|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
het verborgene verschijnt (als het ware) toevallig. het valt ons -hoé dan ook- toe. de gouden wet van het goud is de gouden wet van het op de wijze van den mens. de reële realiteit valt ons toe.
het verborgene en het toe vallende horen samen: het ene de wijze van god, het andere de wijze van den mens. god valt den mens toe, verschijnt hem (als het ware) toevallig op de wijze van den mens: in de wereld, die, uit en in de Schepping en het Verbond, de natuur lijke plaats van den mens is. de hele geschiedenis van een mens én van de mensen wordt gedragen door wat hun toe valt, het verborgene. de gewijde geschiedenis is daarvan het archetype, het vóór- en toonbeeld. via het woord van mensen, waarin wat hun toe viel schitterend als de zon en wit als sneeuw naar buiten verschijnt. dit is: het woord tot Woord en WOORD geworden.
zó als onze geschiedenis ons toe valt, valt het woord ons toe. dit is het GROND geheim van het dichten van den dichtenden dichterlijken. zijn poëzie valt hem, en ons, toe. zij is het aan ons verschijnende verborgene. zij manifesteert onze geschiedenis: de wijze van god op ónze wijze voor ons.
********** eergisteren, vrijdag 3 januari 1986, was alice op bezoek bij ons mama (zó noem ik mijn vrouw). een vrouwenzaak: een "koffie-met-pannekoeken klets" van twee collega's, waarbij zij liefst alleen waren en ik blij genoeg was op een veilige afstand te mógen blijven. na een tiental dagen van onderbreking wilde ik weer aan het werk. het drukken. zo zat ik dan weer vlijtig -en eigenaardig genoeg een tikje nerveus- letters te zetten. dit keer van "Het sneeuwt schoon", blz 141 van "Infrarood".
juist toen in de laatste letters had geplaatst, hoorde ik beide dames uit de woonkamer op den gang komen. die vertrekt, dacht ik. ik moet haar goedendag gaan zeggen. wat ik dan deed, met zwarte rechterhandvingers. ik wees erop, uit voorzichtigheid.
zegt mijn vrouw: "Hebt gij hem boven al bezig gezien?". zegt zij: "Neen.". zegt mijn vrouw: "Gij moet eens gaan kijken, enz, enz.". O! van hier en O! van daar. die boeken, die lessenaar, die letters en proefpers en zo. van het ene naar het andere, tot de boekjes. hier liggen zij (de kastdeur ging open). weer een O! een dichter! met ogen van een grote O.
"Verkoopt gij die?". mijn vrouw: "Hij geeft ze weg.". ik heb haar "De dichter in het bos" gegeven. om te beginnen. en plots stond zij daar met dat dun boekje in de handen en tranen in de ogen. waarom?
lees ik nu juist niet in DWB, 9 nobember 1985: "Eerst mijn post, en dan is er ook nog een artikeltje dat Fernand gevraagd heeft. Over dagboek... Misschien stuur ik Fernand wel een bladzijde, 'k zal nog zien."(p.703).**********
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
