|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
een ànder woord voor een àndere werkelijkheid. een schat van woorden voor een schat van bestaan. poëtische woorden voor een poëtisch bestaan.
de poëzie van de dingen, dit is de Schepping en het Verbond in het hart van de dingen, IS het materiaal van de poëzie der woorden in den dichtenden dichterlijken. hoé dan ook. want hoe de dichterlijke een dichtende, de dichtende een dichterlijke wordt, is het geheim van de genade Gods, van óns bestaan uit en in Gods bestaan. het poëtische en uit der aard de poëzie hebben deel aan Gods geheimenis. zij zijn uit dér aard fundamenteel wezen lijk niet alleen inherent aan en volkomen passend bij ons bestaan, zij zijn er ook functioneel aan verbonden als een ons ons bestaan verhelderende helderheid en bekrachtigende kracht. ons leven straalt poëtische poëzie uit; onze poëtische poëzie ons leven.
"Ik ben een blomme
en bloeie vóór uwe oogen,
geweldig zonnelicht,".
poëtische poëzie is fundamenteel wezen lijk openbarende helderheid en kracht onder ons voor ons; het woord wonder lijk op zijn PAAS best: op ONS gelijkend.
poëzie is voorzichtige omgang met het woord. want het woord is uiterst kwetsbaar, uiterst doodbaar. als een vis "spartelend" in het water; maar buiten het water spartelt het zich frenetiek dood.
het is de aard van den dichtenden dichterlijken -los bandig en los lippig- als dichterlijke de dingen en als dichtende de woorden te respecteren. los bandig en los lippig telt voor hem alleen ons bestaan zó als het zich uit en in de Schepping en het Verbond eerlijk aan ons voordoet. uit dér aard is de aard van zijn poëze heerlijk eerlijk de onbeslagen spiegel van ons bestaan; een voorzichtige vóór- en dóórzichtige weerspiegeling. een schot in de roos: in het hart der dingen én in het hart van het woord.
de dingen onder ons dragen in zich -verborgen ongenaakbaar geborgen- het TEKEN van eeuwig leven. dit is hun poëtisch aspect. poëzie is uit spraak door den mens van dit TEKEN van eeuwig leven in de dingen; poëzie is woorden van eeuwig leven. de dingen beperken tot brood alleen is niet alleen een grove belediging van de dingen, een vernedering, maar ook een omsingeling -met uithongering en uitdorsting- van den mens, een hem fatale onthemelende veraardsing van zijn bestaan. zonder uit zicht. het TEKEN in de dingen is voor ons ons uit zicht: een woord dat komt uit den mond van God.
de dichtende dichterlijke IS -als tekenaar van de TEKENS in de dingen op de wijze van den mens, als sprekende- onder ons voor ons uit zicht: een woord dat komt uit den mond van God; een woord van eeuwig leven; van het LEVEN in ons leven; van de beZINNING van ons bestaan. de poëzie van den dichtenden dichterlijken is -op ONS gelijkend, als woord dat komt uit den mond van God- "een stem uit de hemel"(Marc. 1/11). van jezus van nazareth zegt marcus:
"Hij vertoefde onder de wilde dieren,
en de engelen dienden Hem."(1/13).
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
