|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. "Jahweh vroeg toen aan Kaïn: Waarom zijt
gij vertoornd, en waarom is uw gelaat
zo somber...
Nu sprak Jahweh tot Kaïn:
Waar is Abel, uw broer?".
het was -zó als in adam en eva- erg naief in kaïn te denken dat zijn zielsgesteldheid én zijn misdaad verborgen zouden kunnen blijven.
bovendien vergrootte hij zijn schuld enerzijds door te liegen ("Ik weet het niet."), en anderzijds door zich te veront schudigen: "Moet ik soms mijn broer nog bewaken?". zijn blindheid voor de werkelijkheid zit diep: er is zelfs geen schijn van berouw. haat heeft hem ontredderd, doof, blind en lam gemaakt voor de Werkelijkheid van den hemel en zich doen gedragen "alsof God er niet was".
het is in en onder mensen naief te denken dat GOD er niet is; dat GOD "mij niet ziet"; dat het "kwade" bij GOD ongestraft kan blijven omdat dit onder mensen wel het geval kan zijn. het "kwaad" draagt ingeschapen, en uit der aard onverbiddelijk, zijn straf in zich.
2. "Wees dan vervloekt door de grond, die
zijn muil heeft geopend om het bloed van
uw broer uit uw hand te ontvangen.
"Als gij de grond bebouwt, zal hij u geen
oogst meer geven. Een zwerver en vluchteling
zult gij zijn op aarde.".(4/11-12).
het is her innering van wat adam en eva overkwam ten gevolge van hun on gehoorzaamheid aan JAHWEH. in feite was kaïns doen on gehoorzaamheid aan de de mensen ingeschapen wet van JAHWEH: "Gij zult niet doden.". met als gevolg van dien: de straf.
de straf zit van binnen op de wijze van: dat er voor kaïn geen "goede" vrucht meer te oogsten valt en dat hij innerlijk, meer voor zichzelf dan voor de mensen, op de vlucht zal zijn en uit der aard een "zwerver". dit uit zich in wanhoop:
3. "Mijn schuld is te groot om vergeven te
worden. Zie, Gij jaagt mij thans van het
akkerland (de ruimte van de open lucht)
weg en ik zal mij voor Uw aanschijn
moeten verbergen; dan zal ik een zwerver
en vluchteling zijn op aarde, en iedereen
die mij vindt, zal mij doden."(13/14).
kaïns misdaad is niet alleen een misdaad tegen GOD, maar ook tegen de door HEM geschapen mensen, tegen het in de wet van God geGRONDe universele geweten. dààr van wordt hij zich bewust, en hij schijnt het JAHWEH te "verwijten" ("Zie, Gij..."). kan hij zich niet voor GOD verbergen, hij zal moeten proberen zich terwille van het oog voor oog, tand voor tand, voor de mensen op aarde onhoor-, onzicht- en ontastbaar te maken.
van en voor "verzoening" schijnt hij geen begrip te hebben, tast hij, binnenin door zijn on wijze wijze van zien en handelen verduisterd, in het duister. hiér ook zal JAHWEH ("Maar...") uit en in ZIJN beminnelijke menslievendheid, ZIJN wil tot verzoenen, tot "verlossen", genadiglijk tussen beide komen door enerzijds kaïn te leren geloven in de mogelijkheid der verzoening, en anderzijds de mensen zó ver te brengen dat zij hun "wraakgevoelens en -handelingen" leren beheersen en de "vereffening" der schuld aan HEM overlaten. een intuïtie die in het tweede BOEK in jezus' gehoorzaamheid tot den dood VOL wast.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
