|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
THUIS is uiteindelijk synthese: één GEEST; de mogelijke onmogelijkheid; gevrijwaard zijn van den valkuil van de verdeeldheid, de polarisatie. gespannenheid uit en in den GEEST is geen polarisatie, maar een rechte lijn van vóór over hier en nu naar nà. de gespannenheid uit en in den GEEST naar den GEEST is fundamenteel wezen lijk rechtlijnigheid, rechtschapenheid, rechtgeaardheid, rechtvaardigheid, rechtgelovigheid. uit helderheid en kracht een staat van geluk: van vreugde om den vrede die voortkomt uit de vrijheid uit bevrijding, de dichterlijke vrijheid van den dichtenden. dit is de reële gekregen dichterlijke tot dichten dwingende vrijheid; de vrijheid van het gerijpt vrije woord.
en men vergisse zich niet. reëel vrij zijn is, bevrijd, op de lijn in de lijn van de OORSPRONG lijke gespannenheid blijven in een vrij en vrolijke deelname. in geluk, in trouw aan het aandringen van het uit en in de Schepping en het Verbond ingeschapen natuur lijk geluk.
het woord van den dichtenden dichterlijken moét uit en in deze trouw uitlopen op het articuleren van zijn geluk. geluk is voor wie uit god geboren in simplicitate cordis den kop erbij kan neerleggen. dàn vallen de verlangetjes van een gepoederde esthetiek; valt het nalopen van het publiek en van het kunstmatig geproduceerd, om de een of andere reden in het spelletje ingewerkt applaus; valt de bekoring der prijzen zó als de wind valt. dàn blijft de stilte van het ontzaglijk verborgene, het blijvende.
de trouw is het geheim van den gelovenden. zij moet ingeschapen zijn, want zij vergaat niet. zij loopt door, door het hier en nu. zij is een door het vóór naar nà toe tenderende kracht, in het hier en nu spijt het hier en nu ondoodbaar. want uit god geboren zijn is aan de hand van het hier en nu uit en in het vóór door dit hier en nu gaan als door een vuur. on gedeerd. uit het hier en nu aangetrokken naar het nà toe getrokken zonder verpinken. zonder verpozen bij het bedrog van het verweile doch, du bist so schön.
die werkelijk gaan, komen terug; die niet verpozen, blijven. op ONS gelijkend; zó als het WOORD. Hij heeft onder ons gewoond, Hij woont onder ons voor die, trouw, geloven. en die Hem, uit dér aard, HOREN, ZIEN en TASTEN. zij kennen geen tijd. zij zijn verrezen. het graf van den tijd is LEEG. het diepste dringen in het op de wijze van den mens is dit in den tijd niet van den tijd te zijn; er zijnde te zijn. de ontzaglijke verbijsterende, verbazende, boeiende wonder lijke ontologie van de tweede geboorte: uit GEEST en VUUR. er zijnde te zijn, verlopend te blijven. dit is te zelfder tijd de ontologie van het woord van den dichtenden dichterlijken.
het laatste woord is niet aan de esthetica, noch aan het applaus, noch aan de prijzen, noch aan de critici, noch aan de uitgevers, noch aan de media, MAAR aan de poëzie.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
