eerste en het tweede BOEK- geschreven staat", zijn wezen lijk dichters. hun woord is OORSPRONG lijk en UITEINDE lijk een vonk van het LICHT van GODS Woord; GODS Woord naar ónze wijze op ónze wijze naar óns toe gearticuleerd.
zij "spreken in gelijkenissen-uit-gelijkenis". in beelden die op een "schitterende" wijze de werkelijkheid van de éénheid van "aarde" en "HEMEL" articuleren, een vorm geven. hun taal is rijker, groter, méér dan zij zich op het eerste gezicht aan ons voordoet. wat zij zeggen overstijgt de "letter", staat tussen de regels, licht op in den geest als de ver beelding van de Werkelijkeid van den GEEST van GOD, Die in den hemel is, die groter is dan de door ons, die op aarde zijn, hoor-, zicht- en tastbare werkelijkheid.
"Maar in de storm was Jahweh niet...,
Maar in de aardbeving was Jahweh niet...
Toen kwam er een zachte bries...en
Elias bedekte zijn aangezicht met zijn mantel.".
4.2. het geheim van "de profeten" en "de leerlingen" is het geheim van een SCHAT in een aarden kruik: van "het Rijk der hemelen" op aarde; van "een schat in de hemel" (Marc. 10/21). van "een schat die in een akker begraven is", zegt mattheüs. wie goed leest, ontdekt hiér dàt en hoé een feite lijke gelijkenis plots dichterlijk wordt en den dichter "in een gelijkenis" doet spreken. de "gelijkenis" openbaart in jezus' ogen "het Rijk der hemelen": dàt en hoé het een -zij het in een akker verborgen- SCHAT is; dàt en hoé Zij -als bij toeval- gevonden wordt; dàt en hoé de mens die Ze vindt "vol vreugde daarover alles wat hij bezit gaat verkopen en de akker koopt" (dit is: àlles voor dien SCHAT veil heeft). en àlles is àlles. de "opoffering" van de aarde terwille van den hemel is radicaal.
de aarden pot moet "gebroken" worden om de erin verborgen SCHAT te bezitten. het woord van "de profeten" en "de leerlingen" moet uit en in den in slag van den Heiligen GEEST naar den in slag van den Heiligen GEEST opnieuw getaald worden, zó dat het gehoord wordt als "verkondiging van Gods grote werken".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
