|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de deemoed van den dienaar van het woord is de vruchtbare aarde voor zijn woord. het woord weigert open te gaan voor den zich het meesterschap over het woord aanmatigenden, maar openbaart zich aan den deemoedigen. dit is het deel van het woord, zijn meewerken met den sprekenden die in het woord gelooft, op het woord vertrouwt en het liefheeft.
reëel spreken is een vertrouwvol deelnemen aan de intens aandachtige aanwezigheid van het woord onder en in ons. een blind vertrouwen: een uit en in vertrouwen dàt het komt aan het woord beginnen zonder te weten wat er komt.
dit is geen hokus pokus, geen graag gehoord en aan elkaar voortverteld verhaaltje van schrijvers over schrijvers. het is fundamenteel wezen lijk gewoon natuur lijk persoon lijk niét een zich opdringen aan, maar een ervaren vertrouwen in het woord, bij Gods genade.
de deemoedige luistert gehoorzaam, laat het initiatief aan het woord en werkt in stemmend met het woord mee. hij laat de rede achter. dit is zijn innerlijke zelfstandigheid, zijn vrijheid uit bevrijding tegenover de in de wereld gepropageerde en vigerende dictatuur van de rede, van de aanmatiging. de dienaar van het woord matigt zich niets aan. hij staat ter beschikking. zijn deemoed is beschikbaarheid. zijn woord schept het woord in dienstbaarheid, op zijn plaats. verbijsterd, verbaasd, geboeid door wat er, hem toevallend, op hem toekomend komt. uit het verborgene verborgen.
"Uw Vader, Die in het verborgene is."(Mat. 6/6).
Gods geheimenis.
spreken heeft zijn vóór geschiedenis én nà geschiedenis. wat er hier en nu te voorschijn komt, is deels zichtbaar, deels verborgen. het woord geeft zijn geheim niet prijs. men vergisse zich niet. de deemoedige stemt met dit geheim in, geeft zich vrij en vrolijk eraan over en verheugt zich erom. wat er van te voorschijn komt, is hem genoeg om van en mee te leven, om mee te werken. hij laat het geheim in zich begaan uit en in de fundamenteel wezen lijke gelatenheid in het op de wijze van den mens. gelatenheid uit en in geloof.
dichten is beginnen en, gelaten tegenover wat het zal worden, mee gaan. er op vertrouwend dat het goed zal zijn onder ons voor ons; dat hier en nu de vóór en nà geschiedenis hun deel zullen doen. dichten is zijn deel doen uit en in vertrouwen in het deel van de vóór en nà geschiedenis. deze gelatenheid is de het hier en nu transcenderende rust van den dichtenden dicherlijken: de vreugde van den vrede van zijn vrijheid uit bevrijding.
de beloning -dit is de gewoon natuur lijk ingeschapen vrucht- van den deemoed is de rust, de gelaten gerustheid van den altijd en overal helemaal beschikbaren, den GRONDigen onverschilligen uit en in het "En God zag dat het goed was.". Die zegde: "Ik zal er zijn voor u, en zag dat het goed was.". op ONS gelijken is "weten" dat het goed zal zijn uit en in het "Ik zal er zijn voor u.". dàt is de VASTE grond van den deemoedigen beschikbaren gelovenden.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
