|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de wijze van den mens is GRONDig, BRONig, OORSPRONGig. dit is: uit en in de Schepping ("In den beginne schiep God hemel en aarde.") én uit en in het Verbond ("In den beginne was het Woord.". de mens wordt op zijn wijze uit en in de GRONDige, BRONige, OORSPRONGige eerste wijze van god.
1) god is de EERSTE, de BEGINige, de eerste dynamische
creatieve uit stralende en tot bestaan brengende. de eerste vader én moeder.
2) god is de het bestaande in het bestaan houdende uit en in die zelfde dynamische creatieve uit stralende kracht. Hij houdt ons overeind. Hij VOLtooit ons uit en in het Verbond dat hij op eigen initiatief, als EERSTE met den tweeden, met ons sloot. niet alleen beweegt Hij den tweeden tot bewegen, tot bewogenheid, maar Hij trekt dit bewogen bewegen ook OP naar zijn VOLtooiing, zijn reële betekenis van op ONS gelijkend. ons deelnemen aan ons deelhebben verrijkt Hij met den glans van het schitterend als de zon en wit als sneeuw.
en zó ons woord. het is -uit en in het Woord en het WOORD- een BRON woord, dat niet alleen bewogen tot bewegen komt, maar ook den glans krijgt van het schitterend als de zon en wit als sneeuw. dit is: door die BRON wordt OP getrokken, wordt VOLtooid. dit is WONDER bóven wonder lijk onder ons aanwezig is, onder ons op heldert en be krachtigd wordt tot kracht. het woord van den dichtenden dichterlijken is wat de dichtende dichterlijke onderneemt en door god voor hem (en voor ons) in hem (én in ons) wordt VOltooid.
dit is gewoon natuur lijk de grote hoogste en diepste, langste en breedste poëtica van den dichtenden dichterlijken. gelijkend op de poëtica van de SCHRIFT. geTEKENd met het TEKEN van de vreugde uit en in den vrede uit en in de vrijheid uit bevrijding.
"De wet (van alle menselijke poëtica's) is dus
voor ons een oppasser geweest tot de komst van
Christus (het WOORD), opdat wij gerechtvaardigd
zouden worden door het geloof (de poëtica van
het Woord en het WOORD). Maar nu het geloof is
gekomen, staan wij niet langer onder de
oppasser."(Gal. 3/24-25); "Voor die vrijheid
heeft Christus ons vrijgemaakt."(Gal. 5/1).
"Zelfs toen zij een beeld hadden gegoten van
een jonge stier en riepen: 'Dŕt is onze God...',
hebt Gij hen in Uw grote erbarming toch niet in
de woestijn aan hun lot overgelaten: de wolkkolom
week niet van hen overdag..., en ook de vuurzuil...
bleef 's nachts hun weg verlichten."(Neh. 9/18-20).
er moeten onder ons voor ons op onze wijze naar de wijze van god dichtende dichterlijken aanwezig zijn als een wolkkolom overdag en een vuurzuil 's nachts. en dit is: altijd en overal helemaal intens attentief en attentievol aanwezig...in de woestijn van de literatuur. de wegwijzende wolkkolom en vuurzuil, die aan de woestijn hier en nu al het uitzicht van het beloofde land geven. dat wonder lijke, heel ŕndere in de woestijn schijnend en verschijnend door de woestijn heen. de ŕndere kant ervan: de stille, die te voorschijn komt uit en in geloven in de wolkkolom en de vuurzuil van gods intens aandachtige aanwezigheid onder ons voor ons.
de ŕndere kant van de wereld is gods aanwezigheid in de wereld. de ŕndere kant van ónze wijze is de wijze van god. vertellen, toneel spelen, dichten is: de ŕndere kant doorheen déze kant te voorschijn laten komen; de WERKELIJKHEID doorheen de werkelijkheid; de HEMEL doorheen de aarde.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
