|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de -bij Gods genade- aan god deelhebbende en -bij Gods genade- deelnemende mens "roept beken op uit den steen"(Ps.78/16). bestaan op de wijze van den mens uit en in de wijze van god is uit den steen beken oproepen; is levend leven scheppen onder ons voor ons; is levend leven scheppend onder ons voor ons aanwezig zijn.
de dichtende dichterlijke roept beken op uit den steen, slaat het water van zijn in het Woord en het WOORD gedoopt woord uit den steen der hem omringende versteende en levenloos verdorde woorden. in feite is het een gewoon natuur lijk verschijnsel voor den open luisterenden gelovenden mens. want elke mens is OORSPRONG lijk uitgenodigd en geroepen tot dichterlijk dichten. dit is: tot uitspreken van wat hij -deelnemend aan het deelhebben- heeft gehoord, met eigen ogen mocht zien en aanschouwen en met de handen tasten.
1) mógen kunnen dichten volgt uit het mógen kunnen horen, zien en tasten. uit Gods eerstigheid. uit: "En zo werd de mens een levend wezen.".
2) en dit mógen kunnen wordt actueel in den vrij en vrolijk deelnemenden mens tot een kůnnen mogen dichten uit en in zijn HOREN, ZIEN en TASTEN.
het is het gewoon natuur lijk geschieden van den mens op zijn wijze uit en in de wijze van god. het is zijn gewoon natuur lijk plaats hebben op zijn natuur lijke plaats. het is het geheim van den dichtenden dichterlijken. dichterlijk dichten is gewoon natuur lijk plaats hebben van het woord op zijn natuur lijke plaats. de ont plaatste mens is een mis plaatste mens. zijn woord versteent, wordt een rammelend bekken, een strident schetterend hoog woord. literatuur.
de natuur lijke plaats van het woord van den dichtenden dichterlijken is het briesje, de grot, de schoot, de BRON. zijn oorspronkelijkheid is zijn gelijken op zijn OORSPRONG. zijn glans is schitterend als de zon en wit als sneeuw. zijn wijsheid is de dwaasheid van den LOF.
het woord van den dichtenden dichterlijken is een gewijd wijdend, een "in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest" met het TEKEN van het KRUIS, het TEKEN der UM wertung gezalfd woord. het kruis wijdt de dingen om tot gewijde dingen. het be tekent ze tot den ŕnderen kant, den kant van op de wijze van god. het kruis wijdt de dingen tot gedaante verŕndering. het woord van den dichtenden dichterlijken tekent de dingen met het kruis tot gewijde dingen doordat hij -zichzelf bekruisend- zelf wordt bekruist op het voorhoofd, het hart en den mond voor de "lezing uit het heilig evangelie van Mattheüs, of Marcus, of Lucas, of Johannes".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
