|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
"Toen Jawheh zag dat hij dichterbij kwam
om scherper toetekijken, riep God hem
midden uit het braambos toe: Mozes, Mozes!
Hij antwoordde: Hier ben ik! Hij ging voort:
Kom hier niet dichterbij, maar doe de sandalen
van de voeten: want de plaats waar gij staat
is heilige grond. En Hij vervolgde: Ik ben
de God van uw vader: de God van Abraham, de
God van Isaäk en de God van Jakob. Toen
bedekte Mozes zijn gezicht; want hij durfde
niet naar God opzien.".
1. Er is de STEM, Die mozes, bij name en alsof het dringend is, tweemaal toeroept. opdat hij zou "luisteren" (wat mozes deed door te zeggen: "Hier ben ik", door helemaal aanwezig te zijn) en zich goed zou inprenten wat JAHWEH, "de God van uw vader," zegt:
"Ik ben de God van uw vader,...".
het is de stem van JAHWEH, Die Zich vooraleer HIJ zegt wat HIJ te zeggen heeft, persoonlijk aan mozes voorstelt.
- doe uw sandalen uit. JAHWEH lacht er niet mee. de plaats waar het gesprek plaats vindt, is heilige grond doordat hij met JAHWEH ("Ik ben de Heilige...") te maken heeft. mozes wordt hier, op "de aarde", de plaats waar hij zijn dagelijks "aards" werk verricht, binnen het heilige, dat wat voor den dienst van JAHWEH afgezonderd wordt, getrokken en ervan bewust gemaakt dat hij voortaan voor een heiligen dienst (israël bevrijden en naar het beloofde land leiden) is uitverkoren. "En Hij ging voort:".
- de God van uw vader. van het BEGIN. mozes staat in een traditie: de traditie van het Verbond dat JAHWEH sloot met de concrete aartsvaders en dus met de israëlieten. in deze voorstelling is de her innering van het Verbond besloten als een concrete, dit is met het volk betrekking hebbende en uit dér aard heel belangrijke werkelijkheid. geen "droom". zó als dat volk (en mozes zal geroepen worden om het uit de slavernij naar de bevrijding te leiden) werkelijk is, zó is JAHWEH (de gever van het beloofde land) werkelijk. en dat mozes dàt begreep, toonde hij door "zijn gezicht te bedekken, want hij durfde niet naar Jahweh opzien". de relatie wordt voltrokken doordat mozes niét "weggaat", maar "blijft".
2. zó wordt mozes "de dienaar van Jahweh". wordt hij door JAHWEH Zelf tot "profetisch" leider van het volk aangesteld.
"Welnu dan Ik zal u tot Farao zenden,
gij moet Mijn volk, de kinderen Israëls,
uit Egypte leiden."(Gen. 3/10).
het is een bijbelse intuïtie dat mensen (zie elia, jona e.a.) het om de een of andere reden met een dergelijke oproep van JAHWEH aanvankelijk moeilijk hebben. het VERSCHIL tussen GOD en hen is in hun ogen te groot en zij zien niet hoe zij daartoe waardig zouden zijn en hoe zij het zouden aankunnen. het is gewoon. het ligt in de lijn van de verhouding tussen "aarde" en "HEMEL". maar JAHWEH is groter dan ons hart. HIJ geeft een opdracht en te zélfder tijd het LICHT en de KRACHT om ze te vervullen.
"Hij hernam: Ik ben met u, die
u gezonden heb."(3/12).
het "verhaal" van mozes' roeping is het "verhaal" van alle roepingen omdat het geheim ervan BEGIN en UITEINDE lijk GODS GEHEIM is. een geloofsgeheim, dat uit zijn aard ons voelen, denken en verbeelden ver overstijgt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
